Categorie archief: Baanlozen

Social Impact Bonds: disciplineringssysteem tegen mensen aan de onderkant van de samenleving

Voorkant van een brochure van ABN AMRO.

Ben jij baanloos, bijstandsgerechtigd, ongediplomeerd schoolverlater, dakloos, vluchteling, ernstig ziek, schuldenaar of ex-gedetineerd? Dan is de kans groot dat je gedurende je schuldhulp, inburgering of reïntegratie voor een bank, zoals de Rabobank, een zorgverzekeraar, zoals het CZ, of een subsidiefonds, zoals het Oranje Fonds, moet werken. En nee, de financiële opbrengsten gaan niet naar jou of naar een collectieve pot, maar via de overheid naar particuliere kapitaalbezitters. Dit proces van zogeheten Social Impact Bonds is gestaag in opmars. Tegen deze privatisering en kapitalisering en tegen de verdergaande disciplinering van arm gemaakte mensen dienen we ons met hand en tand te verzetten.

Bij het uitpluizen van de uitbuitconstructie Flextensie zien we dat de Rabobank Foundation onder andere in Zaandam het een en ander voorfinanciert. We staan daar niet zo bij stil totdat eind januari 2018 de gemeente Veldhoven met veel bombarie een Social Impact Bond (SIB) aankondigt: “Investeerders financieren de inburgering van statushouders”. De Rabobank Foundation blijkt ook dit project te voorfinancieren. Vluchtelingen die moeten inburgeren, blijken daartoe zo goed als zelf een speciaal opgerichte “startup” te moeten draaien. Deze constructie wordt in de mainstream alom geprezen: “Wat goed, zeg, het bedrijfsleven gaat doen wat de zich terugtrekkende overheid nalaat…”. Ook D66-minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Wouter Koolmees ziet wel brood in deze en andere SIBs.

In maart 2018 brengt de gemeente Venlo naar buiten dat er “de komende twee jaar 50 bijstandsgerechtigden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt” aan een baan worden ‘geholpen’ in een constructie met de ‘sociale’ onderneming Rendiz. Uiteraard rinkelen de alarmbellen bij deze aankondiging van een tewerkstellingsproject én de vermelding van de Rabobank Foundation. En jawel, daar is die Impact Bond weer.

Wat is een Social Impact Bond (SIB)?

Een onderneming of organisatie ‘krijgt’ geld van private investeerders (banken en fondsen), al dan niet na een aanbestedingsprocedure waarin een ondernemer het inhoudelijke deel van een SIB bedenkt. Met dat geld gaat een lokaal of landelijk overheidssproject worden uitgevoerd, met een gemiddelde looptijd van twee tot vijf jaar en bedoeld voor mensen aan de onderkant van de samenleving. Dat zijn integratie- en reïntegratietrajecten.

De gemeente of landelijke overheid sluit van tevoren een contract af met makelaars of andere intermediairs die op hun beurt investeerders zover krijgen dat ze beleggen in zo’n project. Een gemeente of landelijke overheid levert de “doelgroepen” aan bij de uitvoerende organisatie. Ook worden er doelen gesteld, want resultaten wegen zwaar binnen een SIB. Bijvoorbeeld: tien bijstandsgerechtigden moeten binnen drie jaar aan een baan komen.

Een SIB wordt gemonitord en het resultaat wordt getoetst door zogenaamd onafhankelijke beoordelaars, zoals wetenschappers van een universiteit, een onderzoeksbureau of wie dat dan ook mag doen. Op deze manier wil men malafide praktijken voorkomen en zogeheten “social impact” meten.

Als het doel wordt behaald, dan wordt het geleende kapitaal met rente – vanuit besparingen op uitkerings- of andere budgetten – door de gemeente of landelijke overheid terugbetaald aan de private investeerders. Mislukt een SIB en wordt het resultaat dus niet behaald, dan ligt het verwaarloosbare risico bij de investeerders.

