Maandelijks archief: april 2014

Groningen: flyeractie tegen bobopraatjes over “iets terugdoen voor je uitkering”

In Groningen vond op 8 april een door het Groninger Forum georganiseerd debat plaats over “iets terugdoen voor je uitkering”. Het bobo-achtige gehalte van de praatjes van de sprekers stond in schril contrast met het strijdbare protest tegen dwangarbeid, in de vorm van actieflyers (pdf) die Doorbraak-activisten en anderen ter plekke uitdeelden.

De organisatie van de bijeenkomst had geen bijstandsgerechtigde als spreker uitgenodigd. De discussie ging dus over ons, in plaats van met ons. Divosa-voorzitter en voormalig Gronings wethouder René Paas, FNV Lokaal-medewerker Beate de Ruiter en onderzoeker Thomas Kampen mochten uitgebreid het woord voeren, onder leiding van Hans Harbers. De publieke opkomst viel tegen, wat niet zo heel verwonderlijk was, aangezien vijf euro entree meer is dan een gemiddelde bijstandsgerechtigde per dag te besteden heeft. Wel waren wij er, verontwaardigde werklozen, onder wie ook Doorbraak-leden, wij over wie de heren en de dame van het panel zouden gaan praten. We stonden aan de deur en deelden flyers tegen dwangarbeid uit. Ook de sprekers pakten de flyers aan. Ze vouwden die dubbel, terwijl ze onderling bespraken hoe en wanneer ze hun praatjes over ons zouden kunnen gaan verkondigen. We sloegen de zogenaamde ‘ereplek’ op de eerste rij van het publiek, blijkbaar het hoogst haalbare voor mensen die niet alleen “afstand tot de arbeidsmarkt” hebben, maar ook voldoende afstand tot de welgestelde middenklasse behoren in te nemen, resoluut af. Als we geen spreker mochten leveren, dan hoefden we ook geen eerste rij als goedmakertje. We namen geen genoegen met minder dan volwaardige deelname aan het panel.

De rij "ereplekken" voor werklozen bleef leeg. De echte "ereplekken" in het forum werden hen geweigerd.

Mesopotamië

Gespreksleider Harbers benoemde de twee tegenpolen waartussen de discussie zich zou dienen te begeven: aan de ene kant de opvatting “de tegenprestatie voor bijstandsgerechtigden is dwangarbeid”, aan de andere kant vooroordelen als “uitkeringstrekkers zijn uitvreters” en “ze zitten in een sociaal isolement”. Centraal zette hij de vraag “Tegenprestatie: werkt het? En mag het ook?”

Als eerste van de sprekers kwam Paas aan het woord. Om te beginnen nam hij afstand van zijn andere petten. Hij kwam hier als Divosa-voorzitter, liet hij weten, en niet als CDA- en CNV-lid, wat hij ook is. Blijkbaar had hij dat deel van zijn lichaam en geest thuisgelaten. Hij probeerde het publiek ervan te overtuigen dat “iets terugdoen” van alle tijden is. Al in Mesopotamië zou sprake zijn geweest van een “tegenprestatie” en momenteel zou “iets terugdoen” overal plaatsvinden, in de VS, Australië, Groot-Brittannië en Duitsland. Met het argument dat het “natuurlijk” en “van alle tijden” zou zijn, is eeuwenlang ook racisme en slavernij gerechtvaardigd. Maar dat vertelde Paas er uiteraard niet bij. Zoals hij er ook geen woorden aan vuil maakte dat er in veel landen niet alleen dwangarbeid aan werklozen wordt opgelegd, maar er ook van onderop tegen wordt gestreden. Verder verzweeg hij dat het bij de “tegenprestatie” in Mesopotamië om slavenarbeid ging en dat de huidige neo-liberale reïntegratieprogramma’s als format zijn aangekocht alsof het goedlopende soap-series betreft.

