Maandelijks archief: november 2016

Flextensie, de nieuwe ‘vrijwillige’ vorm van dwangarbeid

Flexkandidaten.
Flexkandidaten.

Vorige week plaatsten we in onze rubriek “Nieuws elders” een bericht over politici in Hoorn die vraagtekens zetten bij “flextensie”, een concept waarbij bazen die tijdelijk personeel nodig hebben uitkeringsgerechtigden kunnen inhuren tegen een vast uurtarief van 11,75 euro. Die baanlozen gaan dan aan de slag zonder loon of arbeidsrechten. Kortom: dwangarbeid.

Het concept is heel simpel. Flextensie werkt op basis van inhuur. Een baas kan ons, bijstandsgerechtigden, inhuren voor veelal tijdelijk werk. Zonder enige verplichting, behalve het betalen van een overeengekomen uurtarief aan het bedrijf “Flextensie”. Dat uurtarief, gebaseerd op het minimumuurloon plus werkgeverslasten, varieert van 11,75 tot 12 euro per uur.

Wij, de dwangarbeiders, ‘verdienen’ anderhalf tot twee euro per uur, en dat wordt ons uitbetaald door Flextensie. Het bedrijf steekt ongeveer een derde van het inhuurtarief in de eigen zak en wat er overblijft gaat naar de gemeentekas als besparing op de uitkeringslasten. Met andere woorden: wij worden geacht te werken zonder loon, arbeidsrechten, CAO of baangarantie om zo onze uitkering te bekostigen.

Het verhuren en uitbuiten wordt met de bekende uitgekauwde drogredenen aan ons versleten: “De bijstandsgerechtigde doet werkervaring op, maakt meer kans op een baan, is onder de mensen en moet toch iets met zijn tijd”. Het weigeren van dwangarbeid via Flextensie wordt, voor zover we weten, nog niet bestraft met sancties. We mogen onszelf dus op ‘vrijwillige’ basis laten uitbuiten!

Koppelbazen

Hoorn is niet de enige gemeente die via deze “sociale onderneming” met haar concept flextensie een “baanlozenbestand” aan de dwangarbeid zet. Ook Delfzijl doet het. Ja, dat is die gemeente van het “fit voor werk”-schandaal waarbij baanlozen in de supermarkt verplicht moesten winkelen en dan alles weer terug moesten leggen. En ook Appingedam en Loppersum, Drechterland, Enkhuizen, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Stede Broec, Albrandswaard, Almere, Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland en Reimerswaal, Ooststellingwerf, Utrecht (“Flextensie maakt ook flexibel werken lonend!”),Purmerend, en Zaanstad voeren onze precarisering verder op via flextensie.

Volgens de website van Flextensie zijn er ook samenwerkingsverbanden met Alphen aan den Rijn, Barendrecht, Beemster, Edam-Volendam, Emmen, Groningen, Houten, IJsselstein, Kaag en Braassem, Landsmeer, Leidschendam-Voorburg, Leeuwarden, Lopik, Nieuwegein, Nieuwkoop, Oostzaan, Ridderkerk, Vianen, Voorschoten-Wassenaar, Waterland en Zeevang en met het bedrijf IBN Arbeidsintegratie.

De meeste bazen lopen niet echt te koop met hun gebruik van flextensie. Zo zou het grote schoonmaakbedrijf Asito zich volgens de website Locus verheugen op de samenwerking met Flextensie, maar is dat op de eigen website nergens terug te vinden. Ook bij navraag laat men daarover verder niets los.

Isoleren en onderdrukken

In het huidige neo-liberale kapitalisme worden we allemaal als solitaire individuen bezien. Als baanlozen worden we behandeld als economische entiteiten en beoordeeld op ons arbeids- en loonvermogen. Er wordt gekeken hoe productief we in potentie zouden kunnen zijn ten dienste van het kapitaal, en welk zetje we nodig hebben om te erkennen dat we onze baanloze status aan onszelf te danken hebben. Om onszelf te gaan zien als niets anders dan een economisch nuttige of onnuttige arbeidskracht. Om onszelf ‘vrijwillig’ voor de karretjes van ambtenaren, reïntegratiebedrijven en andere bazen te laten spannen.

