Maandelijks archief: november 2014

Waar blijft die baan?

Boek - Waar blijft die baan? Renzo Vewer

Sprookje 6. Iedereen moet aan de slag.

Wie zijn arbeid ruilt voor geld, verkoopt zichzelf en plaatst zich in de rang der slaven’, zo stelde de Romeinse redenaar Marcus Tullius Cicero (106 – 43 voor C.). En de Griekse filosoof Aristoteles (384 – 322 v. C.) vond arbeid iets voor de lagere klasse. Wie werkte, gold als een tweederangsburger.

Nu is er een andere dominante visie: wie geen betaald werk heeft, draagt officieel niet bij aan de economie. Veel mensen zonder werk voelen zich klaplopers, en velen met werk voelen zich stiekem, dan wel openlijk beter dan mensen zonder werk. Zo hoorde ik een linkse vrouw over een Occupy-bezetting in 2011 zeggen: ‘Moeten die lui niet werken?’ Deze mensen oordelen zo tot het moment dat ze zelf werkloos raken, valt me steeds weer op. Consequent zou zijn dat ze dan de schuld aan hun eigen luiheid of onvermogen geven, maar dan zijn ZIJ ineens dé uitzondering.

Lees verder: http://waarblijftdiebaan.wordpress.com/

Bijstandscliënten die verplicht vrijwilligerswerk doen, vinden zelden een betaalde baan

Verplicht vrijwilligerswerk vergroot eerder de afstand tot de arbeidsmarkt, dan dat het werkzoekende dichterbij een baan brengt. En dat is het tegenovergestelde van wat gemeenten hiermee willen bereiken. Mensen blijken zich zich op termijn te hechten aan vrijwilligerswerk en gaan het maatschappelijk belang boven hun persoonlijk belang stellen. Dit concludeert Thomas Kampen in zijn promotieonderzoek.

Als het aan de overheid ligt, moet deelnemen aan vrijwilligersactiviteiten de afstand tot de arbeidsmarkt verkleinen en bijdragen aan het verantwoordelijk maken van bijstandsontvangers. Maar bijstandscliënten die vrijwilligerswerk doen, vinden zelden een betaalde baan. Hoe is dat mogelijk?
Kampen onderzocht wat het voor mensen in de bijstand betekent om – meer of minder – verplicht vrijwilligerswerk te doen. Dat deed hij in de Nederlandse context van de overgang van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving. Aan de hand van diepte-interviews met bijstandsontvangers in vijf gemeenten (Amsterdam, Eindhoven, Leeuwarden, Nijmegen en Zaanstad) keek Kampen hoe vrijwilligerswerk bijdraagt aan empowerment en employability. De vijf steden voeren sinds 2007 actief beleid om bijstandscliënten aan te zetten tot vrijwilligerswerk, variërend van verplichten met kans op sanctie bij weigering (Amsterdam) tot belonen met premie (Nijmegen).

Vrijwilligerswerk als vluchtheuvel
Het merendeel van de geïnterviewden gaf aan het verlies van een betaalde baan als persoonlijk falen te ervaren, waardoor ze zelf lage verwachtingen hadden van hun kansen om door vrijwilligerswerk een betaalde baan te krijgen. De nieuwe contacten en taken in het vrijwilligerswerk gaven hen hoop, maar die hoop nam vervolgens af door gebrek aan perspectief.

“Op het moment dat de bijstandscliënten klaar zijn voor een volgende stap, ontbreekt begeleiding en bemiddeling. Hierdoor slaan ze hun kamp op in de vrijwilligersfunctie en wordt het vrijwilligerswerk een vluchtheuvel om te ontsnappen aan de arbeidsmarkt”, licht Kampen toe. “Het is zelfs zo dat de positieve aspecten van het vrijwilligerswerk de afstand tot de arbeidsmarkt vergroten. Dat komt doordat de bijstandsontvangers vaak meer zin of betekenis toekennen aan hun vrijwilligerswerk dan aan betaald werk. Daarbij koesteren ze de ontspannen sfeer die naar hun idee in een betaalde baan vaak ontbreekt, en identificeren ze zich steeds meer met hun status van vrijwilliger.” Omdat bijstandscliënten zich hechten aan het maatschappelijk belang van vrijwilligerswerk, is erkenning van hun persoonlijk belang een voorwaarde om tot betaald werk te komen.

