Categorie archief: Doorbraak

Daverende 1 mei-demonstratie in Den Haag, ondanks voortdurende intimidaties door FNV-beveiligers (beeldverslag)

Niet gewenst, toch gedaan: leuzen roepen tijdens de demonstratie door onze megafoon.

De landelijke FNV 1 mei-demonstratie van vandaag (afgelopen dinsdag red.)  in Den Haag had weer een geweldige strijdbare uitstraling. Dat kwam mede door de aanwezigheid van de diverse blokken van zowel zeer actieve FNV-ers als van organisaties als Code Rood, de Internationale Socialisten en een reeks van communistische partijen en bewegingen. Ook de Bond Precaire Woonvormen (BPW) en Doorbraak hadden samen een blok georganiseerd, in ons geval van baanlozen, flexwerkers en flexhuurders. Helaas probeerde de FNV ons herhaaldelijk de mond te snoeren en zelfs uit de demonstratie te gooien.

Wij streken vlak voor aanvang van de manifestatie, rond 14:00 uur, met onze spandoeken en een geluidskarretje neer op zo’n vijftig meter voor de ingang van het omhekte terrein op het Malieveld waar de FNV haar protest zou gaan houden. Onze spandoeken trokken veel bekijks onder de naar schatting vijf- tot achtduizend mensen die langsliepen op weg naar het terrein. We deelden duizenden flyers uit. Tientallen demonstranten stopten voor een inspirerend praatje of puur om complimenten te geven. Zo’n geluid tegen arbeidsethos en alle flexshit mag ook wel eens gehoord worden, was de meest voorkomende opmerking die ze maakten.

De spandoeken ontrold op ons plekje buiten het terrein.

Opgefokt

Maar daar bleek de FNV-top heel anders over te denken. Die vond kennelijk dat ons geluid niet gehoord mocht worden, en ze bleven ons de hele middag lastig vallen met pogingen ons de mond te snoeren. We hadden een karretje van Theaterstraat bij ons, met daarop twee geluidsboxjes, en vanaf het moment dat we iets van ons lieten horen begonnen de problemen. Meteen kwamen beveiligers, leden van de ordedienst en medewerkers van Jaspers Events opgefokt aansnellen. Die boxjes moesten uit en we moesten het omhekte veld op. Daar mochten we ons verhaal doen door onze megafoon, zo werd ons te verstaan gegeven.

Intensief flyeren.

Vorig jaar organiseerde Doorbraak op de 1 mei-demonstratie van de FNV in Amsterdam ook zo’n blok, met precies zo’n korte eigen kleine manifestatie vooraf. We hebben toen, net als deze keer, alles gedaan om geen overlast te geven aan de bond, met name als het ging om geluid of eventueel in de weg staan. Alles verliep toen in goede harmonie. Wij waren toen blij een kritische bijdrage te kunnen leveren aan de wederopbouw van een strijdbare 1 mei-traditie, en we merkten destijds dat dat erg gewaardeerd werd door grote delen van de bond. Vandaar dat we dit jaar wilden voortborduren op het succes van vorig jaar.

#Fuckflex-spandoek.

Bobo’s

Hoe anders verliep het dit jaar. De beveiligers ‘vorderden’ dat we vertrokken, en er was geen enkele ruimte voor een gesprek daarover. Toch gingen we gewoon van start met ons programma. Na een wederom spetterend optreden van onze Band Zonder Dwang met hun nieuwe song “F.U.C.K. flex” (op de wijs van de song “Y.M.C.A.”) was het woord aan Aindriu van We Want Woonruimte. Op de achtergrond bleven de beveiligers zeuren en zuigen. We zouden en moesten het vak in, en bij nader inzien zouden we ook daar geen megafoon mogen gebruiken. Als we hadden willen spreken, dan hadden we dat maanden geleden al moeten aanvragen, werd ons toegesnauwd. Luisteren naar de bobo’s was kennelijk nog de enige optie. We waren niet van zins onze plek op te geven, maar omdat ze gaandeweg zo agressief werden, en zelfs de politie erbij haalden, besloten we ons programma dan maar voort te zetten via onze megafoons in plaats van de kennelijk zo omstreden boxjes.

