Maandelijks archief: mei 2016

Onderteken de FNV-petitie tegen dwangarbeid, ook als signaal aan de vakbondstop

Logo.
Logo.

Onder het motto “Stop werken zonder loon” is de FNV onlangs een petitie begonnen tegen de steeds meer oprukkende dwangarbeid voor uitkeringsgerechtigden. Onderteken deze petitie, niet alleen uit protest tegen uitbuiting en arbeidsverdringing, maar ook om meer druk uit te oefenen op de top van de vakbeweging. De FNV-top zou namelijk veel meer prioriteit moeten geven aan het ondersteunen van de strijd van baanlozen.

“In Nederland werken steeds meer mensen zonder loon”, aldus de petitie. “Mensen die hun baan verliezen moeten gedwongen datzelfde werk gaan doen, maar dan voor hun uitkering. Onder een hard regime waarbij discriminatie en bedreiging de orde van de dag zijn. Als je er iets van durft te zeggen, volgt er meteen een sanctie: korten of stopzetten van je uitkering. Dit mag niet zo doorgaan! Teken de petitie en help anderen, maar ook jezelf. Want het kan iedereen overkomen!” Inderdaad, iedereen met betaald werk kan zijn baan verliezen en uiteindelijk in de bijstand belanden. En iedereen met een uitkering loopt het risico om verplicht onbetaald werk te moeten doen, zonder loon en zonder arbeidscontract. Dat leidt tot verkwanseling van arbeidsrechten en tot ontduiking van het minimumloon. Gemeenten bieden bazen gratis arbeiders aan, die in de plaats komen van mensen met een betaalde baan. Zo werken gemeenten volop mee aan het vernietigen van bestaande werkgelegenheid en aan het verder verzwakken van de positie van betaalde en onbetaalde arbeiders.

Framing

Het systeem van dwangarbeid betekent een frontale aanval op verworvenheden waar de arbeidersbeweging door de jaren heen met bloed, zweet en tranen voor heeft gestreden. Wie zou verwachten dat de top van de vakbeweging er een halszaak van maakt om deze aanval te pareren en terug te vechten, die komt nogal bedrogen uit. Weliswaar voert de FNV een campagne tegen “werken zonder loon”, maar het opzetten van die campagne is bepaald niet snel en van harte gegaan. Binnen de bond mag het opkomen voor de belangen van baanlozen van oudsher helaas niet rekenen op grote steun. Vooral de bestuurders aan de top maken volstrekt geen prioriteit van het bestrijden van dwangarbeid. Pas na jarenlang trekken en duwen van onderop, door baanlozen en hun belangengroepen, heeft de FNV behoorlijk aarzelend besloten om “werken zonder loon” te gaan problematiseren. Het lijkt er sterk op dat men zich daarbij in bochten heeft zitten wringen om het woord “dwangarbeid” zoveel mogelijk te vermijden, aldus de ervaringen van Theo Hartogs, die nauw bij de FNV-campagne was betrokken en uit onvrede met de vakbondstop inmiddels is opgestapt. Het beestje niet bij de naam noemen heeft tot gevolg gehad dat de FNV nu via de petitie erom “verzoekt” dat “het werken zonder loon wordt gestopt”.

