Categorie archief: Strijd

Via juridische procedures gaten proberen te schieten in het keiharde uitkeringsbeleid

Logo van de Bijstandsbond.
Logo van de Bijstandsbond.

Rechters en gemeenten mijden principiële uitspraken over de Participatiewet en volgen in het algemeen nogal slaafs de ideologische prietpraat van de regering. Het komt vaak voor dat advocaten in verband met die wet namens een cliënt een rechtszaak beginnen tegen de gemeente. Soms trekt de gemeente voortijdig een besluit in dat op een individu betrekking heeft, bijvoorbeeld wanneer een voorlopige voorziening is aangevraagd en men ziet aankomen dat men de zaak gaat verliezen. Soms trekt de gemeente een besluit pas op het laatste moment bij een rechtszaak in, om zo te vermijden dat de rechter een principiële uitspraak gaat doen over het gemeentelijke beleid. Bij intrekking hoeft de gemeente namelijk geen rekening te houden met de mogelijke rechterlijke beslissing dat dat beleid in strijd is met de wet.

Dat soort uitspraken komen voor. Bij de cliënt die naar de rechter is gestapt, wordt het besluit dan teruggedraaid. In vergelijkbare gevallen kan de gemeente, wanneer de betrokken persoon geen procedure gaat voeren, het besluit doodleuk handhaven, hoewel het in strijd is met de wet. Dat doen gemeenten soms ook. De gemeente Amsterdam bijvoorbeeld handhaaft dan het beleid voor die cliënten die geen procedure zijn begonnen, wat in het verleden het geval is geweest bij de verschillende regelingen voor chronisch zieken en gehandicapten.

Centrale Raad van Beroep

Ook komt het regelmatig voor dat een bepaalde procedure door een cliënt wordt gevoerd tot aan de Centrale Raad van Beroep, de hoogste rechterlijke instantie voor wat betreft de Participatiewet. Ook als een zaak bij de Centrale Raad komt, gebeurt het dat de gemeente het bestreden besluit op het laatste moment intrekt. Weliswaar vinden er tussen gemeenten en de Centrale Raad geen overleggen achter gesloten deuren plaats. Dat mag namelijk niet. Maar de Centrale Raad kan tijdens de openbare rechtszitting door het stellen van vragen en het maken van opmerkingen subtiel laten doorschemeren dat men een principiële uitspraak ten nadele van de gemeente aan het overwegen is. Zo hebben gemeenten er alle belang bij om voor hen nadelige uitspraken over de verplichte “tegenprestatie” in het kader van de Participatiewet te vermijden. In zo’n geval trekt men het bestreden besluit liever in.

Dat wil uiteraard niet zeggen dat de Centrale Raad altijd kritisch is richting gemeenten. Vaak blijkt de Centrale Raad slaafs het beleid van de regering te volgen, zonder daar inhoudelijk kritiek op te leveren. Ook is de Centrale Raad er zeer terughoudend in om Nederlandse wetten, zoals die door het beleid van de regering tot stand komen, te toetsen aan internationale mensenrechtenverdragen die Nederland heeft ondertekend. Zo verwijst de Centrale Raad in de motivatie van uitspraken vrijwel nooit naar het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

Hoe slaafs de Centrale Raad het regeringsbeleid volgt, bleek onlangs bij de dertien uitspraken over de kostendelersnorm in diverse uitkeringen. De Centrale Raad voerde aan dat bij de kostendelersnorm, zoals ook de regering stelt, “de vangnetfunctie van de bijstand blijft gewaarborgd, het lonend blijft om te werken en er een bijdrage wordt geleverd om de schatkist van de overheid op orde te brengen”. Twee dagen later publiceerde het onderzoeksbureau Regioplan, dat in opdracht van de gemeente Amsterdam een onderzoek had uitgevoerd, een rapport waaruit bleek dat van de argumenten van de Centrale Raad veel niet klopt. De kostendelersnorm is ingevoerd omdat volgens de regering twee alleenstaanden die in hetzelfde huis wonen, veel kosten kunnen delen en dus minder kosten van levensonderhoud hebben dan een alleenstaande die alleen woont. Het onderzoek van Regioplan toont aan dat die redenering niet opgaat. De alleenstaanden die in hetzelfde huis wonen, kunnen veel kosten niet samen delen. En ze geraken door de kostendelersnorm in grote armoede. Dat is ook de reden waarom de Amsterdamse Bijstandsbond een petitie tegen de kostendelersnorm heeft opgesteld.

Lees verder: Via juridische procedures gaten proberen te schieten in het keiharde uitkeringsbeleid

Advertenties

“Verdringingsprotocol” van gemeenten en de FNV reguleert dwangarbeid voor baanlozen

SP-wethouder Björn Lugthart wil mogelijkheid open houden van drie maanden dwangarbeid.
SP-wethouder Björn Lugthart wil mogelijkheid open houden van drie maanden dwangarbeid.