Nog meer flyeren.

Ook de megafoon moest uit, was de volgende stap, maar daar hebben we geen gehoor aan gegeven. En daardoor konden we nog luisteren naar de prachtige toespraken van Songul Imak van het Koerdische DemNed, Yasmine Soraya van het Indonesian Diaspora Network, een lid van de Vrije Bond en Olave Basabose, actief binnen de LHBT-gemeenschap. Onze eigen toespraken besloten we maar uit te stellen tot tijdens de demonstratie.

Een vent van Jasper Events die ons voortdurend lastig viel tijdens onze praatjes.

Eruit trekken

Maar tijdens die demonstratie begonnen de problemen pas echt. Voordat we konden invoegen in de langslopende stoet, werd ons verboden om leuzen te roepen via de boxjes. Om ervan af te zijn beloofden we maar de boxjes niet te gebruiken, en we wisten op zo’n honderd meter achter het kopspandoek – ergens tussen Young & United en de flexwerkers – in te voegen met de enkele tientallen activisten van ons blok. Na honderd meter verschenen er plotseling een heleboel agenten naast ons blok. De ordedienst gaf ons te verstaan dat wij met ons blok als enige rechtsaf moesten slaan, om daar te kunnen overleggen met de organisatie over hoe het verder moest. Mogelijk zouden we ons helemaal achteraan weer kunnen aansluiten, zo werd gezegd. Daar hadden we geen vertrouwen in, en we besloten gewoon door te lopen.

We vertrekken mét het karretje met de boxjes.

Ondertussen hoorden we agenten met oortjes in zeggen dat ze liefst voor de brug bij station Den Haag Centraal in actie wilden komen, en ons eruit wilden trekken. Een nogal opgewonden medewerker van Jasper Events liep daarop de demonstratie in en probeerde vrij agressief het karretje met de boxen (die uitstonden) tegen te houden, vast te pakken en uit de demonstratie te rijden. Natuurlijk accepteerden wij dat niet en de man werd heel beheerst maar vakkundig door ons de demonstratie uitgewerkt.

Belangrijk spandoek.

Verkeerde uitstraling

Daarna kwam er weer een andere man ons blok in, deze keer van de beveiliging. Die riep ook dat we de demonstratie uit moesten. Een van zijn collega’s leek het voor ons op te nemen en zei dat we helemaal achteraan weer mochten aansluiten. Maar die eerste kerel was het daar faliekant mee oneens, want er was hem zojuist door een hoge FNV-pief verteld dat ons laten meelopen een “verkeerde uitstraling” zou geven aan de demonstratie. We moesten dus weg. Via de megafoon lieten wij iedereen om ons heen weten wat er allemaal gaande was, en daarop kwamen demonstranten uit de blokken voor en achter ons tussen ons inlopen. Waarschijnlijk zagen de beveiligers (en de FNV-leiding van de demonstratie) toen eindelijk in dat er geen beginnen aan was om ons weg te krijgen en gaven ze het op. Wel werden wij als enigen tijdens de hele demonstratie voortdurend aan beide zijden omsingeld door een reeks agenten te voet en in busjes.

