Categorie archief: Baanlozen

Groningse wethouder spreekt van succes, maar 91,6 procent van de baanlozen wil niet meedoen aan zijn experiment “Bijstand op Maat”

Gronings logo.

“Veel belangstelling voor bijstand op maat”, meldt de gemeente Groningen op 6 november op haar website. “Het grote aantal aanmeldingen is voor mij een bevestiging dat veel bijstandsgerechtigden dezelfde overtuiging hebben dat het ook anders kan binnen de bijstandswet”, aldus GroenLinks-wethouder Sociale Zaken Mattias Gijsbertsen, die wil dat alle elementen van zijn beleid werken als vliegwielen. Hij wil ons wijs wil maken dat zijn nieuwste plannen aanslaan. Maar hoezo “veel” bijstandsgerechtigden?

Maar liefst negenduizend mensen met een bijstandsuitkering zijn uitgenodigd om mee te doen aan zijn onderzoek. Slechts 850 daarvan hebben zich aangemeld, volgens de gemeente. Dat betekent dat 8150 bijstandsgerechtigden weinig tot niets zien in het zoveelste experiment ‘hoe draag ik bij aan de totale afbraak van het uitkeringenstelsel en verdraag ik mijn toenemende bestaansonzekerheid in tijden van neo-liberaal kapitalisme en extreem-rechtse machthebbers’. Eat that, mister vliegwiel Gijsbertsen!

“Het experiment past in de lijn van andere initiatieven van de gemeente zoals parttime ondernemen in de bijstand en Kansen in Kaart. Hiermee worden bijstandsgerechtigden beter ondersteund richting werk, participatie en welzijn. Vertrouwen en een positieve benadering staan daarbij centraal”, gaat het gemeentelijke berichtje verder. Hoe durven Groningse beleidsmakers en uitvoerders termen als “vertrouwen” en “een positieve benadering” nog in de mond te nemen?! Het screenings- en activeringsproject “Kansen in Kaart” (3) is niet langer vrijwillig sinds ook daarvoor de interesse gering bleek. Deelname is verplicht gemaakt. Bijstandsgerechtigden die zich niet zich niet meer door Gijsbertsen en zijn personeel willen laten activeren staat een vette sanctie te wachten. Dus hoezo “vertrouwen” en “een positieve benadering”?

En hoezo ondersteuning “richting werk”? Welk werk? Flextensie misschien? Gijsbertsen zal binnenkort wel even enthousiast gaan berichten over die uitbuitconstructie, die ook al weer bijna een jaar draait in Groningen, en waarbij bijstandsgerechtigden zonder loon of arbeidsrechten tijdelijk conform de dwangarbeidregels ‘vrijwillig’ te werk worden gesteld bij reguliere bedrijven. Binnenkort wordt daar een intern evaluatie-rapportje over geschreven. En als de resultaten goed zijn, voor de wethouder, dan zal hij daar ook wel victorie over kraaien. En mochten de resultaten tegenvallen, ook dan zal ie wel kraaien, alleen valser, net als over Bijstand op Maat.

Puk Pent

(Overgenomen van doorbraak.eu)

Advertenties

De uitkering als vagevuur: de irrationele logica van activering en sancties

Deel van een afbeelding van het vagevuur door Sandro Botticelli.

Ontwerpen beleidsmakers uitkeringssystemen om hen die er recht op hebben te straffen? Baanlozen worden in toenemende mate blootgesteld aan vernederende maatregelen door de uitbetalingen afhankelijk te maken van het voldoen aan de aanwijzingen van medewerkers van uitkeringsinstanties, op straffe van boetes die kunnen leiden tot honger, armoede of erger. Het is een serieus bedoelde vraag: zijn onze beleidsmakers opzettelijk wreed? Of zijn zij slechts de pionnen van het neo-liberalisme, vastberaden om een gestage stroom van sollicitanten op gang te houden voor precaire arbeid?

