Social Impact Bonds: disciplineringssysteem tegen mensen aan de onderkant van de samenleving

Voorkant van een brochure van ABN AMRO.

Ben jij baanloos, bijstandsgerechtigd, ongediplomeerd schoolverlater, dakloos, vluchteling, ernstig ziek, schuldenaar of ex-gedetineerd? Dan is de kans groot dat je gedurende je schuldhulp, inburgering of reïntegratie voor een bank, zoals de Rabobank, een zorgverzekeraar, zoals het CZ, of een subsidiefonds, zoals het Oranje Fonds, moet werken. En nee, de financiële opbrengsten gaan niet naar jou of naar een collectieve pot, maar via de overheid naar particuliere kapitaalbezitters. Dit proces van zogeheten Social Impact Bonds is gestaag in opmars. Tegen deze privatisering en kapitalisering en tegen de verdergaande disciplinering van arm gemaakte mensen dienen we ons met hand en tand te verzetten.

Bij het uitpluizen van de uitbuitconstructie Flextensie zien we dat de Rabobank Foundation onder andere in Zaandam het een en ander voorfinanciert. We staan daar niet zo bij stil totdat eind januari 2018 de gemeente Veldhoven met veel bombarie een Social Impact Bond (SIB) aankondigt: “Investeerders financieren de inburgering van statushouders”. De Rabobank Foundation blijkt ook dit project te voorfinancieren. Vluchtelingen die moeten inburgeren, blijken daartoe zo goed als zelf een speciaal opgerichte “startup” te moeten draaien. Deze constructie wordt in de mainstream alom geprezen: “Wat goed, zeg, het bedrijfsleven gaat doen wat de zich terugtrekkende overheid nalaat…”. Ook D66-minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Wouter Koolmees ziet wel brood in deze en andere SIBs.

In maart 2018 brengt de gemeente Venlo naar buiten dat er “de komende twee jaar 50 bijstandsgerechtigden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt” aan een baan worden ‘geholpen’ in een constructie met de ‘sociale’ onderneming Rendiz. Uiteraard rinkelen de alarmbellen bij deze aankondiging van een tewerkstellingsproject én de vermelding van de Rabobank Foundation. En jawel, daar is die Impact Bond weer.

Wat is een Social Impact Bond (SIB)?

Een onderneming of organisatie ‘krijgt’ geld van private investeerders (banken en fondsen), al dan niet na een aanbestedingsprocedure waarin een ondernemer het inhoudelijke deel van een SIB bedenkt. Met dat geld gaat een lokaal of landelijk overheidssproject worden uitgevoerd, met een gemiddelde looptijd van twee tot vijf jaar en bedoeld voor mensen aan de onderkant van de samenleving. Dat zijn integratie- en reïntegratietrajecten.

De gemeente of landelijke overheid sluit van tevoren een contract af met makelaars of andere intermediairs die op hun beurt investeerders zover krijgen dat ze beleggen in zo’n project. Een gemeente of landelijke overheid levert de “doelgroepen” aan bij de uitvoerende organisatie. Ook worden er doelen gesteld, want resultaten wegen zwaar binnen een SIB. Bijvoorbeeld: tien bijstandsgerechtigden moeten binnen drie jaar aan een baan komen.

Een SIB wordt gemonitord en het resultaat wordt getoetst door zogenaamd onafhankelijke beoordelaars, zoals wetenschappers van een universiteit, een onderzoeksbureau of wie dat dan ook mag doen. Op deze manier wil men malafide praktijken voorkomen en zogeheten “social impact” meten.

Als het doel wordt behaald, dan wordt het geleende kapitaal met rente – vanuit besparingen op uitkerings- of andere budgetten – door de gemeente of landelijke overheid terugbetaald aan de private investeerders. Mislukt een SIB en wordt het resultaat dus niet behaald, dan ligt het verwaarloosbare risico bij de investeerders.

SIBs worden verkocht als “investeren om een maatschappelijk probleem op te lossen”. Naast Social Impact Bonds zijn er ook Health Impact Bonds, Humanitarian Impact Bonds en Development Impact Bonds. Wereldwijd zijn er momenteel een paar honderd van dit soort Impact Bonds.

Ook Den Haag waagt zich aan de Impact Bonds. Sinds 2017 loopt daar de Health Impact Bond (HIB) “Sociaal Hospitaal”. Deze HIB is erop gericht om 250 “multi-probleemgezinnen” te ‘helpen’ met hun “problematische” schulden. Deze Impact Bond wordt gefinancierd door zorgwoekeraar CZ, die de investering doet om de “zorgconsumptie” en “ondersteuningskosten” van de gezinnen te verminderen via het inzetten op “bestaanszekerheid”.