Alleen naast ons blok: flinke aantallen agenten.
De leuzen die vanuit ons blok geroepen werden– Nooit meer dwangarbeid, nooit meer loonarbeid
– Alles flex? Fuck flex!
– Geen mens, geen vrouw, geen mens is illegaal
– Geen cis, geen trans, geen mens is illegaal
– Toen niet, nu niet, nooit meer fascisme
– Laat de rijken onder de crisis bezwijken
– Samen staan we sterk, met en zonder werk
– Schijt aan dwangarbeid
– Geen bazen, geen knechten, dat is waar wij voor vechten
– Samen vechten voor gelijke rechten
– One solution, revolution
– A, anti-, anticapitalista
– Haar strijd, onze strijd, genderoverstijgende solidariteit
– Mijn strijd, vrouwenstrijd, genderoverstijgende solidariteit
– Hun strijd, onze strijd, anti-nationale solidariteit
– No borders, no nations, stop deportations
– He ho kabinet, jullie vragen om verzet
– He ho kabinet, jullie worden afgezet
– Niet flex, niet duur, wij willen sociale huur
– Oh la la, oh le le, solidarité avec les sans-papiers
– Ook zonder baan een menswaardig bestaan
– Wij eisen nu meteen onderdak voor iedereen
– Geen kouwe kak maar betaalbaar onderdak
– Vecht, vecht, vecht, wonen is een recht
– Wij gaan niet wijken voor de rijken
– De stad is van ons allemaal
– Huizen voor mensen, niet voor winst

Ondanks al het duw- en trekwerk en de dreigementen hebben we toch een prima demonstratie gelopen en ontzettend veel creatieve leuzen geroepen, zoals je in het kader hiernaast kunt zien. Opmerkelijk was hoeveel middelvingers er door heel de demonstratie omhoog gingen toen we langs het kantoor van de VVD liepen, en hoeveel agenten de Turkse ambassade beveiligden toen we die passeerden. Wat natuurlijk aanleiding gaf tot leuzen tegen dictator Erdoğan en het fascistische Turkije.

Ruziezoekers

Eenmaal terug bij het omhekte terrein wilden we onze oude plek ruim voor de ingang weer innemen, maar we werden gedwongen om door te lopen het veld op. Ons werd verzekerd dat we daar ons eigen afsluitende praatje mochten houden via de megafoon. We liepen helemaal door naar achterin waar relatief weinig mensen waren, zodat we geen overlast zouden veroorzaken en de mensen die naar ons wilden luisteren zelf naar ons toe konden komen. In het praatje wilden we onder meer vertellen over de 1 mei-demonstratie die ’s avonds in Den Haag zou gaan plaatsvinden.

Maar net nadat het praatje begon, kwam de beveiliging opnieuw in actie. Ze vorderden ons om te stoppen en wilden de megafoon afpakken. Natuurlijk kregen ze de megafoon niet in handen, maar hij raakte door hun geweld wel enigszins beschadigd. Als we iets wilden zeggen, dan moesten we van het omhekte veld af, gromden ze. Maar we moesten juist het veld op van jullie, antwoordden we. Daarop besloten we om vlak achter het hek alsnog ons verhaal te doen, met de boxjes aan. Maar daar wilden de beveiligers niets van weten. Ze riepen versterking in en trachtten dat apparaat uit te zetten, door de stekkers eruit te trekken, schuifknoppen naar beneden te duwen, enzovoorts. Door met een flink aantal activisten een cordon te vormen om de spreker en het apparaat heen, konden we hem beschermen en kon hij zijn verhaal afmaken. Gelukkig wist hij de laatste zinnen uit zijn hoofd, want de geüniformeerde ruziezoekers wisten uiteindelijk nog net wel zijn papiertje uit zijn handen te rukken.

FNV-solidariteit: demonstranten voortdurend in de gaten laten houden.

De beveiligers wisten, hoogst onprofessioneel, hun emoties niet de baas te blijven. Een riep: “Wij winnen toch wel” en een ander probeerde ons fototoestel weg te slaan. Het is duidelijk dat juist het filmen maakte dat ze zich nog enigszins inhielden en niet voluit gingen meppen. Op bijgaande integrale opnamen van de laatste 10 minuten van onze bijdrage aan de FNV-demonstratie is goed te zien hoe agressief men te werk ging. Uiteindelijk zijn we gestopt toen wij vonden dat het welletjes was en we ons praatje voltooid hadden. We hebben ons niet laten provoceren en mogen best trots zijn op de collectieve manier waarop we ons vreedzaam te weer hebben gesteld tegen alle intimidaties door de FNV-beveiligers.

