Gronings onderzoek van zevenduizend baanlozen nu daadwerkelijk vrijwillig?

In actie tegen keukentafelgesprekken (stukje van de flyer van de actie van vorig jaar).
In actie tegen keukentafelgesprekken (stukje van de flyer van de actie van vorig jaar).

Het Groningse screenings- en activerings-project “Kansen in Kaart” (KiK) draait op volle toeren. De gemeente wil via individuele gesprekken met zo’n zevenduizend “kansarmen” uitvogelen waar hun “talenten en mogelijkheden” liggen. Op 18 mei werd het lopende project besproken in een commissievergadering Werk & Inkomen. Opnieuw werd bevestigd dat de politieke partijen vierkant achter de Participatiewet en het bijstandsregime staan. Van extreem-rechts (VVD) tot nog een beetje linksig (SP, PvdD) zien politici graag dat baanlozen worden “geactiveerd”, “een zetje krijgen”, “maatschappelijk actief” worden, enzovoorts, enzovoorts.

Er werd in de commissie wat gekeuveld over of het KiK-traject nu met of zonder dwang moet worden opgelegd. En over of er wel voldoende “activiteiten” zijn voor bijstandsgerechtigden, en over hoe het toch komt dat sommige baanlozen niet willen meewerken en anderen juist wel. En tenslotte over hoe de bijstandsgerechtigden die positief waren over ‘hun’ KiK-gesprek andere baanlozen zouden kunnen overhalen om ook mee te doen.

De verantwoordelijk GroenLinks-wethouder Gijsbertsen lichtte het een en ander toe. Hoewel hij wat warrig was, konden we uit zijn verhaal opmaken dat er deze of volgende maand een voortgangsevaluatie/vervolgaanpak/perspectiefschets van het project komt. Dat er een “klantenpanel” is dat ervaringen gaat delen. Dat er dus bijstandsgerechtigden meewerken in het KiK-project. Dat er nauwkeurig overlegd wordt met de cliëntenraad en andere mensen uit de doelgroep. Dat “ervaringsdeskundigen” worden ingezet om “niet-willers” over de streep te trekken. Dat een “Veranderlab” zich buigt zich over de vraag hoe die “niet-willers” te “bereiken” zouden zijn. Dat er in de loop van het project verschillende brieven en vragenlijsten naar bijstandsgerechtigden zijn verstuurd, en dat die lijst is teruggebracht tot 24 à 25 vragen.

De brief

We namen de meest recent rondgestuurde brief onder de loep. De nieuwe vragenlijst blijkt inderdaad korter, en een soort van “gekuist”. Ook de uitnodigingsbrief is “aangepast”, en wel op twee manieren. Bij “voorzieningen en activiteiten” staat nu: “Wij kunnen u in een gesprek informeren over de voorzieningen waar u gebruik van kan maken. Denkt u hierbij aan bijzondere bijstand, Stadjerspas, laptopregeling en kwijtschelding van belastingen. Bovendien kunnen we meer vertellen over activiteiten in de wijk waar u als bewoner aan mee kan doen als u dat zou willen.” Toegevoegd is: “als u dat zou willen”. Daarmee wordt de ontvanger van de brief ogenschijnlijk de keuze gelaten om al dan niet deel te nemen aan activiteiten in de wijk. In hoeverre is dat daadwerkelijk niet verplicht? Het is immers toch echt de bedoeling dat baanlozen in hun wijken onbetaald en “vrijwillig” gaan werken om “problemen op te lossen” die onder meer zijn veroorzaakt door jarenlange bezuinigingen op zorg, kinderopvang, onderwijs en andere (sociaal maatschappelijke) voorzieningen.

De andere aanpassing is te vinden onder het kopje “Datum en tijdstip”. Daar staat nu: “Op [datum] om [tijd] komt [naam] graag bij u langs. Uw deelname is vrijwillig. Wij voeren dit gesprek het liefste bij u thuis, maar wilt u het gesprek liever ergens anders voeren, zoals bij familie, gemeente kantoor of in een wijkcentrum? Neem dan contact met ons op. Kunt u niet op dit tijdstip? Of heeft u geen behoefte aan een gesprek? Dan verwachten wij dat u vooraf contact met ons opneemt. Als u het prettig vindt kunt u tijdens het gesprek een vriend, familielid of een begeleider aanwezig laten zijn.”