De omschrijving “werken zonder loon” slaat de plank behoorlijk mis. Het gaat er immers niet om dat alle onbetaalde arbeid zou moeten verdwijnen, maar alleen het verplichte onbetaalde werk. De samenleving wordt draaiende gehouden doordat heel veel mensen reproductieve en andere onbetaalde arbeid verrichten, zoals huishoudelijk werk, mantelzorg en opvoeding van kinderen. Dat soort “werken zonder loon” is niet alleen belangrijk, maar ook noodzakelijk voor ons allemaal. Met de slogan “Stop werken zonder loon” wekt de FNV de merkwaardige indruk dat men de vrijwillige onbetaalde arbeid ook weg zou willen hebben. Om die verwarring te voorkomen, zou de vakbond er goed aan doen om voortaan de leuze “Stop gedwongen werken zonder loon” te gaan hanteren. Dat benadrukt het verplichte karakter van de arbeid die baanlozen krijgen opgelegd. Maar het lijkt erop dat men zich binnen de vakbond nogal huiverig toont voor het publiekelijk gebruiken van de strijdterm “dwangarbeid”, een vorm van framing die afkomstig is van baanlozen zelf en die onder meer door Doorbraak is gepopulariseerd. De houding van de FNV ten opzichte van dwangarbeid mag dus best wel wat kritischer. Zo zou de bond zich duidelijker en principiëler moeten uitspreken tegen elke vorm van verplicht onbetaald werk. Want elk uur dwangarbeid is er een teveel. Maar ondanks de eigen campagne tegen “werken zonder loon” lijkt de FNV nog steeds akkoord te gaan met verplicht onbetaald werk voor maximaal drie maanden.

Ruggensteun

Niet alleen buiten de vakbond, maar ook daarbinnen is er nog een lange weg te gaan om de strijd tegen dwangarbeid tot prioriteit te maken en daar ook voldoende middelen en menskracht voor beschikbaar te stellen. Zo zou de FNV bijvoorbeeld stakingskassen kunnen instellen voor dwangarbeiders die op de werkvloer actie willen voeren en daarbij het risico lopen dat ze hun uitkering en dus hun enige inkomen verliezen. Hoe meer mensen de petitie ondertekenen, hoe meer het signaal wordt afgegeven dat dwangarbeid moet verdwijnen en dat de FNV zich daar echt sterk voor moet gaan maken. Massale ondertekening van de petitie levert ook meer ruggensteun op voor de vakbondsleden die zich binnen de bond proberen hard te maken voor intensivering van de strijd tegen dwangarbeid en meer in het algemeen voor een betere behartiging van de belangen van mensen zonder betaald werk.

Harry Westerink

(Overgenomen van doobraak.eu)

Amsterdamse Bijstandsbond: veertig jaar steun en strijd van en voor baanlozen

Logo van de Bijstandsbond.
Logo van de Bijstandsbond.

Dit jaar bestaat de Amsterdamse Bijstandsbond, een belangenorganisatie van en voor bijstandsgerechtigden en anderen met een minimuminkomen, veertig jaar. Dat vormde voor de medewerkers van de bond vorige week aanleiding om een aantal jubileumactiveiten te organiseren, zoals een symposium, een expositie, een feestelijke bijeenkomst, en de presentatie van een jubileumboek. Een gesprek met Anke van der Vliet, een van de vier mensen die de Bijstandsbond veertig jaar geleden oprichtte en zich door de jaren heen is blijven inzetten voor de belangen van baanlozen.

“In 1976 kreeg de ombudsman van de VARA, Johan van Minnen, veel klachten binnen over problemen met sociale verzekeringen”, vertelt Van der Vliet. “Toen kwam hij met het idee om een landelijke bond op te zetten. Op de eerste bijeenkomst kwamen zo’n driehonderd tot vierhonderd mensen af. Al snel werden er ook allerlei lokale afdelingen van de bond opgezet. Ik ben in het bestuur van de landelijke Bijstandsbond gegaan, maar die heeft helaas maar drie jaar bestaan. De lokale afdelingen gingen wel verder. Bijna drie jaar na het oprichten van de Amsterdamse Bijstandsbond is het comité Vrouwen en de Bijstand opgestart. Die organisatie doet hetzelfde werk als de Bijstandsbond, maar richt zich specifiek op vrouwen en bestaat ook nog steeds.”

Overzicht van de expositie.
Overzicht van de expositie.