Trots

Tijdens deze afsluitende schermutselingen waren er ook goed hoorbare speeches op het grote podium. Die gingen over solidariteit en het opbouwen van een brede linkse beweging. Wij denken dat dat opbouwen niet snel succesvol zal zijn zolang de vrijheid van meningsuiting niet gegarandeerd kan worden binnen de beweging. In de afgelopen jaren hebben we veel fijne FNV-ers leren kennen, met name onder de organizers, en degenen van hen die we vandaag spraken zullen deze repressieve gebeurtenissen zeker de komende tijd intern gaan aankaarten. Vooral ook omdat wij na afloop niet de enigen bleken die tegengewerkt werden. Andere organisaties kregen problemen omdat ze een tafeltje met eigen materiaal neergezet hadden of omdat ze het terrein op wilden met kennelijk niet goedgekeurde spandoeken. Weer een andere activist werd door de beveiliging overgeleverd aan de politie omdat hij een sticker (!) had geplakt. Hij moest zich identificeren en zou een boete thuis krijgen. Toen dezelfde activist even later een nazi-sticker verwijderde, kwamen beveiliging en politie weer aanrennen en moest hij zich opnieuw identificeren.

Ons blok achter het busje en de agenten.

In de avonduren vonden er nog radicale 1 mei-demonstraties plaats in Den Haag, Tilburg en Nijmegen. We zijn er trots op dat bij alle drie Doorbrakers betrokken waren, organisatorisch en natuurlijk als deelnemers.

Eric Krebbers

Spandoek van We Want Woonruimte.
Het blok.
De opgefokte beveiliger die de hele route naast ons meeliep en later de filmcamera uit handen probeerde te slaan.
Kameraden van DemNed en HDP liepen ook in ons blok mee.

Overgenomen van doorbraak.eu

 

Advertenties

Bijstandsgerechtigde, deel je ervaring met Flextensie-tewerkstelling

Van links naar rechts: Flextensie-uitbuiters Suzanne de Visser, Guus Budel en Martine van Ommeren.
Van links naar rechts: Flextensie-uitbuiters Suzanne de Visser, Guus Budel en Martine van Ommeren.

Ook in Groningen Stad worden baanlozen tewerkgesteld via het “reïntegratie-instrument” Flextensie. De gemeente noemt het een “dienst van de gemeente” die “het eenvoudig en aantrekkelijk maakt om bijstandsgerechtigden op flexibele basis in te zetten binnen een organisatie” (pdf). Baanlozen mogen zich ‘vrijwillig’ inschrijven en tot zes maanden lang zonder loon en arbeidsrechten werken voor bedrijven en organisaties. Die betalen een vast tarief van 12,50 euro per uur (zonder ‘werkgevers’lasten) aan de gemeente. De bijstandsgerechtigde moet het doen met een premie van en of twee euro per gewerkt uur en wordt nog altijd gecontroleerd en gedisciplineerd via het bijstandsregime.

Na de start van onze campagne tegen Flextensie stelden politieke partijen enkele Kamer- en raadsvragen, maakte Flextensie de Nederlandse Vereniging van Sociale Innovatie (NVSI) deelgenoot van de de uitbuitconstructie en werd in opdracht van voormalig Staatssecretaris Jetta Klijnsma (PvdA) een non-onderzoeksrapportage gepubliceerd. Maar… waar zijn toch al die baanlozen die via Flextensie te werk werden en worden gesteld?

Want hoe gaat het nu echt in de praktijk? Hoe worden bijstandsgerechtigden benaderd en door wie? En hoe ging of gaat het hele traject in zijn werk, van inschrijving tot tewerkstelling? Hoe is het om zonder loon en arbeidsrechten te moeten werken? Wordt er druk uitgeoefend om ‘vrijwillig’ deel te nemen aan Flextensie? Hoe is het als je na maanden hard werken toch geen contract met loon krijgt? Als het voorgestelde perspectief van uit de bijstand geraken en in een regulier betaalde baan terecht komen niet uitkomt?