Overal in de OESO zagen we in de afgelopen decennia hoe het actieve arbeidsmarktbeleid om zich heen greep en een bouwwerk van maatregelen op het gebied van toezicht, sancties en dwangarbeid tot stand bracht over het oudere naoorlogse sociale vangnet heen. Pleitbezorgers van dit type beleid stellen dat het economisch efficiënt is met zijn omscholing en druk op nietsnutten om werk te zoeken. Er zijn wat bewijzen dat de “menselijk kapitaal”-benadering goed is voor de economie vanwege het verbeteren van de competenties van arbeiders, maar druk en dreigementen lijken geen positief effect te hebben op uitkeringsgerechtigden. Critici stellen dat dit soort maatregelen wreed zijn en dat het effect van sancties niet alleen financieel van aard is, maar als constante psychologische bedreiging fungeert en daarmee negatieve gevolgen heeft voor gezondheid en welbevinden van werkzoekenden. De kans bestaat zelfs dat de staat op de lange termijn haar eigen belang schaadt door nu geld te besparen, maar toekomstige problemen te creëren.

Vertaling door Petra de Jong van “Welfare as Purgatory: The irrational rationality of activation and sanctions” op Discover Society

Hoewel er vele factoren meespelen – neo-liberale economische theorieën, technocratie, psychologische controle en meer – is onze stelling dat beleidsmakers gemotiveerd worden door diepere elementen in onze cultuur. We doelen dan op het idee van het vagevuur, het idee dat straf loutert.

Beleidsmakers, medewerkers van uitkeringsinstanties en zelfs werkzoekenden bezien hun situatie niet neutraal of objectief, maar via diepgewortelde culturele denkkaders. Zeker wanneer mensen zich geconfronteerd zien met zaken als complexe, grootschalige economische processen, of de verbijsterende ervaring van het baanloos zijn, interpreteren mensen hun wereld met behulp van diepere culturele ideeën – en dit beïnvloedt hun gedrag. Hervormingen in het uitkeringsstelsel zijn niet gebaseerd op bewijzen, maar op het idee van het vagevuur. Dit idee, hoe verborgen ook, vormt al tijden een inspiratie voor hen die toezicht houden op de baanlozen, van werkhuis tot arbeidsbureau.

Dit historische argument werd ook verwoord door Max Weber, die suggereerde dat het protestantse idee van de wereld als beproeving voor de ziel maakte dat geluk werd gezien als een teken van goddelijke voorzienigheid. Binnen dit wereldbeeld wordt een individu aangemoedigd om hard te werken in beroep of onderneming, met als doel niet enkel een hogere sociale status of de vervulling van hebzuchtige verlangens, maar vooral ten behoeve van het eigen zielenheil. Binnen deze logica kunnen de armen nog enigszins verlost worden door hard werken, maar zijn nietsnutten moreel verwerpelijk.

Het is een bekend gegeven dat Luther het geven van aalmoezen ten behoeve van hen die zich in het vagevuur bevinden, bekritiseerde. En toch zijn het desondanks juist de protestantse en calvinistische landen waar de middeleeuwse vorm van bijstand – liefdadigheid die rechtstreeks ten goede kwam aan de armen – door middel van staatsarbeidsprogramma’s en werkhuizen omgevormd werd tot een soort vagevuur.

Het vagevuur is een overgangsfase na het leven waarin een individuele ziel moet lijden voor begane zonden. De tijd gedraagt zich er anders, het gaat langzamer, zoals de vervelende dagen van het baanloos zijn. Er zijn straffen, niet zo erg als in de hel, maar kritiek punt is dat ze zijn ontworpen om de ziel te reinigen, zodat die de verlossing waard wordt. De straffen zijn op maat gemaakt voor de aard van de zondaar, die als individu hervormd moet worden, min of meer parallel aan de manier waarop baanlozen beoordeeld en ingedeeld worden voor specifieke behandelingen – werk zoeken, stages, omscholing, enzovoorts.

Naast het idee dat straffen noodzakelijk is voor zondaars, is de centrale gedachte achter het vagevuur dat lijden een positief effect heeft; het reinigt individuen van hun zondige verlangens en gebrek aan weerstand tegen verleidingen, het bouwt hen op en transformeert hen tot waardige zielen. Het beproeven van individuen, hen onderwerpen aan een versie van de bijbelse “beproevingen van Job” wordt nu het voorrecht van de bedenkers van uitkeringsprocedures.