Het ‘vrijwillige’ karakter van flextensie is welbewust. Het werkt individualisering verder in de hand en isoleert ons van potentiële bondgenoten. We worden dagelijks blootgesteld aan de terreur van sociale diensten, stigmatiserende media en politiek. We worden bang gemaakt en bang gehouden. Er kan in die context bezien geen sprake zijn van een werkelijk vrijwillige deelname aan de rechteloze uitbuitplaatsen van Flextensie. Bazen en organisaties die flextensie-overeenkomsten aangaan, mogen dan schermen met begrippen als “sociaal investeren”, maar feitelijk doen ze snoeihard mee aan het disciplineren en verarmen van baanlozen.

Vanuit de campagnes van de FNV en de SP tegen “werken zonder loon” en “verdringing” wordt er geen tegengas gegeven aan deze constructies, die ruim binnen de Participatiewet vallen. Feitelijk doet men met het concept flextensie precies waarvoor die wet bedoeld is: de ongelijkwaardige machtsverhoudingen op de arbeidsmarkt versterken. Alles wordt uit de kast gehaald om onze bestaansonzekerheid in stand te houden, te vergroten en te exploiteren. Staat en kapitaal kunnen immers niet zonder onze arbeidsreserves.

Werkweigering

Willen we deze structurele uitbuiting en onderdrukking stoppen, dan kunnen we dat samen doen. Weiger te werken voor de flextensie-uitbuiters. Solliciteer niet op flextensie-vacatures. Schrijf je ook niet in bij de organisatie Flextensie. Waarschuw elkaar voor Flextensie en informeer anderen.

Ken jij bedrijven of organisaties die samenwerken met Flextensie? Ken jij mensen die via Flextensie werken of hebben gewerkt? Ken je mensen die wel degelijk zijn bedreigd met sancties of een maatregel kregen opgelegd omdat ze de Flextensie-uitmelking hebben geweigerd? Deel die kennis en praktijkervaringen (eventueel anoniem) en mail ons: dwangarbeid@doorbraak.eu.

Puk Pent en Bart de Baan

(Overgenomen van doorbraak.eu )

Advertenties

Alleenstaande ouders met bijstand en kinderen inwonend bij familie in bittere armoede gestort

Alleenstaande ouders met bijstand en kinderen inwonend bij familie niet alleen getroffen door kostendelersnorm maar ook door sterke kortingen op het kindgebonden budget. Het inkomen daalt ver beneden het bestaansminimum.

Alleenstaande ouders met kinderen inwonend bij familie worden per 1 januari 2016 niet alleen getroffen door de kostendelersnorm maar ook getroffen door grote kortingen op het kindgebonden budget. Voorbeeld: alleenstaande ouder met twee kinderen van 4 en 7 jaar die inwoont bij haar moeder heeft een bijstandsuitkering van 694 euro en een kindgebonden budget van 83 euro en een zorgtoeslag van 7,50 euro per maand. Deze moeder houdt 200 euro en 3 cent over na aftrek vaste lasten. Volgens het voedingscentrum van het Nibud is zij aan voeding voor haar 2 kinderen en zichzelf kwijt per kind 3,67 en voor haarzelf 5,62. Prijspeil 2013. In totaal is dat 390 euro alleen voor voeding per maand wat zij volgens het Nibud kwijt is. Dus zij komt alleen al aan de basisbehoefte eten meer dan 160 euro per maand tekort. Deze mevrouw is arbeidsongeschikt en kan slechts 16 uur per week werken. Hoe komt deze mevrouw hieruit.

Lees verder op de Bijstandsbond blog: Alleenstaande ouders met bijstand en kinderen inwonend bij familie in bittere armoede gestort

Via juridische procedures gaten proberen te schieten in het keiharde uitkeringsbeleid

Logo van de Bijstandsbond.
Logo van de Bijstandsbond.