SIBs worden verkocht als “investeren om een maatschappelijk probleem op te lossen”. Naast Social Impact Bonds zijn er ook Health Impact Bonds, Humanitarian Impact Bonds en Development Impact Bonds. Wereldwijd zijn er momenteel een paar honderd van dit soort Impact Bonds.

Ook Den Haag waagt zich aan de Impact Bonds. Sinds 2017 loopt daar de Health Impact Bond (HIB) “Sociaal Hospitaal”. Deze HIB is erop gericht om 250 “multi-probleemgezinnen” te ‘helpen’ met hun “problematische” schulden. Deze Impact Bond wordt gefinancierd door zorgwoekeraar CZ, die de investering doet om de “zorgconsumptie” en “ondersteuningskosten” van de gezinnen te verminderen via het inzetten op “bestaanszekerheid”.

No cure, no pay

Met Impact Bonds wordt er door superrijke banken, privé- en maatschappelijke fondsen (al dan niet met ANBI-status) en kapitale ondernemingen, zoals CZ, geld geïnvesteerd in disciplineringsprojecten voor mensen aan de onderkant van de samenleving. De doelen van de Impact Bonds zijn bewust klein. Daarmee zijn de risico’s zo goed als nihil, en is een succes dus al snel behaald. Het schijnt dé constructie voor de lokale en landelijke overheid te worden om geld te onttrekken aan collectieve voorzieningen en daarmee aan de mensen die een beroep doen op die voorzieningen. De besparingen op bijvoorbeeld een toch al zwaar bezuinigd uitkeringsbudget vloeien met de Impact Bonds namelijk niet terug naar de gemeentekas, maar naar de investeerders. Ook de opbrengsten voor de uitvoerders van de Impact Bonds zullen niet onaardig zijn. Daarnaast moeten die bedrijven of organisaties een project ook een beetje leuk optuigen met banen voor extra toezichthouders, werkbegeleiders, onzincoaches of bijvoorbeeld een leuk pandje om de “doelgroep” gedurende het project in onder te brengen.

“No cure, no pay” is al langer gebruikelijk in de nog altijd booming integratie- en reïntegratie-industrie. Maar de nadruk op meetbaar resultaat wordt met de Impact Bonds nog wat vetter aangezet. Niet alleen het resultaat wordt getoetst, maar ook de wijze waarop een SIB wordt opgezet en uitgevoerd. Dat wordt gemonitord door zogenaamd onafhankelijke onderzoekspartijen, zoals bijvoorbeeld de Erasmus Universiteit.

Terug naar de markt

In het verleden werd er door de overheid veel geld rechtstreeks aan grote en kleine reïntegratiebedrijven gegeven. Binnen de SIB-constructie nemen particuliere investeerders dat voor hun rekening. Na behaald resultaat keert de gemeente geld uit aan de investeerders. Het is pure winst voor een gemeente om investeerders reïntegratie- en andere trajecten te laten bekostigen. Het regime en de repressie blijft in handen van de lokale en landelijke overheid. De trajecten kosten de gemeenten in eerste instantie geen drol. Gemeenten en landelijke overheid “ontzorgen” zichzelf daarmee, doordat ze niet in hun eentje de integratie en reïntegratie van arm gemaakte mensen hoeven te organiseren. Dat wordt nu weer nadrukkelijker bij marktpartijen neergelegd.

Het is zeer waarschijnlijk dat Impact Bonds nog meer uitbuitconstructies in de hand werken. Er is binnen het SIB-systeem voor bijstandsgerechtigden hoe dan ook sprake van loondrukkende maatregelen, aangezien de baanlozen zonder loon en arbeidsrechten te werk worden gesteld, in een poging om gedurende een SIB-traject aan een baan te komen door werkervaring op te doen via leerwerkplekken, stages, enzovoorts. Hoe makkelijk kan het voor de uitvoerders worden om uiteindelijk het beoogde resultaat te behalen? Regel tegen het einde van een SIB-project voor een paar bijstandgerechtigden wat tijdelijke en slecht betaalde flexbaantjes bij een bank, en voila: het doel is behaald en de winst is voor de investeerders en de overheid.