No cure, no pay

Met Impact Bonds wordt er door superrijke banken, privé- en maatschappelijke fondsen (al dan niet met ANBI-status) en kapitale ondernemingen, zoals CZ, geld geïnvesteerd in disciplineringsprojecten voor mensen aan de onderkant van de samenleving. De doelen van de Impact Bonds zijn bewust klein. Daarmee zijn de risico’s zo goed als nihil, en is een succes dus al snel behaald. Het schijnt dé constructie voor de lokale en landelijke overheid te worden om geld te onttrekken aan collectieve voorzieningen en daarmee aan de mensen die een beroep doen op die voorzieningen. De besparingen op bijvoorbeeld een toch al zwaar bezuinigd uitkeringsbudget vloeien met de Impact Bonds namelijk niet terug naar de gemeentekas, maar naar de investeerders. Ook de opbrengsten voor de uitvoerders van de Impact Bonds zullen niet onaardig zijn. Daarnaast moeten die bedrijven of organisaties een project ook een beetje leuk optuigen met banen voor extra toezichthouders, werkbegeleiders, onzincoaches of bijvoorbeeld een leuk pandje om de “doelgroep” gedurende het project in onder te brengen.

“No cure, no pay” is al langer gebruikelijk in de nog altijd booming integratie- en reïntegratie-industrie. Maar de nadruk op meetbaar resultaat wordt met de Impact Bonds nog wat vetter aangezet. Niet alleen het resultaat wordt getoetst, maar ook de wijze waarop een SIB wordt opgezet en uitgevoerd. Dat wordt gemonitord door zogenaamd onafhankelijke onderzoekspartijen, zoals bijvoorbeeld de Erasmus Universiteit.

Terug naar de markt

In het verleden werd er door de overheid veel geld rechtstreeks aan grote en kleine reïntegratiebedrijven gegeven. Binnen de SIB-constructie nemen particuliere investeerders dat voor hun rekening. Na behaald resultaat keert de gemeente geld uit aan de investeerders. Het is pure winst voor een gemeente om investeerders reïntegratie- en andere trajecten te laten bekostigen. Het regime en de repressie blijft in handen van de lokale en landelijke overheid. De trajecten kosten de gemeenten in eerste instantie geen drol. Gemeenten en landelijke overheid “ontzorgen” zichzelf daarmee, doordat ze niet in hun eentje de integratie en reïntegratie van arm gemaakte mensen hoeven te organiseren. Dat wordt nu weer nadrukkelijker bij marktpartijen neergelegd.

Het is zeer waarschijnlijk dat Impact Bonds nog meer uitbuitconstructies in de hand werken. Er is binnen het SIB-systeem voor bijstandsgerechtigden hoe dan ook sprake van loondrukkende maatregelen, aangezien de baanlozen zonder loon en arbeidsrechten te werk worden gesteld, in een poging om gedurende een SIB-traject aan een baan te komen door werkervaring op te doen via leerwerkplekken, stages, enzovoorts. Hoe makkelijk kan het voor de uitvoerders worden om uiteindelijk het beoogde resultaat te behalen? Regel tegen het einde van een SIB-project voor een paar bijstandgerechtigden wat tijdelijke en slecht betaalde flexbaantjes bij een bank, en voila: het doel is behaald en de winst is voor de investeerders en de overheid.

Oude wijn in nieuwe zakken

De lijst met Nederlandse Impact Bonds is groeiende (zie overzicht onderaan). Veel gemeenten en ondernemers zijn al bezig met Impact Bonds. Of ze tonen buitengewoon veel interesse in deze neo-liberale constructies, daarin aangemoedigd door landelijke en Europese overheden. En het lijkt er sterk op dat er ruim baan wordt gemaakt voor alle kapitaalkrachtigen om zich vergaand te bemoeien met het leven van kwetsbare en arme mensen zonder macht. Immers, het beleggen van geld in gemarginaliseerde groepen (lees: het samen met de overheid uitbuiten van die groepen) verhoogt de sociale status van die investeerders. Het zal ook vast heel goed voelen voor private beleggers, fondsen, bedrijven en banken om de schijn te kunnen ophouden dat ze “maatschappelijk verantwoord” bezig zijn.