Rechters en gemeenten mijden principiële uitspraken over de Participatiewet en volgen in het algemeen nogal slaafs de ideologische prietpraat van de regering. Het komt vaak voor dat advocaten in verband met die wet namens een cliënt een rechtszaak beginnen tegen de gemeente. Soms trekt de gemeente voortijdig een besluit in dat op een individu betrekking heeft, bijvoorbeeld wanneer een voorlopige voorziening is aangevraagd en men ziet aankomen dat men de zaak gaat verliezen. Soms trekt de gemeente een besluit pas op het laatste moment bij een rechtszaak in, om zo te vermijden dat de rechter een principiële uitspraak gaat doen over het gemeentelijke beleid. Bij intrekking hoeft de gemeente namelijk geen rekening te houden met de mogelijke rechterlijke beslissing dat dat beleid in strijd is met de wet.

Dat soort uitspraken komen voor. Bij de cliënt die naar de rechter is gestapt, wordt het besluit dan teruggedraaid. In vergelijkbare gevallen kan de gemeente, wanneer de betrokken persoon geen procedure gaat voeren, het besluit doodleuk handhaven, hoewel het in strijd is met de wet. Dat doen gemeenten soms ook. De gemeente Amsterdam bijvoorbeeld handhaaft dan het beleid voor die cliënten die geen procedure zijn begonnen, wat in het verleden het geval is geweest bij de verschillende regelingen voor chronisch zieken en gehandicapten.

Centrale Raad van Beroep

Ook komt het regelmatig voor dat een bepaalde procedure door een cliënt wordt gevoerd tot aan de Centrale Raad van Beroep, de hoogste rechterlijke instantie voor wat betreft de Participatiewet. Ook als een zaak bij de Centrale Raad komt, gebeurt het dat de gemeente het bestreden besluit op het laatste moment intrekt. Weliswaar vinden er tussen gemeenten en de Centrale Raad geen overleggen achter gesloten deuren plaats. Dat mag namelijk niet. Maar de Centrale Raad kan tijdens de openbare rechtszitting door het stellen van vragen en het maken van opmerkingen subtiel laten doorschemeren dat men een principiële uitspraak ten nadele van de gemeente aan het overwegen is. Zo hebben gemeenten er alle belang bij om voor hen nadelige uitspraken over de verplichte “tegenprestatie” in het kader van de Participatiewet te vermijden. In zo’n geval trekt men het bestreden besluit liever in.

Dat wil uiteraard niet zeggen dat de Centrale Raad altijd kritisch is richting gemeenten. Vaak blijkt de Centrale Raad slaafs het beleid van de regering te volgen, zonder daar inhoudelijk kritiek op te leveren. Ook is de Centrale Raad er zeer terughoudend in om Nederlandse wetten, zoals die door het beleid van de regering tot stand komen, te toetsen aan internationale mensenrechtenverdragen die Nederland heeft ondertekend. Zo verwijst de Centrale Raad in de motivatie van uitspraken vrijwel nooit naar het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

Hoe slaafs de Centrale Raad het regeringsbeleid volgt, bleek onlangs bij de dertien uitspraken over de kostendelersnorm in diverse uitkeringen. De Centrale Raad voerde aan dat bij de kostendelersnorm, zoals ook de regering stelt, “de vangnetfunctie van de bijstand blijft gewaarborgd, het lonend blijft om te werken en er een bijdrage wordt geleverd om de schatkist van de overheid op orde te brengen”. Twee dagen later publiceerde het onderzoeksbureau Regioplan, dat in opdracht van de gemeente Amsterdam een onderzoek had uitgevoerd, een rapport waaruit bleek dat van de argumenten van de Centrale Raad veel niet klopt. De kostendelersnorm is ingevoerd omdat volgens de regering twee alleenstaanden die in hetzelfde huis wonen, veel kosten kunnen delen en dus minder kosten van levensonderhoud hebben dan een alleenstaande die alleen woont. Het onderzoek van Regioplan toont aan dat die redenering niet opgaat. De alleenstaanden die in hetzelfde huis wonen, kunnen veel kosten niet samen delen. En ze geraken door de kostendelersnorm in grote armoede. Dat is ook de reden waarom de Amsterdamse Bijstandsbond een petitie tegen de kostendelersnorm heeft opgesteld.

Lees verder: Via juridische procedures gaten proberen te schieten in het keiharde uitkeringsbeleid