Categorie archief: Strafregime

De uitkering als vagevuur: de irrationele logica van activering en sancties

Deel van een afbeelding van het vagevuur door Sandro Botticelli.

Ontwerpen beleidsmakers uitkeringssystemen om hen die er recht op hebben te straffen? Baanlozen worden in toenemende mate blootgesteld aan vernederende maatregelen door de uitbetalingen afhankelijk te maken van het voldoen aan de aanwijzingen van medewerkers van uitkeringsinstanties, op straffe van boetes die kunnen leiden tot honger, armoede of erger. Het is een serieus bedoelde vraag: zijn onze beleidsmakers opzettelijk wreed? Of zijn zij slechts de pionnen van het neo-liberalisme, vastberaden om een gestage stroom van sollicitanten op gang te houden voor precaire arbeid?

Overal in de OESO zagen we in de afgelopen decennia hoe het actieve arbeidsmarktbeleid om zich heen greep en een bouwwerk van maatregelen op het gebied van toezicht, sancties en dwangarbeid tot stand bracht over het oudere naoorlogse sociale vangnet heen. Pleitbezorgers van dit type beleid stellen dat het economisch efficiënt is met zijn omscholing en druk op nietsnutten om werk te zoeken. Er zijn wat bewijzen dat de “menselijk kapitaal”-benadering goed is voor de economie vanwege het verbeteren van de competenties van arbeiders, maar druk en dreigementen lijken geen positief effect te hebben op uitkeringsgerechtigden. Critici stellen dat dit soort maatregelen wreed zijn en dat het effect van sancties niet alleen financieel van aard is, maar als constante psychologische bedreiging fungeert en daarmee negatieve gevolgen heeft voor gezondheid en welbevinden van werkzoekenden. De kans bestaat zelfs dat de staat op de lange termijn haar eigen belang schaadt door nu geld te besparen, maar toekomstige problemen te creëren.

Vertaling door Petra de Jong van “Welfare as Purgatory: The irrational rationality of activation and sanctions” op Discover Society

Hoewel er vele factoren meespelen – neo-liberale economische theorieën, technocratie, psychologische controle en meer – is onze stelling dat beleidsmakers gemotiveerd worden door diepere elementen in onze cultuur. We doelen dan op het idee van het vagevuur, het idee dat straf loutert.

Beleidsmakers, medewerkers van uitkeringsinstanties en zelfs werkzoekenden bezien hun situatie niet neutraal of objectief, maar via diepgewortelde culturele denkkaders. Zeker wanneer mensen zich geconfronteerd zien met zaken als complexe, grootschalige economische processen, of de verbijsterende ervaring van het baanloos zijn, interpreteren mensen hun wereld met behulp van diepere culturele ideeën – en dit beïnvloedt hun gedrag. Hervormingen in het uitkeringsstelsel zijn niet gebaseerd op bewijzen, maar op het idee van het vagevuur. Dit idee, hoe verborgen ook, vormt al tijden een inspiratie voor hen die toezicht houden op de baanlozen, van werkhuis tot arbeidsbureau.

Dit historische argument werd ook verwoord door Max Weber, die suggereerde dat het protestantse idee van de wereld als beproeving voor de ziel maakte dat geluk werd gezien als een teken van goddelijke voorzienigheid. Binnen dit wereldbeeld wordt een individu aangemoedigd om hard te werken in beroep of onderneming, met als doel niet enkel een hogere sociale status of de vervulling van hebzuchtige verlangens, maar vooral ten behoeve van het eigen zielenheil. Binnen deze logica kunnen de armen nog enigszins verlost worden door hard werken, maar zijn nietsnutten moreel verwerpelijk.

Het is een bekend gegeven dat Luther het geven van aalmoezen ten behoeve van hen die zich in het vagevuur bevinden, bekritiseerde. En toch zijn het desondanks juist de protestantse en calvinistische landen waar de middeleeuwse vorm van bijstand – liefdadigheid die rechtstreeks ten goede kwam aan de armen – door middel van staatsarbeidsprogramma’s en werkhuizen omgevormd werd tot een soort vagevuur.