Maar zijn uitkeringsprocedures gemodelleerd naar het vagevuur? In economisch jargon is baanloosheid een “arbeidsmarktovergang” en werk zoeken vormt een tussenfase tussen de hemel van een baan en de hel van totale armoede. Het is overduidelijk dat moderne opvattingen en de institutionele logica van uitkeringsbeleid het individu beschouwen als schuldig aan de eigen baanloosheid – velen worden onderworpen aan psychologische tests en dwang, alsof ze een karakterfout hebben. In de praktijk wordt baanloosheid gezien als een individueel probleem en niet als een structureel probleem. Een uitkering wordt niet gezien als een recht, maar als een schuld in ruil waarvoor de uitkeringsgerechtigde moet toestaan dat zijn leven nader wordt onderzocht door anderen en in ruil waarvoor hij nederig moet worden en elke aanbieding voor wat voor baan dan ook moet accepteren. Werkzoekenden moeten hun schuld aflossen door voortdurende inspanningen om een baan te zoeken. Ze zijn niet langer economische rechtspersonen met keuzevrijheid, ze worden subjecten die zonder repercussies gecommandeerd, onder druk gezet en gestraft mogen worden.

De druk richting activering is in het Verenigd Koninkrijk tientallen jaren oud, en het negatieve effect op uitkeringsgerechtigden heeft geleid tot letterlijk duizenden doden wegens slechte gezondheid en zelfmoord, hetgeen leidde tot een VN-onderzoek in 2016. Er is echter veel maatschappelijke steun voor het steeds maar strenger maken van uitkeringsprodures en voor het gebruik door de media van imaginaire “uitkeringsfraudeurs” als zondebokken. De vagevuurlogica is duidelijk in speeches van Iain Duncan Smith, toenmalig Minister voor Werk en Pensioenen, die zorgde voor een buitengewone toename in uitkeringssancties in de periode 2010-2013:

“…niemand zal over het hoofd gezien worden of zonder hulp worden achtergelaten… maar we zeggen tegen iedereen dat er geen mogelijkheid meer is om je te onttrekken aan een streng werkzoekregime. Als mensen vast zitten in een positie van afhankelijkheid van de staat, worden hun talenten te vaak verspild… enerzijds aan pogingen om meer geld van de staat te krijgen… anderzijds om de staat te ontlopen wanneer individuen geduwd worden richting de schaduweconomie of de donkere wereld van de kleine misdaad.”

Hier komen werkzoekenden uit de bus als potentiële misdadigers, als luie bedelaars, als sluwe klaplopers die misbruik maken van veel te vrijgevige uitkeringsstelsels en die op die manier hun talenten vergooien. De morele boventonen zijn duidelijk: zelfs “vergooide talenten” spiegelen de bijbelse “Parabel van de Talenten”, waarin het niet gebruiken van je gaven zondig is. Het is opvallend dat, hoewel deze speech een heel gebruikelijk onderscheid maakt tussen oprechte en dubieuze werkzoekenden, alle werkzoekenden worden onderworpen aan een “streng” regime. Straf is verplicht. Het nieuwe systeem verwacht dat werkzoekenden de nodige inspanningen hebben verricht nog voordat ze zich inschrijven, als bewijs van hun toewijding aan het proces.

In 2015 gaf premier David Cameron ook uiting aan de vagevuurlogica door uitkeringshervormingen te presenteren als een manier om problemen op te lossen die gecreëerd waren door voorgaande systemen, met name “afhankelijkheidscultuur”: “Dat het loont om niet te werken. Dat je iets verdient voor niets. Het bracht ons miljoenen mensen die thuis zaten nog voordat de recessie toesloeg. Het creëerde een cultuur van denken dat je ergens recht op hebt.”

Hier komen we de zonde hoogmoed tegen, weigeren te werken, naast de zonde ledigheid – “thuis zitten”. Deze individuen hebben een overtreding gemaakt tegen de “protestantse moraal” die werken beschouwt als de enige manier om geluk te verdienen. Hoewel Cameron dit deels poneert als de uitkomst van perverse prikkels binnen vorige uitkeringsstelsels, beschouwt hij het ook als persoonlijk moreel falen: “Eerst moeten we armoede bij de bron aanpakken, of het nu schulden zijn, een gezin dat uiteen valt, falen in het onderwijssysteem of verslaving. Daarna moeten we erkennen dat de enige lange termijn-oplossing voor armoede werk is.”