Oude wijn in nieuwe zakken

De lijst met Nederlandse Impact Bonds is groeiende (zie overzicht onderaan). Veel gemeenten en ondernemers zijn al bezig met Impact Bonds. Of ze tonen buitengewoon veel interesse in deze neo-liberale constructies, daarin aangemoedigd door landelijke en Europese overheden. En het lijkt er sterk op dat er ruim baan wordt gemaakt voor alle kapitaalkrachtigen om zich vergaand te bemoeien met het leven van kwetsbare en arme mensen zonder macht. Immers, het beleggen van geld in gemarginaliseerde groepen (lees: het samen met de overheid uitbuiten van die groepen) verhoogt de sociale status van die investeerders. Het zal ook vast heel goed voelen voor private beleggers, fondsen, bedrijven en banken om de schijn te kunnen ophouden dat ze “maatschappelijk verantwoord” bezig zijn.

Social Impact Bonds en andere Impact Bonds worden bejubeld als dé manier om baanloosheid en armoede aan te pakken. Maar wat verandert er nu wezenlijk voor bijstandsgerechtigden, baanlozen, schuldenaren, zieken, vluchtelingen en anderen die moeten meedoen in een SIB of HIB? Niets, want de projecten lijken als twee druppels water op de bestaande integratie- en reïntegratietrajecten. Mensen moeten nog steeds leren solliciteren, een cursus of workshop volgen en testen doen om te bedenken wat hun “droombaan” of “droomonderneming” is. Ze moeten leren budgetteren en leren om op tijd hun rekeningen te betalen. Ze moeten de Nederlandse taal en de veronderstelde Nederlandse normen en waarden leren. Ze moeten leren hoe ze hun baan kunnen behouden of hoe ze aan een nieuwe baan moeten komen. Ze moeten leren wat een “gezonde levensstijl” is. Oude wijn in nieuwe zakken dus, met geld van particuliere investeerders.

Binnen de constructie van Impact Bonds zijn mensen gecategoriseerd. De “doelgroep” wordt als “bussinesscase” op risico en potentiële opbrengsten geanalyseerd, maar nog altijd individueel onder druk gezet om te presteren. Die psychologische druk zal toenemen, aangezien er bij Impact Bonds meer belanghebbenden baat hebben bij een positief resultaat. Bijstandsgerechtigden moeten daarbij niet alleen hun casemanager, werkbegeleider en andere baanlozenexploitanten tevreden houden, maar ook de investeerders. Het is goed voorstelbaar hoe huidige en toekomstige investeerders een inhoudelijke vinger in de pap gaan steken. Zij willen hun beleggingspakketjes verzekerd zien van een goede uitkomst en hebben daarnaast een eigen agenda, die vrijwel altijd naadloos aansluit op die van de uiterst rechtse neo-liberale kabinetten van de afgelopen jaren.

Bart de Baan
Puk Pent

Impactbonds in Nederland

1. Social Impact Bond: Buzinezzclub Rotterdam – baanloze jongeren (2013)
Start Foundation en ABN AMRO investeren 680.000 euro in een project om 160 baanlozen jongeren uit de bijstand te werken. De uitvoerder is de Buzinezzclub.

2. Social Impact Bond: Buzinezzclub Utrecht – baanloze jongeren (2015)
Oranje Fonds en ABN AMRO investeren 2.100.000 euro om 380 tot 540 jongeren tussen de 18 en 30 jaar uit de bijstand te werken. De uitvoerder is de Buzinezzclub.