Het vagevuur is een overgangsfase na het leven waarin een individuele ziel moet lijden voor begane zonden. De tijd gedraagt zich er anders, het gaat langzamer, zoals de vervelende dagen van het baanloos zijn. Er zijn straffen, niet zo erg als in de hel, maar kritiek punt is dat ze zijn ontworpen om de ziel te reinigen, zodat die de verlossing waard wordt. De straffen zijn op maat gemaakt voor de aard van de zondaar, die als individu hervormd moet worden, min of meer parallel aan de manier waarop baanlozen beoordeeld en ingedeeld worden voor specifieke behandelingen – werk zoeken, stages, omscholing, enzovoorts.

Naast het idee dat straffen noodzakelijk is voor zondaars, is de centrale gedachte achter het vagevuur dat lijden een positief effect heeft; het reinigt individuen van hun zondige verlangens en gebrek aan weerstand tegen verleidingen, het bouwt hen op en transformeert hen tot waardige zielen. Het beproeven van individuen, hen onderwerpen aan een versie van de bijbelse “beproevingen van Job” wordt nu het voorrecht van de bedenkers van uitkeringsprocedures.

Maar zijn uitkeringsprocedures gemodelleerd naar het vagevuur? In economisch jargon is baanloosheid een “arbeidsmarktovergang” en werk zoeken vormt een tussenfase tussen de hemel van een baan en de hel van totale armoede. Het is overduidelijk dat moderne opvattingen en de institutionele logica van uitkeringsbeleid het individu beschouwen als schuldig aan de eigen baanloosheid – velen worden onderworpen aan psychologische tests en dwang, alsof ze een karakterfout hebben. In de praktijk wordt baanloosheid gezien als een individueel probleem en niet als een structureel probleem. Een uitkering wordt niet gezien als een recht, maar als een schuld in ruil waarvoor de uitkeringsgerechtigde moet toestaan dat zijn leven nader wordt onderzocht door anderen en in ruil waarvoor hij nederig moet worden en elke aanbieding voor wat voor baan dan ook moet accepteren. Werkzoekenden moeten hun schuld aflossen door voortdurende inspanningen om een baan te zoeken. Ze zijn niet langer economische rechtspersonen met keuzevrijheid, ze worden subjecten die zonder repercussies gecommandeerd, onder druk gezet en gestraft mogen worden.

De druk richting activering is in het Verenigd Koninkrijk tientallen jaren oud, en het negatieve effect op uitkeringsgerechtigden heeft geleid tot letterlijk duizenden doden wegens slechte gezondheid en zelfmoord, hetgeen leidde tot een VN-onderzoek in 2016. Er is echter veel maatschappelijke steun voor het steeds maar strenger maken van uitkeringsprodures en voor het gebruik door de media van imaginaire “uitkeringsfraudeurs” als zondebokken. De vagevuurlogica is duidelijk in speeches van Iain Duncan Smith, toenmalig Minister voor Werk en Pensioenen, die zorgde voor een buitengewone toename in uitkeringssancties in de periode 2010-2013:

“…niemand zal over het hoofd gezien worden of zonder hulp worden achtergelaten… maar we zeggen tegen iedereen dat er geen mogelijkheid meer is om je te onttrekken aan een streng werkzoekregime. Als mensen vast zitten in een positie van afhankelijkheid van de staat, worden hun talenten te vaak verspild… enerzijds aan pogingen om meer geld van de staat te krijgen… anderzijds om de staat te ontlopen wanneer individuen geduwd worden richting de schaduweconomie of de donkere wereld van de kleine misdaad.”

Hier komen werkzoekenden uit de bus als potentiële misdadigers, als luie bedelaars, als sluwe klaplopers die misbruik maken van veel te vrijgevige uitkeringsstelsels en die op die manier hun talenten vergooien. De morele boventonen zijn duidelijk: zelfs “vergooide talenten” spiegelen de bijbelse “Parabel van de Talenten”, waarin het niet gebruiken van je gaven zondig is. Het is opvallend dat, hoewel deze speech een heel gebruikelijk onderscheid maakt tussen oprechte en dubieuze werkzoekenden, alle werkzoekenden worden onderworpen aan een “streng” regime. Straf is verplicht. Het nieuwe systeem verwacht dat werkzoekenden de nodige inspanningen hebben verricht nog voordat ze zich inschrijven, als bewijs van hun toewijding aan het proces.