Toegevoegd is: “Uw deelname is vrijwillig”. Gijsbertsen blaat al maanden over het vrijwillige karakter van de KiK. Het staat er nu dan echt, dus: hoera!? Maar komt het bij de lezers echt aan dat deelname vrijwillig is? Want na “uw deelname is vrijwillig” walsen de vervolgzinnen over hen heen in een poging hen te overtuigen van het nut ervan. En hoe wordt de bijstandsgerechtigde tegemoet gekomen in eventuele “eisen” of “wantrouwen”? Het gesprek mag ergens anders worden gevoerd, het hoeft echt niet thuis. Wees niet bang, vertrouw op ons, wij komen niet zomaar achter uw voordeur kijken, er kan u niets gebeuren, is de sussende redenering hierachter. Wat nonsense is aangezien de privacy van iedere bijstandsgerechtigde voortdurend wordt geschonden. Zonder het aanvaarden van die schendingen en de waslijst aan andere verplichtingen wordt een uitkering überhaupt niet toegekend.

Ook zinnen als “Kunt u niet op dit tijdstip? Of heeft u geen behoefte aan een gesprek? Dan verwachten wij dat u vooraf contact met ons opneemt” zijn uitermate dwingend. “Kunt u niet op dit tijdstip?” Laat het dan weten. De geadresseerden kunnen daarbij denken: ik kan op die dag niet want ik moet … (vul maar in) en als ze daarop gelijk handelen en bellen is een nieuwe afspraak al gemaakt. Winst voor het KiK-team!

“Of heeft u geen behoefte aan een gesprek?” De pest is natuurlijk, dat het KiK-gesprek geen gewoon gesprek is, maar een ‘instrument’ van de gemeente om informatie los te peuteren over bijstandsgerechtigde mensen. Met die informatie worden nieuwe strategieën ontwikkeld om mensen in de bijstand te sturen en dirigeren, nog strakker te disciplineren.

Na die vraag over de “behoefte” volgt het dwingender: “dan verwachten wij dat u vooraf contact met ons opneemt”. Veel bijstandsgerechtigden zijn huiverig voor contact met gemeentelijke en aan de gemeente gelieerde instanties. Contact betekent meestal dat er stront aan de knikker is. Het is goed voorstelbaar dat een flink aantal bijstandsgerechtigden na ontvangst van de brief met een knoop in de maag besluit om toch maar niet te bellen, ook al hebben ze “geen behoefte aan een gesprek”. Winst voor het KiK-team!

“Als u het prettig vindt kunt u tijdens het gesprek een vriend, familielid of een begeleider aanwezig laten zijn”, staat er ook. Dat ziet er op het eerste gezicht positief uit, maar met iemand erbij die het vertrouwen heeft van de baanloze zal er een informeler sfeer ontstaan waardoor de KiK-medewerkers meer informatie zullen kunnen lospeuteren. Wel biedt het meenemen van een bekende de mogelijkheid om er een gemoedelijk sabotage-uurtje van te maken!

De instructies bij de vragenlijst

De instructies voor de vragenlijst zijn ook aangepast. Er staat nu: “Voor u ligt de vragenlijst dat (sec) hoort bij het project Kansen in Kaart (KiK). Voordat u begint is het goed een aantal dingen te weten. Het invullen van deze vragenlijst is vrijwillig. Uw antwoord op de vragen helpt de gemeente om dienstverlening aan te bieden waar het nodig is. In uw gesprek bepaalt u uiteindelijk of het ook voor u nodig is.” Okee, “vrijwillig”! Maar lezers die dan denken: “mooi, bekijk het, die lijst gaat onderin de kattenbak”, die krijgen meteen daarop aangepraat dat ze dan mogelijk “dienstverlening” gaan mislopen. Alsof een uitkering een “dienstverlening” is, zoals bijstandsgerechtigden tegenwoordig “klanten” zouden zijn. En de ambtenaren die hen “begeleiden” op weg naar een baan “klantmanagers”. In de vragenlijst worden nog meer “diensten” vermeldt: de laptopregeling, de Stadjerspas en meer van die ronkende “armoede-verzachtende instrumenten”.