Social Impact Bonds en andere Impact Bonds worden bejubeld als dé manier om baanloosheid en armoede aan te pakken. Maar wat verandert er nu wezenlijk voor bijstandsgerechtigden, baanlozen, schuldenaren, zieken, vluchtelingen en anderen die moeten meedoen in een SIB of HIB? Niets, want de projecten lijken als twee druppels water op de bestaande integratie- en reïntegratietrajecten. Mensen moeten nog steeds leren solliciteren, een cursus of workshop volgen en testen doen om te bedenken wat hun “droombaan” of “droomonderneming” is. Ze moeten leren budgetteren en leren om op tijd hun rekeningen te betalen. Ze moeten de Nederlandse taal en de veronderstelde Nederlandse normen en waarden leren. Ze moeten leren hoe ze hun baan kunnen behouden of hoe ze aan een nieuwe baan moeten komen. Ze moeten leren wat een “gezonde levensstijl” is. Oude wijn in nieuwe zakken dus, met geld van particuliere investeerders.

Binnen de constructie van Impact Bonds zijn mensen gecategoriseerd. De “doelgroep” wordt als “bussinesscase” op risico en potentiële opbrengsten geanalyseerd, maar nog altijd individueel onder druk gezet om te presteren. Die psychologische druk zal toenemen, aangezien er bij Impact Bonds meer belanghebbenden baat hebben bij een positief resultaat. Bijstandsgerechtigden moeten daarbij niet alleen hun casemanager, werkbegeleider en andere baanlozenexploitanten tevreden houden, maar ook de investeerders. Het is goed voorstelbaar hoe huidige en toekomstige investeerders een inhoudelijke vinger in de pap gaan steken. Zij willen hun beleggingspakketjes verzekerd zien van een goede uitkomst en hebben daarnaast een eigen agenda, die vrijwel altijd naadloos aansluit op die van de uiterst rechtse neo-liberale kabinetten van de afgelopen jaren.

Bart de Baan
Puk Pent

Impactbonds in Nederland

1. Social Impact Bond: Buzinezzclub Rotterdam – baanloze jongeren (2013)
Start Foundation en ABN AMRO investeren 680.000 euro in een project om 160 baanlozen jongeren uit de bijstand te werken. De uitvoerder is de Buzinezzclub.

2. Social Impact Bond: Buzinezzclub Utrecht – baanloze jongeren (2015)
Oranje Fonds en ABN AMRO investeren 2.100.000 euro om 380 tot 540 jongeren tussen de 18 en 30 jaar uit de bijstand te werken. De uitvoerder is de Buzinezzclub.

3. Sociale Impact Bond: Werkplaats Rotterdam Zuid – bijstandsgerechtigden (2015)
Fonds DBL investeert 13.000.000 euro om 750 mensen uit de bijstand te werken. De uitvoerder was de publiek-private Werkplaats Rotterdam Zuid die in 2017 failliet is verklaard. De huidige uitvoerder is onbekend.

4. Social Impact Bond: The Colour Kitchen, Utrecht – baanloze jongeren/ongediplomeerde schoolverlaters (2015)
Rabobank Foundation en de Start Foundation investeert 1.430.000 euro om 250 baanloze jongeren van 17 tot 35 jaar uit de bijstand te werken. De uitvoerder is The Colour Kitchen.

5. De eerste landelijke Social Impact Bond: Werk na Detentie – baanloze ex-gedetineerden (2016)
– Start Foundation, Oranjefonds en ABN AMRO Social Impact Fund investeren samen 1.200.000 euro om 150 baanloze gedetineerden die meer dan drie en minder dan twaalf maanden hebben gezeten, uit de bijstand te werken. De uitvoerder is WorkWise Direct.

6. Social Impact Bond: Buzinezzclub Eindhoven – baanloze/bijstandsgerechtigde jongeren (2016)
– Start Foundation, ABN AMRO Social Impact Fund en Buzinezzclub investeren samen 1.700.000 euro om 300 tot 360 jongeren in de gemeente Eindhoven uit de bijstand te werken. De uitvoerder is Buzinezzclub.

7. Social Impact Bond: Boas Werkt, Enschede – bijstandsgerechtigden (2016)
– Start Foundation, ABN AMRO Social Impact Fund en uitvoerder BOAS Werkt investeren samen 1.100.000 euro om 138 baanlozen in de gemeente Enschede uit de bijstand te werken. De uitvoerder is BOAS Werkt.

8. Health Impact Bond: Den Haag, Sociaal Hospitaal – gezinnen (2017)
Zorgverzekeraar CZ investeert 4.750.000 euro om 250 “multi-probleemgezinnen” in Den Haag te “helpen met het oplossen van hun schulden”. De uitvoerder is Sociaal Hospitaal.