In 2015 gaf premier David Cameron ook uiting aan de vagevuurlogica door uitkeringshervormingen te presenteren als een manier om problemen op te lossen die gecreëerd waren door voorgaande systemen, met name “afhankelijkheidscultuur”: “Dat het loont om niet te werken. Dat je iets verdient voor niets. Het bracht ons miljoenen mensen die thuis zaten nog voordat de recessie toesloeg. Het creëerde een cultuur van denken dat je ergens recht op hebt.”

Hier komen we de zonde hoogmoed tegen, weigeren te werken, naast de zonde ledigheid – “thuis zitten”. Deze individuen hebben een overtreding gemaakt tegen de “protestantse moraal” die werken beschouwt als de enige manier om geluk te verdienen. Hoewel Cameron dit deels poneert als de uitkomst van perverse prikkels binnen vorige uitkeringsstelsels, beschouwt hij het ook als persoonlijk moreel falen: “Eerst moeten we armoede bij de bron aanpakken, of het nu schulden zijn, een gezin dat uiteen valt, falen in het onderwijssysteem of verslaving. Daarna moeten we erkennen dat de enige lange termijn-oplossing voor armoede werk is.”

Individuen schuldig achten aan krachten in het systeem die met tussenpozen voor werkloosheid zorgen, is weliswaar bekritiseerd op ideologische gronden, maar het punt hier is om de gedachtegang achter deze uitkeringshervormingen te begrijpen. Werk wordt gepresenteerd als verlossend, een lapmiddel voor morele tekortkomingen, ook al neemt het aantal werkende armen toe. Uiteindelijk stelt Cameron voor dat werkzoekenden zonder betaling gemeenschapswerk zouden moeten verrichten, zoals het schoonmaken van parken. In plaats van het bestrijden van werkloosheid door daadwerkelijk schoonmakers of tuiniers in te huren, grijpt het uitkeringssysteem om zich heen als een vagevuurcomplex voor het tot stand brengen van straffen.

Werkzoekenden die wij hebben gesproken over hun ervaringen omschrijven baanloosheid niet zelden in termen die doen denken aan het vagevuur: bijvoorbeeld “niets doen”, “limbo”, “in de ijskast gezet”, enzovoorts. Velen zagen de interacties met medewerkers van de uitkeringsinstantie als vernederend en zinloos. En toch, wanneer ze werden gedwongen tot sollicitaties, cursussen en stages die vrijwel zinloos leken, aanvaardden velen van hen deze behandeling als goed voor hen: het “gaf structuur”, “zorgde dat ze uit bed kwamen” of “hield ze gewoon bezig”. Dus hoewel het regime onplezierig, pijnlijk en soms zelfs dodelijk is, aanvaarden veel individuen het liever dan dat ze ertegen in opstand komen, omdat zij het morele idee van het vagevuur delen: de straf zal uiteindelijk de moeite waard blijken. Veel werkzoekenden die wij spraken, stelden dat zij geen ‘echte’ werklozen waren, dat het anderen waren die sancties verdienden.

Weinig beleidsmakers of medewerkers van uitkeringsinstanties denken letterlijk aan het vagevuur, maar toch is het idee van hervormende straf het centrale idee achter sancties jegens de baanlozen. Onze theorie is bedoeld om licht te werpen op de culturele logica die zaken als activering en de bredere hervormingen van de verzorgingsstaat drijft. Natuurlijk kan de vagevuurlogica ideologisch bekritiseerd worden, maar zelf binnen dit idee is er ruimte voor een humanere en meer rationele manier om met mensen om te gaan en een wat barmhartiger soort vagevuur tot stand te brengen. In plaats van activering stellen wij een onvoorwaardelijke uitkering voor, waar individuen hun eigen transformatie vorm kunnen geven zonder de dreiging van sancties, zodat elk aanbod van ondersteuning en training optioneel is. Oftewel, het herontwerpen van uitkeringsstelsels met in gedachten een ander religieus idee – namelijk: niet oordelen over anderen.