Geschonden levensverhaal
Een tweede voorwaarde is erkenning van iemands geschonden levensverhaal. Uit de verhalen die Kampen optekende, blijkt dat bijstandsontvangers lijden onder gevoelens van minderwaardigheid, vernedering en paternalistisch gedrag. Het vrijwilligerswerk draagt op verschillende manieren bij aan hun empowerment. “Het doorbreekt de inactiviteit die hun minderwaardig deed voelen en hun zelfvertrouwen ondermijnde”, aldus Kampen. “Bijstandsontvangers hechten aan het herstel van hun geschonden levensverhaal. Ze beschouwen hun vrijwilligerswerk onder meer als gelegenheid om terug te betalen voor in het verleden ontvangen hulp. Dit staat ver af van de toekomstgerichtheid van de activerende verzorgingsstaat met haar nadruk op social investment en beleid waarin de ontwikkeling van verantwoordelijkheidsgevoel, vaardigheden en zelfvertrouwen centraal staat.”
http://www.dewerkmarkt.nl/bijstandsclienten-die-verplicht-vrijwilligerswerk-doen-vinden-zelden-een-betaalde-baan/
Voor een samenvatting van het promotiewerk van Thomas van Kampen zie de link.

Promotie
De promotieplechtigheid van Van Kampen vond plaats op vrijdag 12 december om 10.00 uur (Agnietenkapel, Oudezijds Voorburgwal 231, Amsterdam).

Even naar een achterkamertje voor wat gratis arbeiders

Let’s Gro, een inspiratiefestival over de toekomst van Groningen, trok ruim 8.500 bezoekers naar 120 verschillende activiteiten op 36 verschillende locaties. Er was een keur van talkshows, workshops, exposities, wandelingen, fietstochten, lezingen en debatten. Ik bezocht er twee, niet geheel toevallig twee waarbij “werk” in verschillende uitvoeringen centraal stond: “Maak er werk van” en “Toentje”. Pas achteraf besefte ik dat Let’s Gro ook een presentatie is van allerhande activiteiten waar een werkzoekende-met-uitkering uit zou kunnen kiezen om zich te laten enthousiasmeren, activeren en inspireren tot een plek ergens op het spectrum tussen al dan niet verplicht vrijwilligerswerk en onbetaalde arbeid. Ik had met “Maak er werk van” geen demotiverender onderdeel uit kunnen zoeken!

Dat bleek toen ik me de volgende dag onderdompelde in de activiteiten van “Toentje”, een stadstuinbouwproject dat draait op de vrijwillige inzet van uitkeringsgerechtigden en dat bestemd is voor mensen die het financieel nog beroerder hebben: klanten van de voedselbank.

Bij “Toentje” trof ik mensen die samen, geïnspireerd en met passie ter plekke iets moois neerzetten. Er was een gratis kennismaking met “high tea” van prachtige zelf geplukte en gedroogde kruidentheemengsels, er was ambachtelijk gerookte vis uit een kweekvijver, waarvan de vissenpoep de amsoy tot groei stoeit, en er was natuurlijk het toentje zelf waar elke moestuinder schele ogen krijgt van schoonheid en jaloezie.

Er was vooral voortdurende activiteit van mensen die bezig waren om hun omgeving aan te passen aan hun wensen. In een workshop Aquaponics (de kringloop van kleinschalige visteelt en tuinbouw) werden in tien centimeter dikke rubberen buizen ronde gaten uitgesneden waar later perspotten in werden gezet waarin planten zouden groeien, bemest en bewaterd uit een grote visvijverbak. Forellen werden te drogen gehangen aan een zelf vervaardigd rek voor een ventilator die duidelijk eerder een ander leven had geleid. Op een later tijdstip zouden de forellen worden gerookt en gepresenteerd aan de gelukkige bezoekers.