9. Health Impact Bond: Utrecht – kankerpatiënten “reïntegreren” (2017)
– ABN AMRO Social Impact Fund en Start Foundation investeren 640.000 euro om 140 werkende mensen met kanker “duurzaam te reïntegreren naar werk’. De uitvoerders zijn ArboNed en Re-turn.

10. Social Impact Bond: Veldhoven/IamNL – bijstandsgerechtigde vluchtelingen (2017)
De Fundatie van den Santheuvel-Sobbe en een onbekende investeerder investeren ruim 1.000.000 euro om 70 vluchtelingen in Veldhoven uit de bijstand te werken. De uitvoerders zijn IamNL en Regina Coeli.

11. Social Impact Bond: Venlo/Rendiz – bijstandsgerechtigden (2018)
– In twee jaar tijd moeten 30 bijstandsgerechtigden uit de bijstand worden gewerkt. De Rabobank Foundation is investeerder. De uitvoerder is Rendiz.

12. Social Impact Bond: Hengelo, Eindhoven, Enschede, Amsterdam, Utrecht, Leiden – Disciplinering Jong Volwassenen (2018)
– Initiatiefnemers zijn Deloitte en het Nederlands Jeugdinstituut. Uitvoerders zijn nog onbekend, aanbestedingen lopen.

Overgenomen van doorbraak.eu

Advertenties

Gemeente Leiden werkt verstrekken van voorschot op bijstand actief tegen

Logo van de gemeente Leiden

Een aantal maanden terug kwam in het nieuws dat veel gemeenten het niet zo nauw nemen met het voorschot op de bijstand. Ze informeren baanlozen niet over het recht op dat voorschot, weigeren het voorschot uit te keren, kennen het te laat toe of betalen te weinig uit. Dat bleek onder andere uit onderzoek van de Rekenkamercommissie Enschede naar die gemeente, en werd daarna meer in het algemeen bevestigd door de organisatie Sociaal Verhaal. Ook de Leidse sociale dienst blijkt verkeerd om te gaan met voorschotten.

Als je bijstand aanvraagt, dan heb je recht op een voorschot. Vier weken na de aanvraag moet de gemeente dat voorschot uitkeren. Het gaat om een renteloze lening die later met de bijstand wordt verrekend, na goedkeuring van de aanvraag, en is bedoeld om de periode te overbruggen tussen de aanvraag en de toekenning van de bijstandsuitkering. De sociale dienst zou dit voorschot uit zichzelf moeten uitkeren.

Blokkeren van voorschotaanvragen

Op de website van de gemeente Leiden is niets te vinden over het voorschot. Doorbraak sprak onlangs met een persoon die net een bijstandsaanvraag had gedaan. Hij werd daarbij niet geïnformeerd over het voorschot. Vanwege grote financiële problemen kwam deze persoon bij het Sociaal Wijkteam terecht, waar hem werd geadviseerd om een voorschot aan te vragen. Toen hij dat vervolgens navroeg bij zijn consulent, kreeg hij te horen dat hij geen recht had op een voorschot. Nadat hij nog wat uitzoekwerk had gedaan en er nog een keer mee naar zijn consulent ging, kreeg hij weer nul op het rekest. Zo werkt de gemeente Leiden het aanvragen van een voorschot actief tegen en laat men baanlozen in de periode tussen de aanvraag en de toekenning van de uitkering aan hun lot over.

Toegang tot voorzieningen bemoeilijken

Dat is geen toevallig beleid, maar gebeurt overal in Nederland, zoals uit bovenstaande onderzoeken blijkt. En niet alleen waar het om voorschotten gaat. Ook meer in het algemeen worden mensen op allerlei manieren ontmoedigd om een beroep te doen op de voorzieningen waar ze recht op hebben. Zo spraken we in Leiden baanlozen die problemen hadden met het aanvragen van een bijstandsuitkering of van bijzondere bijstand, waarbij allerlei barrières worden opgeworpen door de sociale dienst. De Amsterdamse Bijstandsbond constateerde dat bijstandsgerechtigden in diverse gemeenten worden ontmoedigd om klachten en bezwaarschriften in te dienen. Op deze manier worden rechten van bijstandsgerechtigden uitgehold. Niet alleen door het beleid te verslechteren, maar ook door de feitelijke toegang tot voorzieningen steeds lastiger te maken.

Joris Hanse

Overgenomen van doorbraak.eu

Hetze tegen Turks-Nederlandse bijstandsgerechtigden

Artikel.