Tom Boland en Ray Griffin
(De auteurs geven beiden les aan het Waterford Institute of Technology, waar ze leiding geven aan het Waterford Unemployment Experiences Research Collaborative (WUERC), onderdeel van het Centrum voor de Studie van de Morele Grondslagen van Economie en Maatschappij. Hun werk bestudeert de huidige ervaring van baanloosheid, uitkeringen en de arbeidsmarkt. Hun in 2015 herdrukte werk over de sociologie van baanloosheid werd gepubliceerd door Manchester University, en momenteel onderzoeken ze de morele en culturele betekenissen van arbeid en bijstand.)

(Overgenomen van doorbraak.eu)

Advertenties

Groningen kiest voor de lichtste variant van knechting. Omdat het kan!

Tanja spreekt in.
Tanja spreekt in.

Gisteren besprak de Groningse gemeenteraad het raadsvoorstel “Verordeningen Participatiewet”. Aanwezig op de tribune waren inspreeksters (v/m) als Tanja Willems van Doorbraak  en DwangArbeid Nee Groningen (DANG), Hans Alderkamp van de Cliëntenraad SoZaWe, en Beate de Ruiter van FNV Lokaal.

Daar stond ze dan, onze Tan! Fris en fruitig en strijdbaar. Niet bepaald het prototype “uitkeringstrekker” dat door striptekenaars en mediabonzen zo graag wordt neergezet achter een denkbeeldige clivia. Het bordje “Uitbuiterplein”, waarmee we sinds kort de Sociale Dienst op het Harm Buiterplein verbeelden, stond daar daadwerkelijk, maar werd door de streaming-technici behoedzaam buiten beeld gehouden. Vandaar dat ik ‘m er zelf maar even bij heb gef***shopped.

Ook Nel, die de moeite had genomen haar gevoelens over de P-wet (een prachtige vinding van FNV Lokaal) letterlijk uit te dragen, werd gesommeerd om onzichtbaar te worden en werd verder zorgvuldig genegeerd.

Nel werd zorgvuldig buiten beeld gehouden.
Nel werd zorgvuldig buiten beeld gehouden.

Dat tekende zo’n beetje deze gemeenteraadsvergadering. Vergaderd werd er over de stroom papieren die de Participatiewet middels straffen en sancties levensvatbaar moet maken. Een papieren tijger waar mensen van vlees en bloed niet ter zake doen, en letterlijk en figuurlijk buiten beeld worden gehouden.

Tanja had het over het strafregime dat het leven van uitkeringsgerechtigden steeds meer onleefbaar maakt. Over vernederende bejegening en over dwangarbeid. Haar verhaal kun je onderaan teruglezen en ook terugzien.

Dwangarbeid?! Zelfs toen de voorzitter DAT WOORD wel uitspreken MOEST om de inspraak van Tanja aan te kondigen, kon ze het nauwelijks over haar lippen krijgen, alsof het een godslastering betrof. Dwangarbeid bestaat alleen voor hen die daartoe gedwongen worden. Op gemeentelijk niveau wordt het met fluwelen tong weggemasseerd. Met name de PvdA koos ervoor dwangarbeid om te framen tot “participatiebevordering” waar “uitkeringsgerechtigden” nota bene “zelf om gevraagd zouden hebben”.

Straatnaambord was er gewoon weer bij, ook al mocht het eigenlijk niet worden gezien.
Straatnaambord was er gewoon weer bij, ook al mocht het eigenlijk niet worden gezien.

Groningen, zo leek de algemene opvatting, koos voor de lichtste variant van handhaving. “Vergelijk dat maar eens met andere steden”, zo onderstreepte de VVD, daarmee in het midden latend of Rotterdam nou wel of niet als voorbeeld zou moeten gelden voor wat betreft het criminaliseren en straffen van mensen die het wagen om een uitkering nodig te hebben om te overleven.