3. Sociale Impact Bond: Werkplaats Rotterdam Zuid – bijstandsgerechtigden (2015)
Fonds DBL investeert 13.000.000 euro om 750 mensen uit de bijstand te werken. De uitvoerder was de publiek-private Werkplaats Rotterdam Zuid die in 2017 failliet is verklaard. De huidige uitvoerder is onbekend.

4. Social Impact Bond: The Colour Kitchen, Utrecht – baanloze jongeren/ongediplomeerde schoolverlaters (2015)
Rabobank Foundation en de Start Foundation investeert 1.430.000 euro om 250 baanloze jongeren van 17 tot 35 jaar uit de bijstand te werken. De uitvoerder is The Colour Kitchen.

5. De eerste landelijke Social Impact Bond: Werk na Detentie – baanloze ex-gedetineerden (2016)
– Start Foundation, Oranjefonds en ABN AMRO Social Impact Fund investeren samen 1.200.000 euro om 150 baanloze gedetineerden die meer dan drie en minder dan twaalf maanden hebben gezeten, uit de bijstand te werken. De uitvoerder is WorkWise Direct.

6. Social Impact Bond: Buzinezzclub Eindhoven – baanloze/bijstandsgerechtigde jongeren (2016)
– Start Foundation, ABN AMRO Social Impact Fund en Buzinezzclub investeren samen 1.700.000 euro om 300 tot 360 jongeren in de gemeente Eindhoven uit de bijstand te werken. De uitvoerder is Buzinezzclub.

7. Social Impact Bond: Boas Werkt, Enschede – bijstandsgerechtigden (2016)
– Start Foundation, ABN AMRO Social Impact Fund en uitvoerder BOAS Werkt investeren samen 1.100.000 euro om 138 baanlozen in de gemeente Enschede uit de bijstand te werken. De uitvoerder is BOAS Werkt.

8. Health Impact Bond: Den Haag, Sociaal Hospitaal – gezinnen (2017)
Zorgverzekeraar CZ investeert 4.750.000 euro om 250 “multi-probleemgezinnen” in Den Haag te “helpen met het oplossen van hun schulden”. De uitvoerder is Sociaal Hospitaal.

9. Health Impact Bond: Utrecht – kankerpatiënten “reïntegreren” (2017)
– ABN AMRO Social Impact Fund en Start Foundation investeren 640.000 euro om 140 werkende mensen met kanker “duurzaam te reïntegreren naar werk’. De uitvoerders zijn ArboNed en Re-turn.

10. Social Impact Bond: Veldhoven/IamNL – bijstandsgerechtigde vluchtelingen (2017)
De Fundatie van den Santheuvel-Sobbe en een onbekende investeerder investeren ruim 1.000.000 euro om 70 vluchtelingen in Veldhoven uit de bijstand te werken. De uitvoerders zijn IamNL en Regina Coeli.

11. Social Impact Bond: Venlo/Rendiz – bijstandsgerechtigden (2018)
– In twee jaar tijd moeten 30 bijstandsgerechtigden uit de bijstand worden gewerkt. De Rabobank Foundation is investeerder. De uitvoerder is Rendiz.

12. Social Impact Bond: Hengelo, Eindhoven, Enschede, Amsterdam, Utrecht, Leiden – Disciplinering Jong Volwassenen (2018)
– Initiatiefnemers zijn Deloitte en het Nederlands Jeugdinstituut. Uitvoerders zijn nog onbekend, aanbestedingen lopen.

Overgenomen van doorbraak.eu

Advertenties

Groningse wethouder spreekt van succes, maar 91,6 procent van de baanlozen wil niet meedoen aan zijn experiment “Bijstand op Maat”

Gronings logo.

“Veel belangstelling voor bijstand op maat”, meldt de gemeente Groningen op 6 november op haar website. “Het grote aantal aanmeldingen is voor mij een bevestiging dat veel bijstandsgerechtigden dezelfde overtuiging hebben dat het ook anders kan binnen de bijstandswet”, aldus GroenLinks-wethouder Sociale Zaken Mattias Gijsbertsen, die wil dat alle elementen van zijn beleid werken als vliegwielen. Hij wil ons wijs wil maken dat zijn nieuwste plannen aanslaan. Maar hoezo “veel” bijstandsgerechtigden?