Individuen schuldig achten aan krachten in het systeem die met tussenpozen voor werkloosheid zorgen, is weliswaar bekritiseerd op ideologische gronden, maar het punt hier is om de gedachtegang achter deze uitkeringshervormingen te begrijpen. Werk wordt gepresenteerd als verlossend, een lapmiddel voor morele tekortkomingen, ook al neemt het aantal werkende armen toe. Uiteindelijk stelt Cameron voor dat werkzoekenden zonder betaling gemeenschapswerk zouden moeten verrichten, zoals het schoonmaken van parken. In plaats van het bestrijden van werkloosheid door daadwerkelijk schoonmakers of tuiniers in te huren, grijpt het uitkeringssysteem om zich heen als een vagevuurcomplex voor het tot stand brengen van straffen.

Werkzoekenden die wij hebben gesproken over hun ervaringen omschrijven baanloosheid niet zelden in termen die doen denken aan het vagevuur: bijvoorbeeld “niets doen”, “limbo”, “in de ijskast gezet”, enzovoorts. Velen zagen de interacties met medewerkers van de uitkeringsinstantie als vernederend en zinloos. En toch, wanneer ze werden gedwongen tot sollicitaties, cursussen en stages die vrijwel zinloos leken, aanvaardden velen van hen deze behandeling als goed voor hen: het “gaf structuur”, “zorgde dat ze uit bed kwamen” of “hield ze gewoon bezig”. Dus hoewel het regime onplezierig, pijnlijk en soms zelfs dodelijk is, aanvaarden veel individuen het liever dan dat ze ertegen in opstand komen, omdat zij het morele idee van het vagevuur delen: de straf zal uiteindelijk de moeite waard blijken. Veel werkzoekenden die wij spraken, stelden dat zij geen ‘echte’ werklozen waren, dat het anderen waren die sancties verdienden.

Weinig beleidsmakers of medewerkers van uitkeringsinstanties denken letterlijk aan het vagevuur, maar toch is het idee van hervormende straf het centrale idee achter sancties jegens de baanlozen. Onze theorie is bedoeld om licht te werpen op de culturele logica die zaken als activering en de bredere hervormingen van de verzorgingsstaat drijft. Natuurlijk kan de vagevuurlogica ideologisch bekritiseerd worden, maar zelf binnen dit idee is er ruimte voor een humanere en meer rationele manier om met mensen om te gaan en een wat barmhartiger soort vagevuur tot stand te brengen. In plaats van activering stellen wij een onvoorwaardelijke uitkering voor, waar individuen hun eigen transformatie vorm kunnen geven zonder de dreiging van sancties, zodat elk aanbod van ondersteuning en training optioneel is. Oftewel, het herontwerpen van uitkeringsstelsels met in gedachten een ander religieus idee – namelijk: niet oordelen over anderen.

Tom Boland en Ray Griffin
(De auteurs geven beiden les aan het Waterford Institute of Technology, waar ze leiding geven aan het Waterford Unemployment Experiences Research Collaborative (WUERC), onderdeel van het Centrum voor de Studie van de Morele Grondslagen van Economie en Maatschappij. Hun werk bestudeert de huidige ervaring van baanloosheid, uitkeringen en de arbeidsmarkt. Hun in 2015 herdrukte werk over de sociologie van baanloosheid werd gepubliceerd door Manchester University, en momenteel onderzoeken ze de morele en culturele betekenissen van arbeid en bijstand.)

(Overgenomen van doorbraak.eu)

Groningse bijstandsgerechtigden boycotten massaal het Kansen in Kaart-project

In actie tegen keukentafelgesprekken (stukje van een actieflyer).