Maar kiest Groningen werkelijk voor de lichtste variant van het knechten van uitkeringsgerechtigden? Hans van de Cliëntenraad wees er fijntjes op dat Groningen in de begroting extra formatieplaatsen heeft toegewezen voor fraudebestrijding, en dat ten koste van consulenten die voor begeleiding en voorlichting zorgden. Beate van FNV Lokaal wees op een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep dat opgelegde boetes binnen twaalf tot maximaal achttien maanden in evenredigheid van draagkracht afgelost moeten kunnen worden, terwijl de gemeente Groningen een periode van tien jaar voorstaat.

Zowel de FNV als de Cliëntenraad bepleitten uitstel van de Verordening Handhaving, omdat er zoveel ernstige hiaten in het ontwerp zitten dat een vloedgolf van beroepsmogelijkheden en nadeelcompensatie ten deel zal vallen aan gemeenten die er vroegtijdig mee in zee gaan. Bezwaar is al aangetekend door een leger aan maatschappelijke organisaties, zoals de Centrale Raad van Beroep, SZW, Divosa, UWV, FNV, Ombudsman etc, etc. De gemeente Groningen kan een lange, hete zomer tegemoetzien als ze vasthoudt aan invoering van een inhumane wet met criminaliserende uitgangspunten!

Sjaak Platzak


De inspraakreactie van Tanja Willems
(De video kun je hieronder bekijken)

Hallo,

Ik ben Tanja. Ik heb een uitkering en ben actief bij Doorbraak en DwangArbeid Nee Groningen.

Vanavond gaat het hier over gedragsregels en afstemmingsverordeningen voor bijstandsgerechtigden. Die regels bepalen hoe we ons moeten gedragen tegenover iedereen die de Participatiewet uitvoert. De macht van uitvoerders is bizar! Harde of emotionele kritiek op hen kan je op een korting komen te staan. Maar zulke kritiek is logisch. Want uitvoerders proberen ons arm, bang en schuldig te maken en te houden.

Ik stel voor om het om te draaien. Uitkeringsgerechtigden moeten kortingen kunnen uitdelen aan uitvoerders die ONS vernederen. En als uitvoerders een bezwaarprocedure tegen een onterechte korting verliezen, dan moeten ZIJ voor straf zelf gekort worden. Zo kunnen we onszelf beschermen. De mate van beschaving van een welvarend land is immers te zien aan de bescherming die men biedt aan de zwaksten.

De afstemmingsverordeningen maken onze straffen nog zwaarder dan ze nu al zijn. Vergeet ik iets te melden? Dan kan de gemeente meteen mijn uitkering voor een maand afpakken. Als tegemoetkoming wordt voorgesteld om die straf te spreiden over drie maanden. Zo’n straf is een zekere weg naar nog meer ellende. Ik stel voor dat er gewoon niet gekort wordt op de inkomens van de allerarmsten.

Ook wordt er met opzet onduidelijk gehouden wat ik allemaal zou moeten melden. In principe kan ik gepakt worden voor het niet melden van een gebroken pink, een verjaardagscadeautje of een paracetamolletje tegen mijn hoofdpijn.

En wanneer je een uitkering aanvraagt, verlies je niet alleen je recht op privacy. Naar pensioenopbouw en arbeidsrechten kan ik fluiten. Staken kan niet, vrije arbeidskeuze en inspraak heb ik ook niet meer. En nu verlies ik dus ook de vrijheid van spreken. De gemeente wil alleen stille gehoorzame bijstandsgerechtigden.

Met uitzondering van illegaal gemaakte mensen heeft iedereen recht op bijstand wanneer je onvoldoende bestaansmiddelen hebt. Maar de overheid ontmoedigt het aanvragen van zo’n uitkering steeds meer. Ik vind dat er juist minder drempels moeten worden opgeworpen. Dat je niet eerst hoeft te bewijzen dat je het wel verdient, bijvoorbeeld door dwangarbeid te verrichten.

