Leidse dwangarbeiders voortdurend bedreigd met strafkortingen

Logo van het Leidse dwangarbeidcentrum.
Logo van het Leidse dwangarbeidcentrum.

Bijstand is ooit ingesteld om ervoor te zorgen dat de allerarmsten in de samenleving niet onder bruggen hoeven te slapen en te sterven van de honger. Maar ook om de armen die geen baas (meer) hebben, te kunnen disciplineren en onder controle te kunnen houden, onder het motto “geen gehoorzaamheid, geen uitkering”. De strafkorting staat daarom centraal bij elk bijstandsbeleid en zeker als het gaat om dwangarbeid. Net als andere gemeenten houdt ook Leiden er een enorme waslijst op na van gedragingen van bijstandsgerechtigden die allemaal hard en nog harder bestraft dienen te worden.

Lange tijd vormde ook het belonen van braafheid met kleine voordeeltjes nog een onderdeel van die disciplinering van bijstandsgerechtigden. In Leiden zijn ze daar eind 2014 echter van afgestapt. “Het is niet langer opportuun om iemand te belonen voor het aanvaarden van betaald werk of het voltooien van een trajectplan. De persoon die aan het werk gaat of een traject doorloopt, doet niet meer dan wat van hem verwacht wordt”, schreef de gemeente streng in het beleidsplan van 2014. Vanaf zomer 2015 is het vrijwel uitsluitend nog straf, straf en straf wat de klok slaat voor bijstandsgerechtigden en de dwangarbeiders onder hen die niet altijd braaf gehoorzamen.

Meevallen

We zijn bijna vijf jaar geleden met ons Leidse strijdexperiment tegen dwangarbeid begonnen. De eerste maanden konden we nog gewoon het dwangarbeidcentrum DZB binnenlopen en in de kantine met dwangarbeiders praten. Die vertelden ons onder meer over hun angst voor strafkortingen. Eind april 2012 kwam DZB-directeur Bas van Drooge aan ons tafeltje staan. Hij ontkende dat er veel strafkortingen werden uitgedeeld en toonde ons een staatje op zijn mobiele telefoon. In de eerste tweeënhalve maand van 2012 zouden er negen kortingen van 10 procent zijn uitgedeeld, vijf van 20 procent, twee van 50 procent, een van 100 procent en een van 300 procent (dat wil zeggen: drie maanden geen uitkering). Hij vond die aantallen wel “meevallen”. Tsja… “meevallen”. Het is natuurlijk makkelijk praten als directeur, zonder enige dreiging van korting op je riante salaris.

De meeste dwangarbeiders en andere bijstandsgerechtigden kunnen nauwelijks rondkomen of zitten al in de schulden. Een korting is in die uitzichtloze situatie een verschrikkelijk vooruitzicht. Vrijwel elke dwangarbeider – en we spraken er in de loop der jaren honderden – probeert er alles aan te doen om een strafkorting te voorkomen. Er heerst een bijna tastbare angst om nog verder in de financiële problemen te komen, met alle gevolgen van dien. Het is een bewuste keuze van beleidsmakers om het bestaan van bijstandsgerechtigden permanent onzeker te houden, omdat ze alleen via zo’n wurggreep kunnen worden gedwongen tot gratis arbeid. Braaf overkomen is voor dwangarbeiders dan ook essentieel om te kunnen overleven, en deelname aan collectief verzet is bijna ondenkbaar.

Lees verder op doorbraak.eu:
Leidse dwangarbeiders voortdurend bedreigd met strafkortingen


Heb jij ervaringen met strafkortingen? Om welke gedragingen ben jij bestraft? En voor hoeveel maanden werd je uitkering gekort? Laat het ons  weten.
Mail: dwangarbeid@doorbraak.eu of gebruik het websiteformulier: websiteformulier.