Maar liefst negenduizend mensen met een bijstandsuitkering zijn uitgenodigd om mee te doen aan zijn onderzoek. Slechts 850 daarvan hebben zich aangemeld, volgens de gemeente. Dat betekent dat 8150 bijstandsgerechtigden weinig tot niets zien in het zoveelste experiment ‘hoe draag ik bij aan de totale afbraak van het uitkeringenstelsel en verdraag ik mijn toenemende bestaansonzekerheid in tijden van neo-liberaal kapitalisme en extreem-rechtse machthebbers’. Eat that, mister vliegwiel Gijsbertsen!

“Het experiment past in de lijn van andere initiatieven van de gemeente zoals parttime ondernemen in de bijstand en Kansen in Kaart. Hiermee worden bijstandsgerechtigden beter ondersteund richting werk, participatie en welzijn. Vertrouwen en een positieve benadering staan daarbij centraal”, gaat het gemeentelijke berichtje verder. Hoe durven Groningse beleidsmakers en uitvoerders termen als “vertrouwen” en “een positieve benadering” nog in de mond te nemen?! Het screenings- en activeringsproject “Kansen in Kaart” (3) is niet langer vrijwillig sinds ook daarvoor de interesse gering bleek. Deelname is verplicht gemaakt. Bijstandsgerechtigden die zich niet  meer door Gijsbertsen en zijn personeel willen laten activeren staat een vette sanctie te wachten. Dus hoezo “vertrouwen” en “een positieve benadering”?

En hoezo ondersteuning “richting werk”? Welk werk? Flextensie misschien? Gijsbertsen zal binnenkort wel even enthousiast gaan berichten over die uitbuitconstructie, die ook al weer bijna een jaar draait in Groningen, en waarbij bijstandsgerechtigden zonder loon of arbeidsrechten tijdelijk conform de dwangarbeidregels ‘vrijwillig’ te werk worden gesteld bij reguliere bedrijven. Binnenkort wordt daar een intern evaluatie-rapportje over geschreven. En als de resultaten goed zijn, voor de wethouder, dan zal hij daar ook wel victorie over kraaien. En mochten de resultaten tegenvallen, ook dan zal ie wel kraaien, alleen valser, net als over Bijstand op Maat.

Puk Pent

(Overgenomen van doorbraak.eu)

De uitkering als vagevuur: de irrationele logica van activering en sancties

Deel van een afbeelding van het vagevuur door Sandro Botticelli.

Ontwerpen beleidsmakers uitkeringssystemen om hen die er recht op hebben te straffen? Baanlozen worden in toenemende mate blootgesteld aan vernederende maatregelen door de uitbetalingen afhankelijk te maken van het voldoen aan de aanwijzingen van medewerkers van uitkeringsinstanties, op straffe van boetes die kunnen leiden tot honger, armoede of erger. Het is een serieus bedoelde vraag: zijn onze beleidsmakers opzettelijk wreed? Of zijn zij slechts de pionnen van het neo-liberalisme, vastberaden om een gestage stroom van sollicitanten op gang te houden voor precaire arbeid?

Overal in de OESO zagen we in de afgelopen decennia hoe het actieve arbeidsmarktbeleid om zich heen greep en een bouwwerk van maatregelen op het gebied van toezicht, sancties en dwangarbeid tot stand bracht over het oudere naoorlogse sociale vangnet heen. Pleitbezorgers van dit type beleid stellen dat het economisch efficiënt is met zijn omscholing en druk op nietsnutten om werk te zoeken. Er zijn wat bewijzen dat de “menselijk kapitaal”-benadering goed is voor de economie vanwege het verbeteren van de competenties van arbeiders, maar druk en dreigementen lijken geen positief effect te hebben op uitkeringsgerechtigden. Critici stellen dat dit soort maatregelen wreed zijn en dat het effect van sancties niet alleen financieel van aard is, maar als constante psychologische bedreiging fungeert en daarmee negatieve gevolgen heeft voor gezondheid en welbevinden van werkzoekenden. De kans bestaat zelfs dat de staat op de lange termijn haar eigen belang schaadt door nu geld te besparen, maar toekomstige problemen te creëren.