Dwangarbeid voor baanlozen proberen te fatsoeneren door het te reguleren. Zo zou je het “verdringingsprotocol” kunnen betitelen dat de vijf gemeenten Den Haag, Delft, Midden-Delfland, Rijswijk en Westland onlangs hebben getekend, samen met de FNV. In plaats van gratis werk zonder loon en arbeidscontract af te schaffen, wordt het zo juist gekanaliseerd en daarmee genormaliseerd.

Het protocol zou volgens de ondertekenaars zijn bedoeld om verdringing op de arbeidsmarkt te voorkomen, om “werken zonder loon” tegen te gaan en om werknemers volgens cao-lonen te betalen. Maar uit een bericht in Binnenlands Bestuur volgt dat uitkeringsgerechtigden volgens de afspraken in het protocol nog steeds onbetaald aan het werk kunnen worden gezet. Met andere woorden: “werken zonder loon” wordt niet principieel tegengegaan, maar alleen gereguleerd. Het protocol noemt dat soort onbetaalde arbeid “proefplaatsingen”, de zoveelste eufemistische term voor de situatie waarbij een arbeider wel werkt, maar geen loon, geen arbeidscontract en geen cao-voorwaarden krijgt aangeboden.

“Proefplaatsing”

De “proefplaatsingen” van uitkeringsgerechtigden mogen volgens het protocol maximaal een maand duren, waarbij de bazen “de intentie” moeten hebben om de betrokken personen daarna in dienst te nemen. De vraag is uiteraard waarom die baanlozen dan niet meteen vanaf dag één worden aangenomen. Na de “proefplaatsing” van een maand mag er volgens de afspraken geen “proeftijd” meer volgen. De “proeftijd” geldt van oudsher als de periode van maximaal twee maanden waarbij de arbeider al wel is aangenomen, dus al wel loon en een contract heeft, maar ook het recht heeft (net als de baas) om dat contract eenzijdig op te zeggen. Door het protocol te ondertekenen gaat de FNV ermee akkoord dat die “proeftijd” nu wordt ingeruild voor een systeem van “proefplaatsingen”, waarbij de baanlozen onder het regime van Sociale Zaken blijven vallen en dus nog geen loon en een contract krijgen. Per saldo gaat de FNV dus opnieuw akkoord met een achteruitgang in de rechtspositie van arbeiders. Eerder stemde de bond sowieso al in met dwangarbeid voor een periode van drie maanden.

Overigens zaagt de Rijswijkse SP-wethouder Björn Lugthart meteen al aan de poten van de maximumtermijn van één maand “proefplaatsing” door te spreken van “een uitloop naar drie maanden in uitzonderlijke gevallen”. Gezien de volkomen scheve machtsverhoudingen tussen baanlozen en bazen zou die uitzondering wel eens heel snel de regel kunnen worden. Dat leert de praktijk van de reïntegratie-industrie. “Er moet perspectief zijn op een baan, anders beginnen we er niet aan”, meldt Lugthart ook nog stoer. Maar als er perspectief is op een baan, waarom wordt die baan dan niet meteen, vanaf dag één, aan de baanloze gegeven? Waarom moet hij of zij eerst tenminste een maand gratis werken? Waarom moet de uitkeringsgerechtigde eerst het levensgrote risico lopen dat de baas na een maand niet meer “de intentie” zegt te hebben om de persoon in dienst te nemen?

Doekje voor het bloeden

Volgens de plannen van de vijf gemeenten en de FNV zou er na de zomer een meldpunt moeten komen waar baanlozen terecht kunnen “als de afspraken niet nagekomen worden”. In dat geval zouden de klachten besproken gaan worden door “een interventieteam waar naast de gemeente ook de UWV, de FNV en mogelijk werkgeversorganisatie in zitten”. Dit soort meldpunten komen vaak pas van de grond, nadat de uitkeringsgerechtigden op beleidsniveau, dus in structureel opzicht, al rechtelozer zijn gemaakt. Het melden van klachten dient dan als doekje voor het bloeden. “Als er aanleiding blijkt te zijn, dan wordt er vervolgens actie ondernomen om de ongewenste situatie te veranderen en in het vervolg te voorkomen”, aldus de ondertekenaars van het protocol. Maar wie “de ongewenste situatie” van dit soort rechteloze onbetaalde arbeid wil “voorkomen”, die zou ernaar moeten streven om die vorm van arbeid over de hele linie af te schaffen. Die zou moeten gaan strijden voor betaalde arbeid vanaf dag één, tegen minstens het minimumloon, een arbeidscontract en onder cao-voorwaarden.

Volgens de FNV zijn veel gemeenten “in woord” tegen verdringing en tegen “werken zonder loon”. “Maar deze vijf gemeenten gaan er ook wat aan doen en zetten woorden om in daden”, aldus FNV-vice-voorzitter Ruud Kuin. Doorbraak strijdt al vijf jaar tegen dwangarbeid voor baanlozen. Al die tijd hebben wij vrijwel nooit een gemeente meegemaakt die zich “in woord” keert tegen verplicht onbetaald werk voor uitkeringsgerechtigden, laat staan “in daad”. Integendeel, gemeenten omarmen juist “de tegenprestatie” van de Participatiewet als een mogelijkheid om bezuinigingen op te vangen door baanlozen onbetaald aan het werk te zetten op plekken waar vroeger nog betaalde krachten werkzaam waren. De FNV zegt te hopen dat meer gemeenten en bedrijven het voorbeeld van de vijf Zuid-Hollandse gemeenten gaan volgen. Doorbraak hoopt dat steeds meer uitkeringsgerechtigden zich gaan verzetten tegen elke vorm van verplichte onbetaalde arbeid en zullen blijven strijden totdat het systeem van dwangarbeid volledig is afgeschaft.