Voor Groningen (Stad) en omgeving mail: dwangarbeidneegroningen@gmail.com , gebruik het websiteformulier: websiteformulier of bel 06 57 33 52 39

“Verdringingsprotocol” van gemeenten en de FNV reguleert dwangarbeid voor baanlozen

SP-wethouder Björn Lugthart wil mogelijkheid open houden van drie maanden dwangarbeid.
SP-wethouder Björn Lugthart wil mogelijkheid open houden van drie maanden dwangarbeid.

Dwangarbeid voor baanlozen proberen te fatsoeneren door het te reguleren. Zo zou je het “verdringingsprotocol” kunnen betitelen dat de vijf gemeenten Den Haag, Delft, Midden-Delfland, Rijswijk en Westland onlangs hebben getekend, samen met de FNV. In plaats van gratis werk zonder loon en arbeidscontract af te schaffen, wordt het zo juist gekanaliseerd en daarmee genormaliseerd.

Het protocol zou volgens de ondertekenaars zijn bedoeld om verdringing op de arbeidsmarkt te voorkomen, om “werken zonder loon” tegen te gaan en om werknemers volgens cao-lonen te betalen. Maar uit een bericht in Binnenlands Bestuur volgt dat uitkeringsgerechtigden volgens de afspraken in het protocol nog steeds onbetaald aan het werk kunnen worden gezet. Met andere woorden: “werken zonder loon” wordt niet principieel tegengegaan, maar alleen gereguleerd. Het protocol noemt dat soort onbetaalde arbeid “proefplaatsingen”, de zoveelste eufemistische term voor de situatie waarbij een arbeider wel werkt, maar geen loon, geen arbeidscontract en geen cao-voorwaarden krijgt aangeboden.

“Proefplaatsing”

De “proefplaatsingen” van uitkeringsgerechtigden mogen volgens het protocol maximaal een maand duren, waarbij de bazen “de intentie” moeten hebben om de betrokken personen daarna in dienst te nemen. De vraag is uiteraard waarom die baanlozen dan niet meteen vanaf dag één worden aangenomen. Na de “proefplaatsing” van een maand mag er volgens de afspraken geen “proeftijd” meer volgen. De “proeftijd” geldt van oudsher als de periode van maximaal twee maanden waarbij de arbeider al wel is aangenomen, dus al wel loon en een contract heeft, maar ook het recht heeft (net als de baas) om dat contract eenzijdig op te zeggen. Door het protocol te ondertekenen gaat de FNV ermee akkoord dat die “proeftijd” nu wordt ingeruild voor een systeem van “proefplaatsingen”, waarbij de baanlozen onder het regime van Sociale Zaken blijven vallen en dus nog geen loon en een contract krijgen. Per saldo gaat de FNV dus opnieuw akkoord met een achteruitgang in de rechtspositie van arbeiders. Eerder stemde de bond sowieso al in met dwangarbeid voor een periode van drie maanden.

Overigens zaagt de Rijswijkse SP-wethouder Björn Lugthart meteen al aan de poten van de maximumtermijn van één maand “proefplaatsing” door te spreken van “een uitloop naar drie maanden in uitzonderlijke gevallen”. Gezien de volkomen scheve machtsverhoudingen tussen baanlozen en bazen zou die uitzondering wel eens heel snel de regel kunnen worden. Dat leert de praktijk van de reïntegratie-industrie. “Er moet perspectief zijn op een baan, anders beginnen we er niet aan”, meldt Lugthart ook nog stoer. Maar als er perspectief is op een baan, waarom wordt die baan dan niet meteen, vanaf dag één, aan de baanloze gegeven? Waarom moet hij of zij eerst tenminste een maand gratis werken? Waarom moet de uitkeringsgerechtigde eerst het levensgrote risico lopen dat de baas na een maand niet meer “de intentie” zegt te hebben om de persoon in dienst te nemen?