Vertaling door Petra de Jong van “Welfare as Purgatory: The irrational rationality of activation and sanctions” op Discover Society

Hoewel er vele factoren meespelen – neo-liberale economische theorieën, technocratie, psychologische controle en meer – is onze stelling dat beleidsmakers gemotiveerd worden door diepere elementen in onze cultuur. We doelen dan op het idee van het vagevuur, het idee dat straf loutert.

Beleidsmakers, medewerkers van uitkeringsinstanties en zelfs werkzoekenden bezien hun situatie niet neutraal of objectief, maar via diepgewortelde culturele denkkaders. Zeker wanneer mensen zich geconfronteerd zien met zaken als complexe, grootschalige economische processen, of de verbijsterende ervaring van het baanloos zijn, interpreteren mensen hun wereld met behulp van diepere culturele ideeën – en dit beïnvloedt hun gedrag. Hervormingen in het uitkeringsstelsel zijn niet gebaseerd op bewijzen, maar op het idee van het vagevuur. Dit idee, hoe verborgen ook, vormt al tijden een inspiratie voor hen die toezicht houden op de baanlozen, van werkhuis tot arbeidsbureau.

Dit historische argument werd ook verwoord door Max Weber, die suggereerde dat het protestantse idee van de wereld als beproeving voor de ziel maakte dat geluk werd gezien als een teken van goddelijke voorzienigheid. Binnen dit wereldbeeld wordt een individu aangemoedigd om hard te werken in beroep of onderneming, met als doel niet enkel een hogere sociale status of de vervulling van hebzuchtige verlangens, maar vooral ten behoeve van het eigen zielenheil. Binnen deze logica kunnen de armen nog enigszins verlost worden door hard werken, maar zijn nietsnutten moreel verwerpelijk.

Het is een bekend gegeven dat Luther het geven van aalmoezen ten behoeve van hen die zich in het vagevuur bevinden, bekritiseerde. En toch zijn het desondanks juist de protestantse en calvinistische landen waar de middeleeuwse vorm van bijstand – liefdadigheid die rechtstreeks ten goede kwam aan de armen – door middel van staatsarbeidsprogramma’s en werkhuizen omgevormd werd tot een soort vagevuur.

Het vagevuur is een overgangsfase na het leven waarin een individuele ziel moet lijden voor begane zonden. De tijd gedraagt zich er anders, het gaat langzamer, zoals de vervelende dagen van het baanloos zijn. Er zijn straffen, niet zo erg als in de hel, maar kritiek punt is dat ze zijn ontworpen om de ziel te reinigen, zodat die de verlossing waard wordt. De straffen zijn op maat gemaakt voor de aard van de zondaar, die als individu hervormd moet worden, min of meer parallel aan de manier waarop baanlozen beoordeeld en ingedeeld worden voor specifieke behandelingen – werk zoeken, stages, omscholing, enzovoorts.

Naast het idee dat straffen noodzakelijk is voor zondaars, is de centrale gedachte achter het vagevuur dat lijden een positief effect heeft; het reinigt individuen van hun zondige verlangens en gebrek aan weerstand tegen verleidingen, het bouwt hen op en transformeert hen tot waardige zielen. Het beproeven van individuen, hen onderwerpen aan een versie van de bijbelse “beproevingen van Job” wordt nu het voorrecht van de bedenkers van uitkeringsprocedures.