Partijen in het politiek rechtse spectrum, met in hun kielzog allerlei boze lieden op sociale media en weblogs, zijn regelmatig racistisch bezig en ook houden ze van het bashen van bijstandsgerechtigden. Wanneer die twee kunnen worden gecombineerd, gaan ze helemaal los. Een voorbeeld is het artikel “Villabezitters – met behoud van bijstand” in weekblad Elsevier, geschreven door Linda Otter. Daarin wordt de stelling verkondigd dat twintig procent van de Turks-Nederlandse bijstandsgerechtigden wordt verdacht van fraude met onroerend goed in Turkije. Hieronder een analyse van die stelling en de rest van het artikel. Aangetoond wordt dat de aanname berust op leugens, verdraaiingen en suggestieve berichtgeving.

De kwestie van de frauderende Turks-Nederlandse uitkeringsgerechtigden blijkt steeds weer, ondanks het ontbreken van bewijzen, door de PVV, de VVD en het Forum voor Democratie op de agenda te worden gezet, met daarbij de roep om de rechten van bijstandsgerechtigden en migranten verder af te breken en de zeer strenge controles nog verder uit te breiden. Terwijl Jonathan Witteman onlangs in De Volkskrant de rechteloosheid van bijstandsgerechtigden bij de opsporing van fraude naar voren bracht, zette de rechtse bagger de tegenaanval in. In Elsevier van vorige week stond een uitgebreid artikel van Otter over frauderende Turkse bijstandsgerechtigden in Nederland die villa’s en ander onroerend goed in Turkije zouden bezitten en dat niet zouden opgeven aan de sociale dienst. Het artikel wordt op sociale media uitgebreid geciteerd als bewijs voor die klaplopende Turkse bijstandsgerechtigden die de kluit zouden belazeren en waarbij zeer strenge controles nodig zouden zijn. Zonder probleem worden racisme en het bashen van bijstandsgerechtigden in één artikel gecombineerd.

Op welke schaal?

Wij hebben het artikel aandachtig gelezen. Vooropgesteld: fraude komt natuurlijk voor. En dan bijvoorbeeld bij AOW-ers met de Turkse nationaliteit, die een aanvullende IOA-uitkering hebben. Maar op welke schaal? Het artikel wekt de suggestie dat het zeer vaak voorkomt. Maar het bewijs daarvoor is flinterdun. Er wordt gemeld dat “Nederlandse gemeenten” schatten dat één op de vijf Turkse bijstandsgerechtigden op deze manier zou frauderen. Let op het woordje “zou”. Een bronvermelding wordt niet genoemd. Hieronder komen we daarop terug. Verder is het artikel van Otter gebaseerd op drie getuigenverklaringen van Turken in Turkije, die geen inkomsten uit Europa hebben. Het zou heel goed kunnen dat er sociale tegenstellingen beginnen te ontstaan tussen de teruggekeerde Turken, die inkomsten hebben uit hun werk in Europa en die dat geld investeren in Turkije, en de rest van de bevolking, die niet over dergelijke inkomsten beschikt. In het artikel wordt handig gebruik gemaakt van die tegenstellingen. De subjectieve verklaringen van deze getuigen op basis van “ik heb gehoord dat” zijn daarom een zeer dun bewijs.

“Bijna alle Turken die in Nederland, Duitsland of België wonen, hebben een huis en een lap grond in Turkije, en velen hebben diverse huizen.” Waar haalt Otter deze informatie vandaan? Als zij spreekt over Turken in Nederland, Duitsland en België, dan gaat het om bijna vier miljoen mensen. Zij zegt dat bijna al die Turken een huis en een lap grond in Turkije hebben. En dat velen van hen diverse huizen hebben. Hoeveel zijn dat er dan? Wat verstaat zij onder “velen”? Heeft zij het dan over enkelen, tientallen, honderden, duizenden, tienduizenden, honderdduizenden of miljoenen Turken? Ja, het ligt er maar net aan wat je “veel” vindt. Ze meldt niet hoe ze aan die informatie komt. Is dat ooit onderzocht? Zijn er onderzoeksrapporten waarin die informatie staat? Nergens blijkt dat uit haar artikel. En hoe komt ze erbij dat “bijna alle Turken die in Nederland, Duitsland of België wonen, een huis en een lap grond in Turkije hebben”? Ene Ahmet Ozçelik (54) heeft het haar verteld. Wie is die Ahmet Ozçelik dan helemaal? Is hij een wetenschapper, een statisticus die dat allemaal keurig heeft onderzocht en netjes vastgesteld? Of is hij iemand als jij en ik die zonder iets onderzocht en concreet vastgesteld te hebben alleen maar op basis van zijn subjectieve indrukken en beperkte ervaringen uit zijn nek kletst en verkeerde algemene conclusies trekt. De bronnen van Otter ontbreken of zijn vaag, onduidelijk en onbetrouwbaar. Wat zij van Ozçelik heeft gekregen en doorgeeft, is geen informatie maar desinformatie. Het artikel speelt alleen de racisten in de kaart. Hen lever je op deze manier munitie aan die zij vervolgens dankbaar en gretig aanwenden voor het nog meer beknotten van rechten en het plegen van racistische haatzaaierij die tot verdere maatschappelijke uitsluiting zal leiden.