“Diensten” klinkt alsof de gemeente “in dienst” staat van bijstandsgerechtigden. Alsof er “diensten” worden verleend als baanlozen moeten dwangarbeiden om een uitkering te behouden. Is het een “dienst” van de gemeente als baanlozen “problemen” gaan oplossen in de wijk waar ze wonen? Hoe is dat een “dienst” van de gemeente en voor wie is dat een “dienst”?

Een bijstandsgerechtigde moet zich op allerlei manieren (iets) verschuldigd voelen aan de maatschappij, aan de gemeente. Tegenover een gemeentelijke “dienst” staat volgens kapitalistische logica natuurlijk een “wederdienst”. Maar alle “diensten” van de gemeente worden eenzijdig en vanuit ongelijkwaardige machtsverhoudingen “aangeboden”. De gemeente kan immers “diensten” onthouden: een uitkering niet toekennen, onbetaalde arbeid opleggen, huishoudens binnenstebuiten keren en strafkortingen uitdelen.

De uitspraken van Gijsbertsen & Co over “niet-willers” en hoe die moeten worden overgehaald benadrukken de ongelijkwaardige verhoudingen. Een uitkeringsgerechtigde heeft slechts een ‘keuze’: ben ik een “willer” of ben ik een “niet-willer”? Ga ik doen wat van mij wordt geëist of steek ik mijn middelvinger op: dan ben ik maar een “niet-willer”!

De vragenlijst

De lijst is nu 26 vragen lang. Deze vragen zijn afgevallen: “Heeft u lichamelijk moeite met een tafel verplaatsen, stofzuigen, zwemmen of fietsen, een paar trappen oplopen? Bent u in het afgelopen half jaar behandeld voor psychische problemen? Bent u in het afgelopen half jaar behandeld voor een verslaving? Heeft u contact met de reclassering voor u zelf? Heeft u nu contact met een andere vorm van hulpverlening?” En deze introductie voorafgaande aan vraag 17 is “werk” vervangen door “betaald werk”: “De volgende vragen gaan over betaald werk. Beantwoord u de volgende vragen als u op zoek naar een betaalde baan of wilt u graag weer starten met het zoeken naar betaald werk. Ben u nu niet op zoek? Ga door naar 25.”

Je zou kunnen denken dat de gemeente zo laat zien enig inzicht te hebben gekregen in het verschil tussen werk – iedereen werkt voor zichzelf en anderen – en betaald werk. De vragen over vrijwilligerswerk en mantelzorg (ook werk) staan immers ook nog in de lijst. Maar eerder lijkt het hen te gaan om het steeds meer loslaten van de relatie tussen werk en loon. Waarbij armoedige uitkeringen straks “basisloon” worden genoemd. En tegen bijstandsgerechtigden – waarvan er veel heel graag een betaalde baan met goede arbeidsomstandigheden en een hoog salaris wensen – wordt gezegd: we hebben jullie “arbeidsvermogen” heel hard nodig, maar we willen jullie daar niet meer voor betalen!

Ook vraag 18b blijkt aangepast, maar niet wezenlijk. Hij luidde: “Ik kan mijn sterke en zwakke punten goed op een rij zetten, waaruit mijn geschiktheid voor een baan kan blijken.” Het deel na de komma is verwijderd. Maakt dat uit? Nee.

Tot slot

Ons advies blijft onverminderd: werk niet mee aan het “Kansen in Kaart”-gesprek. Het is nog “vrijwillig” en maak daar gebruik van. DANG krijgt veel telefoontjes en e-mailtjes over het KiK-project. Veelal van bijstandsgerechtigden het gesprek willen afzeggen, en nog net die laatste steun vragen om dat ook daadwerkelijk te doen.