Het recht op een uitkering is zo inmiddels tot een gunst geworden. Wil je bijstand, dan dien je te buigen voor de onderdrukkende vernederende regelgeving. Jezelf daartegen verzetten lijkt onmogelijk. Maar dat is gelukkig niet zo. De bijeenkomsten van DwangArbeid Nee Groningen worden door veel mensen bezocht. Samen staan we sterk. Ook kritische wetenschappers als Gijsbert Vonk spreken hun zorgen uit over de ontwikkelingen binnen de repressieve verzorgingsstaat. En bijstandsgerechtigde Stadjers reageren positief op de onlangs gestarte inloopochtend van DANG. Vanuit verwondering en verontwaardiging sluiten mensen zich aan. Verzet van onderop, het kan!

Tanja Willems
Doorbraak en DANG

Dit verslag is ook gepubliceerd op de website van Doorbraak.

Vechten en scoren “a la Messi” tegen dwangarbeid en repressie (videoverslag)

Afgelopen vrijdag vond op de Universiteit Groningen de tweede gezamenlijk georganiseerde bijeenkomst plaats van Gijsbert Vonk en enkele uitkeringsgerechtigden van DwangArbeid Nee Groningen (DANG) en Doorbraak. Deze keer ging het over individuele straf en collectief verzet in de bijstand. Er waren een kleine honderd aanwezigen, voornamelijk uit de drie noordelijke provincies.

De middag werd ingeluid met een minicollege (zie de video hieronder) van Gijsbert Vonk, waarin hij liet zien hoe de verzorgingsstaat de afgelopen decennia verworden is tot een staat waar zware repressie geldt voor mensen zonder betaald werk. Zware repressie die gepaard gaat met zware sancties. Allereerst merkte Vonk op dat het thema, het strenge beleid in de bijstand, eindelijk begint te leven. Meer mensen worden er gevoelig voor en er verschijnen kritische artikelen. Bijstandsgerechtigden zijn in mindere mate een ‘vergeten groep’ aan het worden, wat ook te zien is aan instanties die hier oog voor krijgen.

Zo verscheen er eind vorig jaar een kritisch en hard geformuleerde rapportage (pdf) van de Nationale Ombudsman over de Fraudewet. En de Centrale Raad van Beroep tackelde in haar uitspraak van 14 november 2014 diezelfde Fraudewet. “De wet zoals die er lag mag niet. Die maakt geen onderscheid tussen burgers die per ongeluk of door gewoon nalatigheid dingen niet doorgeven en mensen die opzettelijk de boel misleiden. Ondanks de uitspraak blijven gemeenten meningsverschillen over wat een bijstandsgerechtigde in de bijstand moet doen, framen als fraude. Met als gevolg het opleggen van enorme boetes, want terugvorderen van uitkeringen is immers verplicht binnen de Participatiewet”, vertelde Vonk.

De effecten van de Fraudewet en de Participatiewet zijn ook goed zichtbaar in de recente uitzending van Monitor over de bijstandsgerechtigde schoonmoeder van rapper Lange Frans die op haar kleinkinderen paste en daar keihard voor moet boeten. Daarover merkte Vonk scherp op: “Achteraf reconstruerend wordt het (niet nakomen van verplichtingen als bijstandsgerechtigde red.) een delict, bedacht, dat lijkt me in hoge mate in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel lex certa.” (1)

Hij sloot zijn bijdrage af met de vraag: “Hoe moeten we het tij keren?”. Hij benadrukte terecht dat uitkeringsgerechtigden zelf aan zet zijn, dat zij in actie moeten komen. Hoe? Door het inzetten van onder andere de rechter en de ombudsman. Ook de universiteiten moeten van zich laten horen door een eigen jargon en discours te ontwikkelen zodat ze de gang van zaken objectief kunnen beschrijven. Over het inzetten van de pers merkte Vonk op: “De populaire pers is onze ergste vijand. De kritische onafhankelijke pers is onze vriend! Die moeten we opzoeken.” En als we daar allemaal mee bezig zijn, zal uiteindelijk, heel misschien, het parlement te bewegen zijn om ook “iets doen” in ons voordeel.