Vijftien mensen op een terras

Nog een quote uit het artikel: “Kijk, daar zitten vijftien mensen op het terras, die allen wantrouwend naar ons kijken. Ze gaan me straks vragen wie jij was.” In het artikel wordt de suggestie gewekt dat het zou gaan om bijstandsgerechtigden. Waarom zouden we van Ozçelik zonder meer aannemen dat de vijftien mannen die bij het café in Adayazi in Turkije zaten te kaarten, argwanende blikken wierpen op de buitenlandse bezoeker? Misschien waren het geen argwanende, maar juist nieuwsgierige blikken. Misschien hebben de mannen niets te verbergen omdat ze geen bijstandsuitkering, maar een andere uitkering hebben waarvoor meestal geen vermogenstoets geldt. Misschien waren het voor een onbekend groot deel mannen die in Nederland of Duitsland een betaalde baan hebben en op vakantie of familiebezoek in Turkije zijn. Otter neemt niet de moeite om de waarneming van de getuige te verifiëren en een en ander op te helderen door het zelf aan de mannen te gaan vragen.

Ozçelik beweert ook nog dat onder president Recep Erdoğan de Turkse economie is gegroeid en dat Turkije is ontwikkeld en gemoderniseerd. Hoe kan het dan dat de staatsschuld is verdriedubbeld sinds Erdoğan aan de macht is? Hoe kan het dan zijn dat de werkloosheid onder zijn bewind meer dan verdubbeld is? Hoe kan het zijn dat het productievolume in het land onder Erdoğan sterk is ingekrompen en het importvolume 38,8 procent groter is dan het exportvolume? Door Erdoğans politiek van ongekende privatisering kwamen miljoenen arbeiders op straat terecht en werd bij honderdduizenden kleine boeren het brood uit de hand gerukt. Die boeren zijn veroordeeld tot een door honger en uitzichtloosheid getekend bestaan. En dan hebben we het nog niet gehad over de situatie van de mensenrechten, de vakbondsrechten, de persvrijheid, de onderdrukking van de Koerden, de alevieten en de andere bevolkingsgroepen onder zijn regime. We hebben het ook nog niet gehad over de directe of indirecte betrokkenheid van Erdoğan en zijn regime bij de ontwrichting van Irak en Syrië en de medeverantwoordelijkheid voor de moorden en andere misdaden van ISIS, Qaïda-Nusra en de andere terroristische moordbendes die onder andere bekend staan als het “vrije Syrische leger” of de “gematigde oppositie”.

En we hebben het dan ook niet gehad over de valsheid van het door Erdoğan verspreide beeld dat hij door de meerderheid van de bevolking gewild en gewenst zou zijn. Degenen die beweren dat hij door de meerderheid van de bevolking gewild zou zijn, hebben het niet over de enorme verkiezingsfraude waar de president zich keer op keer schuldig aan maakt. Ze willen er niet mee worden geconfronteerd dat Erdoğan zonder verkiezingsfraude al lang weggestemd zou zijn. Ozçelik is duidelijk niet alleen een Erdoğan-stemmer, maar ook een overtuigde Erdoğan-aanhanger. Hij zal natuurlijk niets anders dan lof spreken over de politiek van Erdoğan en zijn AKP-regering. En hij zal de gevolgen van die politiek voor de miljoenen arbeiders en miljoenen arme boeren uiteraard verzwijgen. En misschien kent hij de situatie van de arbeiders en boeren in Turkije zelfs helemaal niet.