Wij willen heel graag in contact komen met bijstandsgerechtigden die hun ervaringen (eventueel anoniem) met ons willen delen. Met die ervaringsverhalen en/of publicaties kunnen we samen de Flextensie-praktijk blootleggen en gemeenten, organisaties en bedrijven die deze dwangarbeidconstructie gebruiken onder druk zetten. Want Flextensie moet worden afgeschaft en daar kunnen we samen voor knokken.

Heb jij gewerkt via Flextensie? Ben je benaderd om te werken via Flextensie? Ken jij iemand die bij Flextensie heeft gewerkt? Ken je bedrijven of organisaties die gebruik maken van Flextensie-baanlozen? Mail ons dan: dwangarbeid@doorbraak.eu.

Puk Pent
Bart de Baan

Logo

(Overgenomen van Doorbraak.eu)

“Ik deed dwangarbeid voor Topbloemen.nl en als dank werd mijn bijstandsuitkering stopgezet”

De door de dwangarbeiders zo gehate papieren mandjes.

Rabia heeft vier kinderen, van wie er drie bij haar wonen. Ze is alleenstaand, woont in Leiden en zit in de bijstand. “Ik ben in de loop der tijd best vaak respectloos behandeld door ambtenaren van Sociale Zaken”, vertelt ze. Ze wil ook graag een boekje open doen over de dwangarbeid die ze moest verrichten en over de strafkorting op haar uitkering die haar volkomen ten onrechte werd opgelegd. Een gesprek met een Marokkaans-Nederlandse vrouw over het onrecht en de vernederingen waar ze als baanloze mee werd geconfronteerd.

“Jij moet morgen gaan werken”, kreeg Rabia eind 2016 te horen van haar consulent bij DZB, het gemeentelijke reïntegratiebedrijf. Op die dwingende toon verplichtte de consulent haar om zes weken dwangarbeid te gaan doen bij de Startwerklocatie, het dwangarbeidcentrum van DZB. “Van de ene op de andere dag werd ik ineens verplicht om voor niks te gaan werken”, merkt ze verontwaardigd op. Ze moest wekenlang gratis kartonnen mandjes in elkaar zetten voor Topbloemen.nl. Dat bedrijf is marktleider in de sector bloemen bezorgen. Rabia en andere baanlozen moesten voor het bedrijf zo’n 4.000 mandjes per dag vouwen, er twee draadjes doorheen trekken en er een foldertje in doen. Topbloemen.nl is de vaste bloemensponsor van het televisieprogramma “All you need is love” en het radioprogramma “De leukste moeder van Nederland”, maar weigert om zijn dwangarbeiders minstens het minimumloon te betalen en arbeidsrechten te geven.

Taxichauffeur

Na zes weken verplicht onbetaald werk deed Rabia dat werk nog eens zes weken “vrijwillig”, aldus het versluierende taalgebruik van DZB. “’Vrijwillig’, zo werd dat genoemd, maar dat was het helemaal niet. Als ik had kunnen kiezen, dan had ik het niet gedaan. Maar ik voelde me gedwongen. Ik had geen keuze. En ik wist ook: als ik dit niet doe, dan verplicht mijn consulent me wel weer om iets anders te gaan doen.” Ze vroeg of ze voor dat werk betaald zou kunnen worden, of ze een arbeidscontract zou kunnen krijgen. “Ze zeiden: ‘Nee, dat kan niet, want dan heb je een indicatie nodig’.” Het kwam erop neer dat ze wel kon worden gedwongen tot onbetaalde arbeid, maar als ze voor dezelfde arbeid een contract en loon wilde krijgen, dan moest ze ineens officieel zijn erkend als iemand met een arbeidsbeperking. Daar bovenop werd ze ook nog eens naar allerlei assertiviteitstrainingen en sollicitatiecursussen gestuurd. De reïntegratie-industrie had haar stevig in zijn greep en ze begon er schoon genoeg van te krijgen. “Op een dag, toen ik kartonnen dozen aan het vouwen was, kwam mijn consulent naast me staan. Hij vertelde me dat hij binnenkort ontslagen zou worden. Ik zei: ‘Nou, dan kun je hier ook komen werken. Kom maar naast me zitten en ga ook maar aan de slag, als baanloze.’”