Harry Westerink

(Overgenomen van doorbraak.eu)

Amsterdamse Bijstandsbond: veertig jaar steun en strijd van en voor baanlozen

Logo van de Bijstandsbond.
Logo van de Bijstandsbond.

Dit jaar bestaat de Amsterdamse Bijstandsbond, een belangenorganisatie van en voor bijstandsgerechtigden en anderen met een minimuminkomen, veertig jaar. Dat vormde voor de medewerkers van de bond vorige week aanleiding om een aantal jubileumactiveiten te organiseren, zoals een symposium, een expositie, een feestelijke bijeenkomst, en de presentatie van een jubileumboek. Een gesprek met Anke van der Vliet, een van de vier mensen die de Bijstandsbond veertig jaar geleden oprichtte en zich door de jaren heen is blijven inzetten voor de belangen van baanlozen.

“In 1976 kreeg de ombudsman van de VARA, Johan van Minnen, veel klachten binnen over problemen met sociale verzekeringen”, vertelt Van der Vliet. “Toen kwam hij met het idee om een landelijke bond op te zetten. Op de eerste bijeenkomst kwamen zo’n driehonderd tot vierhonderd mensen af. Al snel werden er ook allerlei lokale afdelingen van de bond opgezet. Ik ben in het bestuur van de landelijke Bijstandsbond gegaan, maar die heeft helaas maar drie jaar bestaan. De lokale afdelingen gingen wel verder. Bijna drie jaar na het oprichten van de Amsterdamse Bijstandsbond is het comité Vrouwen en de Bijstand opgestart. Die organisatie doet hetzelfde werk als de Bijstandsbond, maar richt zich specifiek op vrouwen en bestaat ook nog steeds.”

Overzicht van de expositie.
Overzicht van de expositie.

Dikkere huid

Meteen vanaf het begin ging de Amsterdamse Bijstandsbond een spreekuur houden voor en door mensen in de bijstand. Dat spreekuur is steeds draaiende gehouden door vrijwilligers die zelf ook baanloos waren. “We begonnen met vier mensen en nu zitten we op tien actieve leden. Dat schommelt wel een beetje door de jaren heen. In de jaren tachtig en negentig hadden we zo’n driehonderd leden. Veel baanlozen zijn lid geworden, maar er vallen ook mensen weg die vanwege geldgebrek de contributie niet kunnen betalen. Toen we met de bond begonnen, konden we twee kantoorruimten gebruiken in het Bolshuis aan de Rozengracht. We hadden toen nog geen juridische ondersteuning, maar we deelden het pand met de Rechtswinkel en met een sociaal raadsman, dat was wel handig. We kregen gemakkelijk advies en konden doorverwijzen naar een advocaat. Maar later kwam er een andere sociaal raadsman die geen bemoeienis meer van ons wilde. Na een paar jaar moesten we uit het Bolshuis-pand vertrekken vanwege bezuinigingen en plannen voor winkeluitbreiding. Toen zijn we verhuisd naar een studentenpand op de Leidsegracht en uiteindelijk zijn we terecht gekomen in de oude Tetterode-fabriek aan de Da Costakade. Sinds 2002 zitten we daar, en hopelijk kunnen we er nog lang blijven. Het is essentieel dat mensen in de bijstand ons weten te vinden. We hebben altijd al een eigen en onafhankelijke koers gevolgd. Dat zal wel blijven doorgaan. Tot 2006 kregen we gemeentelijke subsidie. Dat werd stopgezet vanwege bezuinigingen, met de smoes dat ons werk niet meer noodzakelijk zou zijn. Dat werd gesteld in een tijd van structurele massawerkloosheid en vlak voor de uitbarsting van de economische crisis in 2008, waardoor nog meer mensen hun baan verloren.”

Van der Vliet draait al veertig jaar mee met het Bijstandsbond-spreekuur. Dat heeft haar uiteraard een schat aan ervaringen opgeleverd. Ze heeft veel ellende en misstanden op het gebied van uitkeringen van dichtbij meegemaakt. “Soms komen er wel vijftien mensen op een dag naar ons spreekuur. In de begintijd ging ik veel verder met mijn steun en stelde ik minder mijn eigen grenzen dan nu. Na verloop van tijd heb ik een veel dikkere huid gekregen. Zo geef ik bijvoorbeeld bijna nooit meer mijn eigen telefoonnummer aan spreekuurbezoekers. Voldoende strijdlust blijven houden is noodzakelijk om door te kunnen gaan. Gelukkig kan ik me nog steeds flink boos maken om onrecht.”

Lees verder: Amsterdamse Bijstandsbond: veertig jaar steun en strijd van en voor baanlozen (Doorbraak)