Maar zijn uitkeringsprocedures gemodelleerd naar het vagevuur? In economisch jargon is baanloosheid een “arbeidsmarktovergang” en werk zoeken vormt een tussenfase tussen de hemel van een baan en de hel van totale armoede. Het is overduidelijk dat moderne opvattingen en de institutionele logica van uitkeringsbeleid het individu beschouwen als schuldig aan de eigen baanloosheid – velen worden onderworpen aan psychologische tests en dwang, alsof ze een karakterfout hebben. In de praktijk wordt baanloosheid gezien als een individueel probleem en niet als een structureel probleem. Een uitkering wordt niet gezien als een recht, maar als een schuld in ruil waarvoor de uitkeringsgerechtigde moet toestaan dat zijn leven nader wordt onderzocht door anderen en in ruil waarvoor hij nederig moet worden en elke aanbieding voor wat voor baan dan ook moet accepteren. Werkzoekenden moeten hun schuld aflossen door voortdurende inspanningen om een baan te zoeken. Ze zijn niet langer economische rechtspersonen met keuzevrijheid, ze worden subjecten die zonder repercussies gecommandeerd, onder druk gezet en gestraft mogen worden.

De druk richting activering is in het Verenigd Koninkrijk tientallen jaren oud, en het negatieve effect op uitkeringsgerechtigden heeft geleid tot letterlijk duizenden doden wegens slechte gezondheid en zelfmoord, hetgeen leidde tot een VN-onderzoek in 2016. Er is echter veel maatschappelijke steun voor het steeds maar strenger maken van uitkeringsprodures en voor het gebruik door de media van imaginaire “uitkeringsfraudeurs” als zondebokken. De vagevuurlogica is duidelijk in speeches van Iain Duncan Smith, toenmalig Minister voor Werk en Pensioenen, die zorgde voor een buitengewone toename in uitkeringssancties in de periode 2010-2013:

“…niemand zal over het hoofd gezien worden of zonder hulp worden achtergelaten… maar we zeggen tegen iedereen dat er geen mogelijkheid meer is om je te onttrekken aan een streng werkzoekregime. Als mensen vast zitten in een positie van afhankelijkheid van de staat, worden hun talenten te vaak verspild… enerzijds aan pogingen om meer geld van de staat te krijgen… anderzijds om de staat te ontlopen wanneer individuen geduwd worden richting de schaduweconomie of de donkere wereld van de kleine misdaad.”

Hier komen werkzoekenden uit de bus als potentiële misdadigers, als luie bedelaars, als sluwe klaplopers die misbruik maken van veel te vrijgevige uitkeringsstelsels en die op die manier hun talenten vergooien. De morele boventonen zijn duidelijk: zelfs “vergooide talenten” spiegelen de bijbelse “Parabel van de Talenten”, waarin het niet gebruiken van je gaven zondig is. Het is opvallend dat, hoewel deze speech een heel gebruikelijk onderscheid maakt tussen oprechte en dubieuze werkzoekenden, alle werkzoekenden worden onderworpen aan een “streng” regime. Straf is verplicht. Het nieuwe systeem verwacht dat werkzoekenden de nodige inspanningen hebben verricht nog voordat ze zich inschrijven, als bewijs van hun toewijding aan het proces.

In 2015 gaf premier David Cameron ook uiting aan de vagevuurlogica door uitkeringshervormingen te presenteren als een manier om problemen op te lossen die gecreëerd waren door voorgaande systemen, met name “afhankelijkheidscultuur”: “Dat het loont om niet te werken. Dat je iets verdient voor niets. Het bracht ons miljoenen mensen die thuis zaten nog voordat de recessie toesloeg. Het creëerde een cultuur van denken dat je ergens recht op hebt.”