Dikkere huid

Meteen vanaf het begin ging de Amsterdamse Bijstandsbond een spreekuur houden voor en door mensen in de bijstand. Dat spreekuur is steeds draaiende gehouden door vrijwilligers die zelf ook baanloos waren. “We begonnen met vier mensen en nu zitten we op tien actieve leden. Dat schommelt wel een beetje door de jaren heen. In de jaren tachtig en negentig hadden we zo’n driehonderd leden. Veel baanlozen zijn lid geworden, maar er vallen ook mensen weg die vanwege geldgebrek de contributie niet kunnen betalen. Toen we met de bond begonnen, konden we twee kantoorruimten gebruiken in het Bolshuis aan de Rozengracht. We hadden toen nog geen juridische ondersteuning, maar we deelden het pand met de Rechtswinkel en met een sociaal raadsman, dat was wel handig. We kregen gemakkelijk advies en konden doorverwijzen naar een advocaat. Maar later kwam er een andere sociaal raadsman die geen bemoeienis meer van ons wilde. Na een paar jaar moesten we uit het Bolshuis-pand vertrekken vanwege bezuinigingen en plannen voor winkeluitbreiding. Toen zijn we verhuisd naar een studentenpand op de Leidsegracht en uiteindelijk zijn we terecht gekomen in de oude Tetterode-fabriek aan de Da Costakade. Sinds 2002 zitten we daar, en hopelijk kunnen we er nog lang blijven. Het is essentieel dat mensen in de bijstand ons weten te vinden. We hebben altijd al een eigen en onafhankelijke koers gevolgd. Dat zal wel blijven doorgaan. Tot 2006 kregen we gemeentelijke subsidie. Dat werd stopgezet vanwege bezuinigingen, met de smoes dat ons werk niet meer noodzakelijk zou zijn. Dat werd gesteld in een tijd van structurele massawerkloosheid en vlak voor de uitbarsting van de economische crisis in 2008, waardoor nog meer mensen hun baan verloren.”

Van der Vliet draait al veertig jaar mee met het Bijstandsbond-spreekuur. Dat heeft haar uiteraard een schat aan ervaringen opgeleverd. Ze heeft veel ellende en misstanden op het gebied van uitkeringen van dichtbij meegemaakt. “Soms komen er wel vijftien mensen op een dag naar ons spreekuur. In de begintijd ging ik veel verder met mijn steun en stelde ik minder mijn eigen grenzen dan nu. Na verloop van tijd heb ik een veel dikkere huid gekregen. Zo geef ik bijvoorbeeld bijna nooit meer mijn eigen telefoonnummer aan spreekuurbezoekers. Voldoende strijdlust blijven houden is noodzakelijk om door te kunnen gaan. Gelukkig kan ik me nog steeds flink boos maken om onrecht.”

Lees verder: Amsterdamse Bijstandsbond: veertig jaar steun en strijd van en voor baanlozen (Doorbraak)

Absurdistisch en schrijnend verslag van een reïntegratietraject

Cover.
Cover.

Een schrijver die undercover deelneemt aan een reïntegratietraject, dat is de kat op het spek binden! Het boek “Paradijs bv. Op weg naar werk” is uitgegeven door Parterre, wat een heel toepasselijke naam is voor een traject dat toegespitst lijkt op de onderste trede van de participatieladder. Met als enige mobiliteitsmogelijkheid een gang naar de kelder, waar gestraft wordt met kortingen op een uitkering en waar ook zonder korting niet van te leven valt. “Wie hier binnentreedt, laat alle hoop varen!”

Riccardo Alberelli, de schrijver van het boek dat vandaag precies zes jaar geleden verscheen, maar absoluut niet gedateerd is, trakteert ons op een absurdistisch, hilarisch, soms schrijnend verslag van een reïntegratietraject richting alles, behalve betaald werk. Van week tot week wordt de weg beschreven waarlangs de door coaches “uitverkorenen” via k(o)lerenhangers sorteren en dozen vouwen (lees: werkhouding observeren en talenten in kaart brengen), gymnastiekoefeningen en verplicht positief denken (lees: ongevraagd in therapie, positief reprogrammeren) rijp worden gemaakt voor de arbeidsmarkt.

Lees verder: Absurdistisch en schrijnend verslag van een reïntegratietraject (Doorbraak)