Om haar arbeidsgeschiktheid na te gaan, werd Rabia gekeurd door een GGD-arts. Ze heeft artrose en kan moeilijk bukken en lopen. Vanwege haar gezondheidsproblemen zou het niet gemakkelijk worden om een geschikte baan te vinden. Zoals wel vaker gebeurt bij reïntegratietrajecten met rommelige begeleiding, kwam ze uiteindelijk zelf maar met een plan voor werk, een idee dat best haalbaar bleek te zijn en ook goed was toegesneden op haar situatie. “Om dat idee te laten rijpen heb ik helemaal niets gehad aan mijn consulent.”

Ze wilde taxichauffeur worden en ging daarvoor een taxi-opleiding doen. Toen ze al een eind was gevorderd met die opleiding en goede vooruitzichten had op betaald werk, kreeg ze een brief van haar nieuwe klantmanager. Ze werd door hem opgeroepen in het kader van een “rechtmatigheidsonderzoek”, een routinecontrole waarbij de baanloze een inlichtingenformulier moet invullen en bankafschriften moet meenemen. Toevallig viel de afspraak op dezelfde dag en hetzelfde tijdstip als het theoretische examen voor haar taxi-opleiding. Daarom belde ze haar klantmanager op om aan hem door te geven dat ze de afspraak met hem wilde verzetten. Telefonisch werd de afspraak een week verschoven.

De baas spelen

“Ik had deze klantmanager nog nooit gezien. Toen we elkaar de week daarop ontmoetten, gaf hij me geen hand en deed hij vanaf het begin flink bot. ‘Jij hebt het inlichtingenformulier niet ingevuld en niet meegenomen’, beet hij me toe. ‘U heeft mij helemaal geen inlichtingenformulier toegestuurd’, zei ik. ‘Dat heb ik wel gedaan’, zei hij. ‘Ik heb geen formulier ontvangen. Je moet je werk wel goed doen’, liet ik hem weten.” Rabia moest vanwege het onderzoek ook nog haar id-bewijs laten zien, nogal overbodig, want ze zit al jaren in de bijstand en is dus bekend bij Sociale Zaken. Ze vertelde haar klantmanager dat ze helaas haar paspoort was kwijtgeraakt. Ze liet hem wel haar rijbewijs zien, maar daar nam meneer geen genoegen mee. Hij moest en zou haar paspoort te zien krijgen. Hij wilde kennelijk graag de baas spelen, dat was de indruk die ze van hem kreeg. Hij gaf haar alsnog een inlichtingenformulier mee om in te vullen.

Ze spraken af dat zij hem twee dagen later zou bellen, tussen 9:00 en 11:00 uur. Dat deed ze. Verheugd meldde ze hem dat ze haar paspoort had gevonden. Maar hij toonde zich bepaald niet blij. “Jij hebt het inlichtingenformulier niet ingevuld en niet ingeleverd”, zei hij. “Maar we hebben toch ook niet afgesproken dat ik dat vanmorgen zou doen?” “Jij hebt het niet ingeleverd en daarom ga ik je uitkering stopzetten.” “Maar ik heb toch geen fraude gepleegd of zo? Ik heb toch niets verkeerd gedaan?” Hij bleef naar en arrogant doen. “U moet me niet behandelen als een dweil of een hond”, zei ze. “Ik wil met respect worden behandeld.” Maar dat hielp niet.