Bij “Maak er werk van” was de zaal gevuld met lokale politici, zelfstandigen en enkele lastpakken die zich bogen over de vraag “Where the twain would meet”. Aan de ene kant de lokale politiek die (onbetaald) potentieel uit te zetten heeft, aan de andere kant zelfstandige ondernemers die graag gebruik maken van gratis arbeidskrachten. Daarnaast ook gedreven ambachtsmensen die zich inzetten voor nut en schoonheid (museumrestauratiewerken) en evenzo gebruik maken van gratis arbeid.

De lastpakken die kritische vragen stelden en opmerkingen maakten als “Wat is werk en wie bepaalt dat?” en “Werken met behoud van uitkering is dwangarbeid!”, waren ver in de minderheid en ook niet uitgenodigd. Wel uitgenodigd waren twee schoolvoorbeelden van hoe het ook kon: twee modeluitkeringsgerechtigden die de loftrompet schalden omdat ze met behoud van uitkering mochten werken en zo een dagbesteding hadden! Wat was daar nou op tegen?

Hij leek een doodgewone werknemer, de arbeidsbeperkte NOVO-medewerker die samen met een handjevol anderen onbetaald bij de Makro werkte. Ook de Makro-medewerkers zagen hem als een echte collega, vertelde hij trots. Dat hij geen loon ontving maar een uitkering, leek hem niet te deren. Hij probeerde de eveneens aanwezige Makro-manager te betrekken bij zijn verhaal. Dat leek niet de bedoeling, want die verkoos liever om anoniem te blijven. De arbeidsgehandicap… sorry, -beperkte werknemer struikelde zich door de opsomming van zijn werkzaamheden heen, verzekerend dat die toch echt additio…ehh zouden zijn. Het was duidelijk dat hem dat was ingeprent: “Wel zeggen dat het additionele werkzaamheden zijn, hè!” Hij vertelde hoe zijn begeleider hem ‘s morgens aanwees welke paden die dag onder zijn verantwoordelijkheid zouden vallen. Ik mag echt hopen dat hij een vergoeding heeft gekregen voor deze zware presentatie, zoals zijn bovenbazen ongetwijfeld wel!

De andere werkneemster-met-behoud-van-uitkering onderstreepte in een professioneel geschreven en voorgelezen column dat haar baan haar redde van de chaos in haar geest die haar beslist zou bespringen op het moment dat zij niet meer zou mogen werken. Opvallend was dat beide onbetaalde werknemers scherp voor ogen hadden hoezeer ze dat hen gegunde werk nodig hadden. Dat tegenover dat werk een normaal loon zou behoren te staan, leek nauwelijks bij hen opgekomen. Mensen met een beperking worden kennelijk niet geacht zelfstandig een huishouding te kunnen of willen runnen, inclusief de kosten daarvan. Zo krijgt iedereen op den duur wel een beperking. Zo worden mensen grootgebracht om klein gehouden te worden, maar dat weten we al sinds de zeventiger jaren.

Het was wel duidelijk zo, besloot de organisatie. De gemeente had wat te bieden (al dan niet verplichte vrijwillige arbeid), en uitkeringsgerechtigden stonden te trappelen om aan het werk te mogen, dus waar bleven de werkgevers om die stumperds zinvolle arbeid te gunnen? Er meldde zich een ondernemer die zich gevangen voelde omdat hij onbetaalde arbeidsbeperkte mensen na twee jaar een vast contract moest aanbieden. Wat de ondernemers betreft konden die mensen forever wel doorgaan met de zinvolle dagbesteding omdat ze toch nergens anders voor vol zouden worden aangezien en ingezet. GroenLinks-wethouder Mattias Gijsbertsen loodste de openbare discussie daarover na de bijeenkomst naar een achterkamertje. Er zou vast wel wat te regelen zijn. Het klonk naar ritselen.

In “Toentje” was de dag daarop een smaaktest. Proef het verschil tussen “echt” en “bewerkt”, of tussen duurzaam en opgepimpt. Er was de smaak van echt: kaas, spek, honing, noten. Waarom smaakte “Maak er werk van” vooral naar laffe cake met hier en daar en onverwacht een verrassend stukje puur?

Corrie Hogenboom