Twitteren

Het zal de rechtse bagger een zorg zijn. Zij hebben in hun propagandamachine weer slachtoffers gevonden om tegenaan te trappen. Op Twitter gaan de bashers los. Het aandachtig en kritisch beoordelen van het artikel is er niet bij. Het artikel mist zijn uitwerking niet. Ab Flipse is blijkens zijn profiel op Twitter “geldcoach, mediator en claimexpert”, “voorzitter van onder andere de Vereniging Woekerpolis.nl” en “wekelijks live op omroep Flevoland”. Hij twittert: “Ik ben het zo ongelofelijk zat belasting te blijven betalen aan hen die ons recht in onze smoel uitlachen. Ik voel mij zo ontzettend misbruikt, genaaid en geminacht door mijn eigen hypocriete overheid dat ik zelfs misselijk ben van woede.” De tweet is 421 keer geretweet en heeft 565 likes. Honderden tweets worden de wereld ingestuurd met als teneur: er zijn veel Turken in de bijstand die frauderen met onroerend goed in Turkije. Het blijkt een geliefd onderwerp te zijn dat periodiek steeds in het nieuws terugkeert. Net als bijvoorbeeld enerzijds het grote aantal werklozen en anderzijds de grote tekorten aan arbeidskrachten in de tuinbouw. De achtergronden daarvan worden niet voor het voetlicht gebracht.

De kwestie van frauderende Turken in de bijstand dook ook op in De Telegraaf. In het artikel “Turkse fraudeur heeft vrij spel” van 23 februari, geschreven door Joris Polman, wordt gemeld dat de bestrijding van bijstandsfraude door Turkse Nederlanders tegen “een zware nederlaag” zou zijn aangelopen. “Een nieuwe en effectieve manier om fraude te bestrijden” is volgens de rechter discriminerend, tot ergernis van de krant. Gemeenten zouden namelijk particuliere bureaus wel vermogensonderzoek laten doen in Turkije, maar niet in andere landen. In recente vonnissen zou daarom zijn bepaald dat betrapte fraudeurs geen geld hoeven terug te betalen. “Uit de uitspraken blijkt dat tegen een op de vijf Nederturken met bijstand verdenkingen van fraude bestaan”, aldus journalist Polman.

In welke vonnissen staat dat dan precies? Gaat het misschien om een subjectieve uitspraak van een particuliere opsporingsambtenaar? Dat blijkt niet het geval te zijn. In het artikel wordt met name ingegaan op een beslissing van de Centrale Raad van Beroep over de handelwijze van de gemeente Tilburg. Wat blijkt uit die beslissing? Daarin komt die schatting van twintig procent voor. De gemeente Tilburg was een pilotproject begonnen om fraude op te sporen waarbij alle bijstandsgerechtigden met een niet-Nederlandse nationaliteit werden onderzocht, maar er werd vervolgens een splitsing in de pilot gemaakt tussen Turkse bijstandsgerechtigden en anderen. En nu komt het: de gemeente veronderstelde van tevoren dat twintig tot vijfentwintig procent van hen zou frauderen. De schatting van twintig procent heeft dus betrekking op een specifieke steekproef uit Tilburg. Het is geen representatieve steekproef onder Turkse Nederlanders door het hele land heen. Maar Telegraaf-journalist Polman maakte ervan: tegen twintig procent van de Turkse bijstandsgerechtigden in Nederland bestaat de verdenking dat ze frauderen met onroerend goed.

Interessant is ook wat het onderzoek in de pilot nu eigenlijk opleverde. Vijfhonderdvijftien dossiers van Turkse uitkeringsgerechtigden werden onderzocht. Na een eerste selectie werden honderd dossiers toegezonden aan het bureau dat de fraude moest onderzoeken. Met de andere dossiers was blijkbaar sowieso niets aan de hand. Na een verder indicatieonderzoek bleven negenenzeventig dossiers over. Die dossiers werden vervolgens door het bureau dat het onderzoek verrichtte aan een precheck onderworpen. Toen bleven er nog vijftien dossiers over die men “onderzoekswaardig” noemde. In de pilot zijn daarna zegge en schrijve negen van deze dossiers daadwerkelijk onderzocht. In die gevallen werd onroerend goed in Turkije aangetroffen. Met andere woorden: in slechts negen van de in totaal vijfhonderdvijftien dossiers was mogelijk sprake van bijstandsfraude. Dat is dus lang geen twintig procent, maar nauwelijks twee procent. Maar dat lage feitelijke precentage noemt de Telegraaf-journalist niet, omdat het hem beter uitkomt om zich te baseren op de uit de duim gezogen schatting van de gemeente.