Arbeidsreserveleger

“We leven in een kapitalistische maatschappij en daar zijn wij als reserveleger nodig”, zo begon de tweede spreker, Hans Alderkamp, zijn verhaal (zie de video hieronder). Hij is actief in de Cliëntenraad Groningen en de FNV, maar belichtte op persoonlijke titel de situatie in Groningen. “Mensen zonder baan hebben niet de bus gemist”, zo reframede hij de uitspraak die de schuld van baanloosheid bij de baanlozen zelf legt, “de bus was en is gewoon te klein!” De bezuinigingen van het Rijk leiden tot massaontslagen, vooral in de zorg. De combinatie van de hoge baanloosheid, in met name die sector, en de eis van een tegenprestatie van uitkeringsgerechtigden, noemde Alderkamp “een giftige cocktail”. In de nabije toekomst voorspelde hij grootschalige dwangarbeid en torenhoge sancties om de bezuinigingen die het Rijk de gemeentes opdringt, te compenseren. Mensen met een uitkering zullen bloeden!

Alderkamp legde uit dat de Participatiewet de tweede wet is die gebaseerd is op het principe van de omgekeerde bewijslast. De eerste was de Vreemdelingenwet. Die bepaalt dat vluchtelingen zelf het bewijs moeten leveren dat vervolgd worden en dus in Nederland mogen blijven. Dat is “een nieuwe juridische wending die we beslist voor ogen moeten hebben”. Mensen moeten dus keer op keer bewijzen dat ze het godvergeten recht op een uitkering hebben. Het participatiebeleid is erop gespitst om te voorkomen dat mensen überhaupt nog een uitkering aanvragen. Dat werd zelfs bevestigd door een Groningse ambtenaar die bij een sollicitatiegesprek tegen Alderkamp zei: “Het gaat erom of mensen níet in aanmerking komen voor een uitkering.” Het is opmerkelijk, maar niet verbazingwekkend, dat ook GroenLinks-wethouder Mattias Gijsbertsen dat stilzwijgende uitgangspunt niet wil tegenspreken.

De gevolgen van het demotiverend beleid in de stad Groningen zijn duidelijk. Kijk naar het aantal niet in behandeling genomen klachten en bezwaarschriften. Baanlozen worden “opgebeld door een ambtenaar en die zegt standaard: u begrijpt het niet goed”. Op die manier en met veel ambtelijke taal worden “cliënten” geïntimideerd, en komt de gemeente weg met haar wanbeleid.

In Groningen is besloten om de verplichte tegenprestatie niet op te nemen in de verordeningen. Merkwaardig genoeg wordt er nu wel weer discussie gevoerd over het leveren van een tegenprestatie in ruil voor een individuele inkomenstoeslag. Alderkamp zei daarover: “Wij participeren al vanaf onze geboorte!”, en hij is dan ook pertinent tegen het leveren van een tegenprestatie. Overigens wordt er in Groningen nog gewerkt aan een beleidskader rondom de Participatiewet, en men zou denken dat pas wanneer die allemaal gereed is men zou komen met verordeningen die daarop zijn afgestemd. Maar nu blijken er merkwaardig genoeg al op 8 april verordeningen op de agenda te staan van de commissie Werk en Inkomen. “Nu gaan ze, stapsgewijs, mondjesmaat, verordeningen invoeren”, vertelde Alderkamp. Hij riep dan ook op tot actie: “DANG en anderen organiseer iets, niet alleen maar drie minuten inspreken, maar op een andere manier: laat onze stem horen. Wat hier gebeurt, dat kan niet!”