Het moest hem van het hart dat Sociale Zaken-afdelingen van gemeenten het niet gemakkelijk hadden. Steeds wisselden de bordjes weer, dan weer was er veel geld te besteden, dan weer weinig geld. De werklozen in het publiek kregen bijna medelijden met die zielige ambtenaren, maar niet heus. En “zo’n tegenprestatie, dat was ook erg spannend voor gemeenten, want daar was nog geen ervaring mee”, liet hij weten aan het publiek, van wie een deel in elk geval wel had ervaren hoe het is om als rechteloze dwangarbeider te worden behandeld. Hij zag het instrument van “de tegenprestatie” als “een gevaarlijk speeltje, een uitdaging voor WWB-ambtenaren. Bij gebrek aan ervaring zal de rechter moeten beslissen.” Hij maakte daarbij niet duidelijk dat staatssecretaris Fred Teeven inmiddels fors op de rechtsbijstand aan het bezuinigen is, waardoor bijstandsgerechtigden nauwelijks meer de mogelijkheid hebben om een juridisch gevecht aan te gaan met de overheid. Zo’n gevecht is overigens sowieso al zwaar, als de werkloze dwangarbeid weigert en daardoor wordt gekort op zijn of haar uitkering.

De sprekers.

Paas deed flink zijn best om dwangarbeid te normaliseren, waarbij hij als bestuurder uiteraard partij koos tegen bijstandsgerechtigden en voor het ambtenarenapparaat. “Iets terugdoen voor je uitkering” zou volgens hem altijd al een onderdeel van het beleid zijn geweest. Maar verplicht onbetaald werken op straffe van verlies van de uitkering is pas de laatste jaren massaal aan het oprukken. Volgens hem zou uit “alle enquêtes” warempel blijken dat de meerderheid van de werklozen aangeeft dat ze baat hebben gehad bij hun reïntegratietraject. Er zou onder werklozen “een enorme behoefte aan wederkerigheid” zijn. Ze zouden “iets terug willen doen voor hun uitkering”. Uiteraard meldde hij niet dat onder hen juist veel angst, machteloosheid en woede bestaat over hun rechteloze positie en de uitbuiting waarmee ze als dwangarbeiders te maken krijgen. “We moeten de wet zo menselijk mogelijk maken”, wist hij ook nog doodleuk op te merken. “Negentig procent van de ambtenaren wil mensen helpen. Daarom kiezen ze voor dit beroep. Werk leidt tot geluk, gezondheid en financiële onafhankelijkheid. Werk is goed voor je.” Het leek er sterk op dat de personeelschef van de BV Nederland een stoomcursus over arbeidsproductiviteit aan het geven was. Hij had zelfs het lef om te suggereren dat bijstandsgerechtigden die kritiek op dwangarbeid hebben, “hun eigen kleine individuele ervaringen” aan het opblazen zijn.

Opties

De tweede spreker, Kampen, bleek onderzoek te hebben gedaan naar vrijwilligerswerk, toen dat nog “vrijwillig” genoemd kon worden en een premie kon opleveren van vijftienhonderd euro per jaar. Hij vergeleek in zijn praatje dat soort vrijwilligerswerk met de effecten van de huidige reïntegratie, waar nauwelijks nog geld voor is en waar werklozen van traject naar traject worden rondgepompt. Vrijwilligerswerk, zo stelde hij vast, werkt beter tegen minderwaardigheidsgevoelens en schaamte dan het steeds weer solliciteren en afgewezen worden. Maar verplicht vrijwilligerswerk? Dat zou vooral bedoeld zijn voor onwillige werklozen, zo liet hij weten. Als bijstandsgerechtigden een “tegenprestatie” zouden moeten leveren, dan zou dat voor hen ook wat moeten opleveren, vond hij. Een salaris leek voor hem echter niet tot de opties te behoren. Hij pleitte daarentegen voor een soort “bonuspunten” die zouden meetellen bij de kans op betaald werk, of anders bij een opleiding of bij gratis sport voor de kinderen van een gezin met een uitkering. Hij deed het voorkomen alsof werkloosheid een soort computergame is waarbij de speler voldoende punten bij elkaar moet sprokkelen om op het volgende level te kunnen komen. Zowel voor Paas als voor Kampen bleek het een onbekend fenomeen dat bijstandsgerechtigden in de praktijk al jarenlang zinloos van traject naar traject worden gestuurd en dat belangenorganisaties en actiegroepen daar veel kritiek op leveren, via ervaringsverhalen in zwartboeken en op websites.