Doekje voor het bloeden

Volgens de plannen van de vijf gemeenten en de FNV zou er na de zomer een meldpunt moeten komen waar baanlozen terecht kunnen “als de afspraken niet nagekomen worden”. In dat geval zouden de klachten besproken gaan worden door “een interventieteam waar naast de gemeente ook de UWV, de FNV en mogelijk werkgeversorganisatie in zitten”. Dit soort meldpunten komen vaak pas van de grond, nadat de uitkeringsgerechtigden op beleidsniveau, dus in structureel opzicht, al rechtelozer zijn gemaakt. Het melden van klachten dient dan als doekje voor het bloeden. “Als er aanleiding blijkt te zijn, dan wordt er vervolgens actie ondernomen om de ongewenste situatie te veranderen en in het vervolg te voorkomen”, aldus de ondertekenaars van het protocol. Maar wie “de ongewenste situatie” van dit soort rechteloze onbetaalde arbeid wil “voorkomen”, die zou ernaar moeten streven om die vorm van arbeid over de hele linie af te schaffen. Die zou moeten gaan strijden voor betaalde arbeid vanaf dag één, tegen minstens het minimumloon, een arbeidscontract en onder cao-voorwaarden.

Volgens de FNV zijn veel gemeenten “in woord” tegen verdringing en tegen “werken zonder loon”. “Maar deze vijf gemeenten gaan er ook wat aan doen en zetten woorden om in daden”, aldus FNV-vice-voorzitter Ruud Kuin. Doorbraak strijdt al vijf jaar tegen dwangarbeid voor baanlozen. Al die tijd hebben wij vrijwel nooit een gemeente meegemaakt die zich “in woord” keert tegen verplicht onbetaald werk voor uitkeringsgerechtigden, laat staan “in daad”. Integendeel, gemeenten omarmen juist “de tegenprestatie” van de Participatiewet als een mogelijkheid om bezuinigingen op te vangen door baanlozen onbetaald aan het werk te zetten op plekken waar vroeger nog betaalde krachten werkzaam waren. De FNV zegt te hopen dat meer gemeenten en bedrijven het voorbeeld van de vijf Zuid-Hollandse gemeenten gaan volgen. Doorbraak hoopt dat steeds meer uitkeringsgerechtigden zich gaan verzetten tegen elke vorm van verplichte onbetaalde arbeid en zullen blijven strijden totdat het systeem van dwangarbeid volledig is afgeschaft.

Harry Westerink

(Overgenomen van doorbraak.eu)

Onderteken de FNV-petitie tegen dwangarbeid, ook als signaal aan de vakbondstop

Logo.
Logo.

Onder het motto “Stop werken zonder loon” is de FNV onlangs een petitie begonnen tegen de steeds meer oprukkende dwangarbeid voor uitkeringsgerechtigden. Onderteken deze petitie, niet alleen uit protest tegen uitbuiting en arbeidsverdringing, maar ook om meer druk uit te oefenen op de top van de vakbeweging. De FNV-top zou namelijk veel meer prioriteit moeten geven aan het ondersteunen van de strijd van baanlozen.

“In Nederland werken steeds meer mensen zonder loon”, aldus de petitie. “Mensen die hun baan verliezen moeten gedwongen datzelfde werk gaan doen, maar dan voor hun uitkering. Onder een hard regime waarbij discriminatie en bedreiging de orde van de dag zijn. Als je er iets van durft te zeggen, volgt er meteen een sanctie: korten of stopzetten van je uitkering. Dit mag niet zo doorgaan! Teken de petitie en help anderen, maar ook jezelf. Want het kan iedereen overkomen!” Inderdaad, iedereen met betaald werk kan zijn baan verliezen en uiteindelijk in de bijstand belanden. En iedereen met een uitkering loopt het risico om verplicht onbetaald werk te moeten doen, zonder loon en zonder arbeidscontract. Dat leidt tot verkwanseling van arbeidsrechten en tot ontduiking van het minimumloon. Gemeenten bieden bazen gratis arbeiders aan, die in de plaats komen van mensen met een betaalde baan. Zo werken gemeenten volop mee aan het vernietigen van bestaande werkgelegenheid en aan het verder verzwakken van de positie van betaalde en onbetaalde arbeiders.