Hier komen we de zonde hoogmoed tegen, weigeren te werken, naast de zonde ledigheid – “thuis zitten”. Deze individuen hebben een overtreding gemaakt tegen de “protestantse moraal” die werken beschouwt als de enige manier om geluk te verdienen. Hoewel Cameron dit deels poneert als de uitkomst van perverse prikkels binnen vorige uitkeringsstelsels, beschouwt hij het ook als persoonlijk moreel falen: “Eerst moeten we armoede bij de bron aanpakken, of het nu schulden zijn, een gezin dat uiteen valt, falen in het onderwijssysteem of verslaving. Daarna moeten we erkennen dat de enige lange termijn-oplossing voor armoede werk is.”

Individuen schuldig achten aan krachten in het systeem die met tussenpozen voor werkloosheid zorgen, is weliswaar bekritiseerd op ideologische gronden, maar het punt hier is om de gedachtegang achter deze uitkeringshervormingen te begrijpen. Werk wordt gepresenteerd als verlossend, een lapmiddel voor morele tekortkomingen, ook al neemt het aantal werkende armen toe. Uiteindelijk stelt Cameron voor dat werkzoekenden zonder betaling gemeenschapswerk zouden moeten verrichten, zoals het schoonmaken van parken. In plaats van het bestrijden van werkloosheid door daadwerkelijk schoonmakers of tuiniers in te huren, grijpt het uitkeringssysteem om zich heen als een vagevuurcomplex voor het tot stand brengen van straffen.

Werkzoekenden die wij hebben gesproken over hun ervaringen omschrijven baanloosheid niet zelden in termen die doen denken aan het vagevuur: bijvoorbeeld “niets doen”, “limbo”, “in de ijskast gezet”, enzovoorts. Velen zagen de interacties met medewerkers van de uitkeringsinstantie als vernederend en zinloos. En toch, wanneer ze werden gedwongen tot sollicitaties, cursussen en stages die vrijwel zinloos leken, aanvaardden velen van hen deze behandeling als goed voor hen: het “gaf structuur”, “zorgde dat ze uit bed kwamen” of “hield ze gewoon bezig”. Dus hoewel het regime onplezierig, pijnlijk en soms zelfs dodelijk is, aanvaarden veel individuen het liever dan dat ze ertegen in opstand komen, omdat zij het morele idee van het vagevuur delen: de straf zal uiteindelijk de moeite waard blijken. Veel werkzoekenden die wij spraken, stelden dat zij geen ‘echte’ werklozen waren, dat het anderen waren die sancties verdienden.

Weinig beleidsmakers of medewerkers van uitkeringsinstanties denken letterlijk aan het vagevuur, maar toch is het idee van hervormende straf het centrale idee achter sancties jegens de baanlozen. Onze theorie is bedoeld om licht te werpen op de culturele logica die zaken als activering en de bredere hervormingen van de verzorgingsstaat drijft. Natuurlijk kan de vagevuurlogica ideologisch bekritiseerd worden, maar zelf binnen dit idee is er ruimte voor een humanere en meer rationele manier om met mensen om te gaan en een wat barmhartiger soort vagevuur tot stand te brengen. In plaats van activering stellen wij een onvoorwaardelijke uitkering voor, waar individuen hun eigen transformatie vorm kunnen geven zonder de dreiging van sancties, zodat elk aanbod van ondersteuning en training optioneel is. Oftewel, het herontwerpen van uitkeringsstelsels met in gedachten een ander religieus idee – namelijk: niet oordelen over anderen.

Tom Boland en Ray Griffin
(De auteurs geven beiden les aan het Waterford Institute of Technology, waar ze leiding geven aan het Waterford Unemployment Experiences Research Collaborative (WUERC), onderdeel van het Centrum voor de Studie van de Morele Grondslagen van Economie en Maatschappij. Hun werk bestudeert de huidige ervaring van baanloosheid, uitkeringen en de arbeidsmarkt. Hun in 2015 herdrukte werk over de sociologie van baanloosheid werd gepubliceerd door Manchester University, en momenteel onderzoeken ze de morele en culturele betekenissen van arbeid en bijstand.)

(Overgenomen van doorbraak.eu)