Angst en verzet

“Mensen zijn niet meer solidair. Iedereen is bang. Heel bang. Ik praat er nu over en ik hoop dat heel veel mensen dat gaat doen”, aldus Tanja Willems na de pauze (zie de video hieronder). Willems is zelf bijstandsgerechtigde an actief bij Doorbraak en DANG. Ze gaf beeldend aan hoe een sanctie in de bijstand uitwerkt: als een steen die in het water geworpen is en eeuwig concentrische cirkels blijft produceren. Van de gevolgen van een enorme sanctie en het label “fraudeur” kom je nooit af, wat je situatie ook is of was. Hoewel zij destijds van twintig euro per maand zichzelf en haar kind in leven moest zien te houden, heeft ze zelfs nooit de jaarlijkse, eenmalige toeslag ontvangen die in het leven geroepen is om te voorkomen dat mensen steeds verder in armoede en schulden zakken. Voor een overtreding in de bijstand krijg je in Nederland levenslang.

Willems vertelde hoe ze op zoek naar steun besloot om “zichzelf te gaan organiseren”. Deze tweede bijeenkomst op de universiteit is daar een direct gevolg van. Ze benadrukte dat het belangrijk en goed is om iemand mee te nemen naar moeilijke gesprekken met de soos. Willems hoopt dat “zoveel mogelijk mensen de durf en moed bij elkaar verzamelen om zich actiever op te stellen”. Dat kan door bijvoorbeeld mee te doen met onderzoek en het vertellen van persoonlijke verhalen.

“Orwelliaanse lulverhalen”

Tenslotte gaf Rachid Aoulad Abdellah, eveneens bijstandsgerechtigde, en actief bij de Amsterdamse Bijstandsbond en Doorbraak, een aanschouwelijke demonstratie (zie de video hieronder) hoe een gedegen kennis van de Participatiewet en een mentale lenigheid en scoringsdrift á la Messi het mogelijk maakt om dwangarbeid en sancties te ontlopen. “Je gaat gewoon zitten en laat zo’n ambtenaar zijn verhaal afsteken, en dan zie je opeens een tegenstrijdigheid (de wet van Jet staat er vol van) en daar spring je dan op in!” Hij pluist de plaatselijke verordeningen goed uit op zoek naar bruikbare tegenstellingen. Als vrijwilliger bij de Bijstandsbond gaat hij met uitkeringsgerechtigden mee naar de Dienst Werk en Inkomen. Met de juiste kennis, gesprekstechnieken en weten wanneer je kunt dreigen met onder andere juridische stappen, kun je een heel eind komen: “Je kunt er niet uithalen: ik ga iemand een heilstaat in loodsen. Je blijft in het regime. Je kunt wel voorkomen dat iemand in een dwangtraject terecht komt of een strafkorting krijgt.”

Als je je onheus bejegend voelt door een sanctie, maatregel, dwang of een ambtenaar, schrijf dan een klacht: “Ga maar lekker klagen, je hebt toch niets beters te doen.” Richt de klacht niet aan je klantmanager, maar stuur die naar de juridische afdeling en doe dat per mail of post want dan heb je bewijsmateriaal. Als juridische zaken moeilijk gaat doen, dan schrijf je naar de plaatselijke ombudsman. En als die ombudsman vervelend doet, ga je naar de nationale ombudsman om te “klagen over de plaatselijke ombudsman”. Het klinkt misschien komisch, maar het is serieus een kwestie van een lange adem en geduld om je doel te bereiken. “De Participatiewet is een onding!”, zei hij.

Tijdens en na afloop van de bijeenkomst werd opgeroepen om mee te werken aan het in kaart brengen van dwangarbeid en sancties in Groningen. Buiten serveerde pop-up restaurant T eet’Thuis een gastvrij, hart- en lijf verwarmende hap, bestaande uit Roasted sweet garlic, bread & almond soup met daarnaast Turks brood met de superfood boerenkoolpesto.

Puk Pent
Sjaak Platzak

Noot
1. Het Lex certa-beginsel is een subbeginsel van het legaliteitsbeginsel en houdt in dat voor iedereen duidelijk moet zijn welk handelen en nalaten leidt tot strafrechtelijke aansprakelijkheid, alsmede welke sancties daar op kunnen volgen.

(Dit verslag is ook gepubliceerd op de website van Doorbraak)