Elastiekje

Na een paar dagen ontving ze een nieuwe brief van de klantmanager met de oproep om de volgende dag langs te komen bij Sociale Zaken, met de formulieren en ook met haar Nederlandse én Marokkaanse paspoort. “Ik ging erheen en tot mijn stomme verbazing ontmoette ik niet de klantmanager, maar een vrouwelijke collega van hem. Hij nam blijkbaar niet de moeite om mij te woord te staan, terwijl het wel zo netjes van hem zou zijn geweest als hij het conflict met mij op een volwassen manier zou hebben uitgepraat. Ik was boos en zei tegen zijn collega: ‘Jullie hebben alleen maar werk omdat ik werkloos ben. Ik hoop van harte dat jouw collega ook eens een keer in de uitkering komt te zitten. Dan zal hij voelen wat het is.’” Rabia weet nu nog steeds niet of haar klantmanager de daad bij het woord gaat voegen en haar uitkering gaat stopzetten. “Hij laat me zo aan een elastiekje bungelen. Ik heb genoeg verantwoordelijkheden, richting mijn kinderen en anderen, en ik moet de zekerheid hebben dat ik maandelijks een inkomen heb. Maar hij laat me daarover volkomen in het onzekere.”

De behandeling door de klantmanager is Rabia niet in de koude kleren gaan zitten. Ze is overspannen geraakt. “Het was de druppel die de emmer deed overlopen. Al jarenlang doe ik mijn best en probeer ik tegenover die ambtenaren rustig en vriendelijk te blijven. Maar het respect moet wel van twee kanten komen, en dat is bij deze klantmanager niet het geval. Hij gaat met me om alsof ik een klein kind ben. Alsof ik een fraudeur ben. Dat moet ophouden.” Rabia begrijpt niet waarom een dergelijke klantmanager er zo’n drama van moet maken. “Ik zie het vooral als een soort bureaucratisch treiteren. Stom gedoe dat nergens over gaat. Ik heb wel belangrijkere dingen aan mijn hoofd. Ik doe vrijwilligerswerk, ik heb thuiswonende en schoolgaande kinderen, ik heb mantelzorgtaken, noem maar op. Dat gepest van zo’n ambtenaar kan ik missen als kiespijn.”

Erfenis

Het conflict met deze klantmanager maakt deel uit van een hele reeks vervelende ervaringen die Rabia in de loop der tijd heeft gehad met Sociale Zaken-ambtenaren. “In 2011 overleed mijn vader. Twee weken na de begrafenis ontving ik een brief van de sociale recherche van Sociale Zaken. Ik was uiteraard nog volop aan het rouwen over de dood van mijn vader, maar de sociale recherche moest mij zo nodig lastig vallen met de verdenking dat ik een erfenis zou hebben gekregen die ik had moeten melden. Nu mijn vader was overleden, meende de sociale recherche dat mijn zus en ik het huis van mijn ouders in Marokko zouden hebben gekregen. En dan zouden we geen recht meer op een bijstandsuitkering hebben. Maar mijn moeder woonde nog steeds in dat huis, dat we dus helemaal niet hadden geërfd.” Zo probeerden de ambtenaren Rabia en haar zus uit de uitkering te jagen.

Vorig jaar kreeg Rabia zelfs een strafkorting opgelegd: drie maanden geen uitkering. “Een Marokkaanse bank had een fout gemaakt met mijn bankrekening, waardoor het leek alsof ze zevenduizend euro op haar rekening had staan. “Ik moest aan Sociale Zaken met bankafschriften bewijzen dat ik bij die bank zevenduizend euro had. Maar dat kon ik niet, want ik had dat geld helemaal niet. Sociale Zaken geloofde me niet, omdat de Belastingdienst had gemeld dat ik dat geld wel had. Ik moest dus iets bewijzen dat ik niet kon bewijzen. Gek werd ik ervan. Ik nam contact op met de directeur van de Marokkaanse bank in Nederland. Hij vertelde me dat het inderdaad ging om een fout van de bank. Maar dat wilde hij niet op papier zetten. Want het hoofdkantoor in Marokko had de fout gemaakt, en blijkbaar mocht hij daar zelf schriftelijk niets over verklaren.” Rabia schakelde een advocaat in om bezwaar te maken tegen de strafkorting. “Maar die deed niks en ik verloor de zaak. Ik zat dus drie maanden zonder uitkering zonder dat ik iets verkeerds had gedaan.”

Rabia is een schuilnaam.

Harry Westerink

(Overgenomen van doorbraak.eu)