Framing

Het systeem van dwangarbeid betekent een frontale aanval op verworvenheden waar de arbeidersbeweging door de jaren heen met bloed, zweet en tranen voor heeft gestreden. Wie zou verwachten dat de top van de vakbeweging er een halszaak van maakt om deze aanval te pareren en terug te vechten, die komt nogal bedrogen uit. Weliswaar voert de FNV een campagne tegen “werken zonder loon”, maar het opzetten van die campagne is bepaald niet snel en van harte gegaan. Binnen de bond mag het opkomen voor de belangen van baanlozen van oudsher helaas niet rekenen op grote steun. Vooral de bestuurders aan de top maken volstrekt geen prioriteit van het bestrijden van dwangarbeid. Pas na jarenlang trekken en duwen van onderop, door baanlozen en hun belangengroepen, heeft de FNV behoorlijk aarzelend besloten om “werken zonder loon” te gaan problematiseren. Het lijkt er sterk op dat men zich daarbij in bochten heeft zitten wringen om het woord “dwangarbeid” zoveel mogelijk te vermijden, aldus de ervaringen van Theo Hartogs, die nauw bij de FNV-campagne was betrokken en uit onvrede met de vakbondstop inmiddels is opgestapt. Het beestje niet bij de naam noemen heeft tot gevolg gehad dat de FNV nu via de petitie erom “verzoekt” dat “het werken zonder loon wordt gestopt”.

De omschrijving “werken zonder loon” slaat de plank behoorlijk mis. Het gaat er immers niet om dat alle onbetaalde arbeid zou moeten verdwijnen, maar alleen het verplichte onbetaalde werk. De samenleving wordt draaiende gehouden doordat heel veel mensen reproductieve en andere onbetaalde arbeid verrichten, zoals huishoudelijk werk, mantelzorg en opvoeding van kinderen. Dat soort “werken zonder loon” is niet alleen belangrijk, maar ook noodzakelijk voor ons allemaal. Met de slogan “Stop werken zonder loon” wekt de FNV de merkwaardige indruk dat men de vrijwillige onbetaalde arbeid ook weg zou willen hebben. Om die verwarring te voorkomen, zou de vakbond er goed aan doen om voortaan de leuze “Stop gedwongen werken zonder loon” te gaan hanteren. Dat benadrukt het verplichte karakter van de arbeid die baanlozen krijgen opgelegd. Maar het lijkt erop dat men zich binnen de vakbond nogal huiverig toont voor het publiekelijk gebruiken van de strijdterm “dwangarbeid”, een vorm van framing die afkomstig is van baanlozen zelf en die onder meer door Doorbraak is gepopulariseerd. De houding van de FNV ten opzichte van dwangarbeid mag dus best wel wat kritischer. Zo zou de bond zich duidelijker en principiëler moeten uitspreken tegen elke vorm van verplicht onbetaald werk. Want elk uur dwangarbeid is er een teveel. Maar ondanks de eigen campagne tegen “werken zonder loon” lijkt de FNV nog steeds akkoord te gaan met verplicht onbetaald werk voor maximaal drie maanden.

Ruggensteun

Niet alleen buiten de vakbond, maar ook daarbinnen is er nog een lange weg te gaan om de strijd tegen dwangarbeid tot prioriteit te maken en daar ook voldoende middelen en menskracht voor beschikbaar te stellen. Zo zou de FNV bijvoorbeeld stakingskassen kunnen instellen voor dwangarbeiders die op de werkvloer actie willen voeren en daarbij het risico lopen dat ze hun uitkering en dus hun enige inkomen verliezen. Hoe meer mensen de petitie ondertekenen, hoe meer het signaal wordt afgegeven dat dwangarbeid moet verdwijnen en dat de FNV zich daar echt sterk voor moet gaan maken. Massale ondertekening van de petitie levert ook meer ruggensteun op voor de vakbondsleden die zich binnen de bond proberen hard te maken voor intensivering van de strijd tegen dwangarbeid en meer in het algemeen voor een betere behartiging van de belangen van mensen zonder betaald werk.

Harry Westerink

(Overgenomen van doobraak.eu)