Heb je vragen over het gesprek of de vragenlijst? Is jouw vragenlijst de oude of nieuwe versie? Heb jij ideeën over het KiK-gesprek? Bel of mail ons!

Heb jij het gesprek gehad, en wil je ons laten weten wat je ervan vond? En wat er vervolgens is gebeurd? Kreeg je een rapportage onder ogen? Mocht je dingen veranderen in de rapportage? Ben je doorverwezen naar een instantie, een vrijwilligersorganisatie zoals een sportvereniging, een STIP of een WIJ-team?

Mail: dwangarbeidneegroningen@gmail.com of bel ons: 06 573 352 39

Of kom langs op de wekelijkse DANG-inloopochtend in De Rosa: elke woensdagochtend tussen 10:00 en 12:00 uur!

DANG

Leidse dwangarbeiders voortdurend bedreigd met strafkortingen

Logo van het Leidse dwangarbeidcentrum.
Logo van het Leidse dwangarbeidcentrum.

Bijstand is ooit ingesteld om ervoor te zorgen dat de allerarmsten in de samenleving niet onder bruggen hoeven te slapen en te sterven van de honger. Maar ook om de armen die geen baas (meer) hebben, te kunnen disciplineren en onder controle te kunnen houden, onder het motto “geen gehoorzaamheid, geen uitkering”. De strafkorting staat daarom centraal bij elk bijstandsbeleid en zeker als het gaat om dwangarbeid. Net als andere gemeenten houdt ook Leiden er een enorme waslijst op na van gedragingen van bijstandsgerechtigden die allemaal hard en nog harder bestraft dienen te worden.

Lange tijd vormde ook het belonen van braafheid met kleine voordeeltjes nog een onderdeel van die disciplinering van bijstandsgerechtigden. In Leiden zijn ze daar eind 2014 echter van afgestapt. “Het is niet langer opportuun om iemand te belonen voor het aanvaarden van betaald werk of het voltooien van een trajectplan. De persoon die aan het werk gaat of een traject doorloopt, doet niet meer dan wat van hem verwacht wordt”, schreef de gemeente streng in het beleidsplan van 2014. Vanaf zomer 2015 is het vrijwel uitsluitend nog straf, straf en straf wat de klok slaat voor bijstandsgerechtigden en de dwangarbeiders onder hen die niet altijd braaf gehoorzamen.

Meevallen

We zijn bijna vijf jaar geleden met ons Leidse strijdexperiment tegen dwangarbeid begonnen. De eerste maanden konden we nog gewoon het dwangarbeidcentrum DZB binnenlopen en in de kantine met dwangarbeiders praten. Die vertelden ons onder meer over hun angst voor strafkortingen. Eind april 2012 kwam DZB-directeur Bas van Drooge aan ons tafeltje staan. Hij ontkende dat er veel strafkortingen werden uitgedeeld en toonde ons een staatje op zijn mobiele telefoon. In de eerste tweeënhalve maand van 2012 zouden er negen kortingen van 10 procent zijn uitgedeeld, vijf van 20 procent, twee van 50 procent, een van 100 procent en een van 300 procent (dat wil zeggen: drie maanden geen uitkering). Hij vond die aantallen wel “meevallen”. Tsja… “meevallen”. Het is natuurlijk makkelijk praten als directeur, zonder enige dreiging van korting op je riante salaris.

De meeste dwangarbeiders en andere bijstandsgerechtigden kunnen nauwelijks rondkomen of zitten al in de schulden. Een korting is in die uitzichtloze situatie een verschrikkelijk vooruitzicht. Vrijwel elke dwangarbeider – en we spraken er in de loop der jaren honderden – probeert er alles aan te doen om een strafkorting te voorkomen. Er heerst een bijna tastbare angst om nog verder in de financiële problemen te komen, met alle gevolgen van dien. Het is een bewuste keuze van beleidsmakers om het bestaan van bijstandsgerechtigden permanent onzeker te houden, omdat ze alleen via zo’n wurggreep kunnen worden gedwongen tot gratis arbeid. Braaf overkomen is voor dwangarbeiders dan ook essentieel om te kunnen overleven, en deelname aan collectief verzet is bijna ondenkbaar.