Het project “Kansen in Kaart” (KiK) waarmee de gemeente Groningen baanlozen wil screenen en activeren wordt gedwarsboomd door individueel verzet. Honderden bijstandsgerechtigden besloten om niet in te gaan op de uitnodiging. Kennelijk zien ze geen heil in deelname en willen daarom geen contact met het KiK-team. Deelname aan het project was vrijwillig, maar de gemeente zet nu haar vriendelijke masker af en gaat voortaan kortingen uitdelen aan wie zich niet wil laten screenen en activeren.

Het KiK-project loopt vanaf vorig najaar. De gemeente wil via de individuele gesprekken ontdekken waar de “talenten en mogelijkheden” van bijstandsgerechtigden liggen. Die “talenten en mogelijkheden” moeten worden benut, en wel door inzet van de baanlozen in door de staat goedgekeurd ‘vrijwilligerswerk’, door deelname aan de uitbuitconstructie Flextensie of door onbetaald aan de slag te gaan in een participatiebaan. De gemeente ging er vanuit dat we dat allemaal ‘vrijwillig’ doen.

Het ingehuurde KiK-team sprak tot nu toe met 1.729 bijstandsgerechtigden. In totaal ontvingen 3.627 mensen een uitnodiging. Dat impliceert dat maar liefst 1.898 bijstandsgerechtigden geen gesprek wilden. Die zagen in dat KiK hen niets nuttigs zal opleveren. Je zou kunnen spreken van passief protest, van de voeten laten spreken. In de rapportage “Voortgang en borging Kansen in Kaart” van 20 september wordt dit individuele tegenstribbelen zo geduid: “Mogelijke verklaring is het gegeven dat wij in de loop van het project het uitgangspunt van ‘vrijwilligheid’ meer expliciet in de brief hebben vermeld.” Die expliciete vermelding van het vrijwillige karakter kwam er na protesten van onder meer DANG, en zo hebben baanlozen van onderop het project voor een flink deel de das omgedaan.

Dat is natuurlijk onacceptabel voor bestuurders. Daarom wordt er nu korte metten gemaakt met die vrijwilligheid en komt er een nieuwe werkwijze: “Als klanten in de nieuwe werkwijze, ook na een herhaalde uitnodiging, weigeren om contact te hebben met de gemeente kan op grond van de Participatiewet een sanctie worden opgelegd.” Dat meer repressieve regime gaat per 1 januari 2018 in en heeft een uitermate dwingend “uitgangspunt”. De gemeente spreekt van “stimuleren en faciliteren” en verzekert de baanlozen dat dat niet gelijk staat aan “vrijblijvendheid”. Men zal een “nadrukkelijk appel” op “klanten” doen om naar vermogen “mee te doen”.

De verscherping van het Groningse bijstandsregime is onmiskenbaar, voor de huidige bijstandsgerechtigden, maar ook voor mensen die in de toekomst een beroep zullen doen op deze zwaarbevochten sociale zekerheid: “Vanaf het moment dat iemand een beroep doet op de Participatiewet wordt er structureel contact onderhouden. Geen contact is geen optie. Zowel klanten als de gemeente zijn hieraan gecommitteerd. Dat betekent dat wij het uitgangspunt van vrijwilligheid, zoals gehanteerd tijdens de projectperiode, in die structurele nieuwe werkwijze vervangen door een ‘wederkerige verplichting’.” Om bijstandsgerechtigden beter in het gareel en onder de duim te houden wordt er maar liefst een miljoen euro tegenaan gegooid en wordt het ingehuurde KiK-team vervangen door een eigen team.

Meer en meer bijstandsgerechtigden prikken gelukkig feilloos door de mooie en holle praatjes van politici en beleidsmakers heen. “U bent aan zet”, slijmt de KiK-folder en “U krijgt de ruimte”, echoot de Bijstand op Maat-uitnodiging. Het zijn niet meer dan loze beloften, want bijstandsgerechtigden krijgen slechts de ruimte die de repressieve gemeente hen toebedeelt. Verzetten we ons binnen die ruimte, willen we meer of andere ruimte of doen we andere zetten dan die de gemeente beoogt, dan lopen we tegen keiharde repressie aan. Hoe baanlozen deze ‘zet’ van de gemeente zullen counteren, zal spoedig blijken…

DANG