Strategie

Als het gaat om het vaststellen van de omvang van fraude met onroerend goed door Turks-Nederlandse bijstandsgerechtigden wordt in de beslissing van de Centrale Raad van Beroep nog een andere bron genoemd. Er vond op 31 maart 2011 in de Tweede Kamer een “spoeddebat” plaats waarin zou worden gesteld dat minimaal tien procent van de bijstandsgerechtigden van niet-westerse afkomst verzwegen vermogen in het land van herkomst heeft. Althans, dat valt te lezen in de beslissing van de Centrale Raad. Om te beginnen is dat alvast de helft minder dan de schattingen die door De Telegraaf en Elsevier worden genoemd. De bron voor de Centrale Raad blijkt een onderzoek te zijn van het Bureau Fraude Informatie in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken. Het gaat om een gericht onderzoek naar mensen bij wie men al fraude vermoedde. De bezittingen en inkomsten van negenhonderdvijfenveertig personen met een bijstandsuitkering zijn nagetrokken. Daarvan bleek tien procent ook daadwerkelijk te hebben gefraudeerd. De motivatie van de gemeente Tilburg om via een pilotproject een nader onderzoek in te stellen naar onroerend goed van specifiek Turks-Nederlandse bijstandsgerechtigden, omdat in zijn algemeenheid tien procent van hen zou frauderen, is dus nergens op gebaseerd. Het gaat namelijk alleen maar om tien procent van de dossiers die al waren uitgeselecteerd op vermoeden van fraude.

Het “spoeddebat” in de Tweede Kamer in 2011 was aangevraagd door de VVD-er Malik Azmani en de PVV-er Léon de Jong, naar aanleiding van een artikel in De Telegraaf van 8 februari 2011. Hoewel uit niets bleek dat er op grote schaal iets vreselijks aan de hand was, schreeuwden de VVD en de PVV moord en brand, met in hun kielzog de vele rechtse bagger op internet. Ook toen het Telegraaf-artikel van 23 februari 2018 verscheen, brak die bagger los. De rechter zou hebben gezegd dat het discriminatie is dat specifiek in Turkije onderzoek wordt gedaan naar het vermogen van Turks-Nederlandse bijstandsgerechtigden. Dat was koren op de molen van de racistische hetze tegen die groep. Wij Nederlanders worden gediscrimineerd, zo klinkt die bagger, bij ons zijn er wel strenge controles, maar die Turken gaan vrijuit. De VVD liet weten laaiend te zijn. En weer werd er een “spoeddebat” aangevraagd in de Tweede Kamer. Het patroon is steeds hetzelfde. Wanneer opsporingsinstanties een rapport over veronderstelde opgespoorde fraude van migranten publiceren, of wanneer een verband wordt gelegd tussen migratie en bijstand, zoals bij de publicatie van het CBS over de oorzaak van de geldtekorten in het bijstandsbudget ven gemeenten die het gevolg zouden zijn van de komst van vluchtelingen, dan verschijnt er een suggestief artikel in De Telegraaf. Daarop volgt dan het zoveelste “spoeddebat”, aangevraagd door de VVD, de PVV of het Forum voor Democratie, waarbij het Telegraaf-artikel dan als reden wordt genoemd om de urgentie van het “probleem” aan te tonen. Deze strategie volgt de VVD al minstens sinds de jaren negentig van de vorige eeuw.

Nog even terug naar de beslissing van de Centrale Raad van Beroep. De onderzoeken in Turkije werden verricht door een commercieel onderzoeksbureau, dat geld verdient met het opsporen van fraude. De onderzoeken in andere landen werden door een niet-commercieel bureau uitgevoerd. Het is vaste jurisprudentie dat de rechter bewijzen die zijn verzameld door dergelijke commerciële bureaus, niet accepteert. Gemeenten hadden dergelijke bureaus ook ingeschakeld bij de opsporing van fraude door “autochtone” bijstandsgerechtigden. Die bureaus werken vaak op basis van “no cure, no pay”. De rechters vinden dat dit niet kan en hebben er gelukkig een streep door gezet. Want de objectiviteit van het onderzoek, de wetmatigheid van de gebruikte opsporingsmethoden en de redelijke behandeling van de verdachten komen onder druk te staan als de opsporingsfunctionarissen financieel belang hebben bij de opsporing en geld verdienen wanneer de fraude zogenaamd zou worden aangetoond. Dat betekent echter niet dat rechters tegen zeer strenge controles zijn.

Meriç Esin
Piet van der Lende

(Dit is een geredigeerde versie van een artikel dat eerder op de site van Konfrontatie verscheen.)

Overgenomen van doorbraak.eu