De derde spreker, De Ruiter, wees erop dat bijstandsgerechtigden arm zijn en vaak in een maatschappelijk isolement terechtkomen. Beleidsmakers maken daar nu gebruik van door hen te dwingen tot onbetaald werk. Dat zou goed voor hen zijn. Maar werk moet lonen, aldus het standpunt van de FNV die ze vertegenwoordigde. In vroeger tijden was gedwongen tewerkstelling uitgelopen op een verschrikking, zo waarschuwde ze. Een bijstandsuitkering hebben is geen kwestie van je eigen schuld. Mensen kiezen daar niet uit vrije wil voor. Een onbetaalde “tegenprestatie” leek haar “prima, maar niet onder dwang”. Zo’n verplichting heeft geen enkel nuttig effect voor de bijstandsgerechtigde zelf, maar werkt “stigmatiserend”. De bezuinigingen die de publieke sector treffen, worden vooral opgevangen door de inzet van werklozen via de “tegenprestatie” en via vrijwilligerswerk. Er is dus wel werk, maar daar staat geen salaris en geen contract tegenover. Vooral vrouwen worden zo weer teruggedirigeerd richting onbetaalde arbeid, zo stelde De Ruiter.

Lekker babbelen óver werklozen: Thomas Kampen, Beate de Ruiter en René Paas.

Stacaravan

Uit de zaal klonken alleen maar geluiden dat dwangarbeid nu juist niet leidt tot betaald werk. De door Paas aangehaalde werklozen die zouden snakken naar gratis werken, bleken zich in elk geval niet in het publiek te bevinden. Ook kon en wilde niemand de door Paas aangevoerde hulpverlenende inslag van ambtenaren onderschrijven. Integendeel, de bijstandsgerechtigden Geer en Geertje gaven juist aan hoeveel repressie en intimidatie van ambtenaren zij in de loop der jaren hadden ondervonden. Ze hadden zelfs hun woning verloren, omdat de gemeente Leeuwarden vond dat ze een uitkering moesten aanvragen in de gemeente waar hun stacaravan stond, hoewel de gemeenteverordening het verbood om te wonen op een recreatiepark. Zelfs nadat de rechter hen in het gelijk had gesteld, bleef de gemeente in de media valse verklaringen afgeven.

Paas probeerde de zwartepiet door te spelen naar het bedrijfsleven. Bedrijven houden de werkloosheid bewust in stand, ook al zou dat financieel niet eens nodig zijn. Daar kwam zijn betoog op neer. Maar hij verzweeg dat de overheid daar net zo hard aan meewerkt. De bijstandsgerechtigden in de zaal luchtten aan het eind van de bijeenkomst hun hart nog eens. Een uitkering behoort een vangnet te zijn, als je geen betaald werk hebt. Maar vrijwilligerswerk kost geld en vrijwilligers worden vaak als een soort tweederangsarbeider behandeld. Ze moeten vaak de lulligste klussen opknappen. Ook werd gewezen op de situatie in Duitsland, waar het Harz IV-regime het afschrikwekkende voorbeeld vormt van de manier waarop de economie overeind wordt gehouden over de ruggen van verpauperende arbeiders. Verder viel er een waslijst aan klachten te horen over de reïntegratie-industrie, over solliciteren tot je een ons weegt en over het structurele gebrek aan banen. Werklozen worden blij gemaakt met een dooie mus. Ze krijgen geen kans meer om een opleiding te volgen. En ze krijgen de schuld van hun eigen ellende, waarbij vaak ook nog eens de bewijslast is omgedraaid en ze zelf maar moeten aantonen dat ze geen fraudeur, leugenaar en nietsnut zijn. De praktijk van de dwangarbeid en de rest van de reïntegratie-industrie is heel wat grimmiger dan Paas en andere bobo’s veronderstellen. Dat werd tijdens dit debat in elk geval wel duidelijk.

Sjaak Platzak

Advertenties