Lees verder op doorbraak.eu:
Leidse dwangarbeiders voortdurend bedreigd met strafkortingen


Heb jij ervaringen met strafkortingen? Om welke gedragingen ben jij bestraft? En voor hoeveel maanden werd je uitkering gekort? Laat het ons  weten.
Mail: dwangarbeid@doorbraak.eu of gebruik het websiteformulier: websiteformulier.

Voor Groningen (Stad) en omgeving mail: dwangarbeidneegroningen@gmail.com , gebruik het websiteformulier: websiteformulier of bel 06 57 33 52 39

“Verdringingsprotocol” van gemeenten en de FNV reguleert dwangarbeid voor baanlozen

SP-wethouder Björn Lugthart wil mogelijkheid open houden van drie maanden dwangarbeid.
SP-wethouder Björn Lugthart wil mogelijkheid open houden van drie maanden dwangarbeid.

Dwangarbeid voor baanlozen proberen te fatsoeneren door het te reguleren. Zo zou je het “verdringingsprotocol” kunnen betitelen dat de vijf gemeenten Den Haag, Delft, Midden-Delfland, Rijswijk en Westland onlangs hebben getekend, samen met de FNV. In plaats van gratis werk zonder loon en arbeidscontract af te schaffen, wordt het zo juist gekanaliseerd en daarmee genormaliseerd.

Het protocol zou volgens de ondertekenaars zijn bedoeld om verdringing op de arbeidsmarkt te voorkomen, om “werken zonder loon” tegen te gaan en om werknemers volgens cao-lonen te betalen. Maar uit een bericht in Binnenlands Bestuur volgt dat uitkeringsgerechtigden volgens de afspraken in het protocol nog steeds onbetaald aan het werk kunnen worden gezet. Met andere woorden: “werken zonder loon” wordt niet principieel tegengegaan, maar alleen gereguleerd. Het protocol noemt dat soort onbetaalde arbeid “proefplaatsingen”, de zoveelste eufemistische term voor de situatie waarbij een arbeider wel werkt, maar geen loon, geen arbeidscontract en geen cao-voorwaarden krijgt aangeboden.

“Proefplaatsing”

De “proefplaatsingen” van uitkeringsgerechtigden mogen volgens het protocol maximaal een maand duren, waarbij de bazen “de intentie” moeten hebben om de betrokken personen daarna in dienst te nemen. De vraag is uiteraard waarom die baanlozen dan niet meteen vanaf dag één worden aangenomen. Na de “proefplaatsing” van een maand mag er volgens de afspraken geen “proeftijd” meer volgen. De “proeftijd” geldt van oudsher als de periode van maximaal twee maanden waarbij de arbeider al wel is aangenomen, dus al wel loon en een contract heeft, maar ook het recht heeft (net als de baas) om dat contract eenzijdig op te zeggen. Door het protocol te ondertekenen gaat de FNV ermee akkoord dat die “proeftijd” nu wordt ingeruild voor een systeem van “proefplaatsingen”, waarbij de baanlozen onder het regime van Sociale Zaken blijven vallen en dus nog geen loon en een contract krijgen. Per saldo gaat de FNV dus opnieuw akkoord met een achteruitgang in de rechtspositie van arbeiders. Eerder stemde de bond sowieso al in met dwangarbeid voor een periode van drie maanden.

Overigens zaagt de Rijswijkse SP-wethouder Björn Lugthart meteen al aan de poten van de maximumtermijn van één maand “proefplaatsing” door te spreken van “een uitloop naar drie maanden in uitzonderlijke gevallen”. Gezien de volkomen scheve machtsverhoudingen tussen baanlozen en bazen zou die uitzondering wel eens heel snel de regel kunnen worden. Dat leert de praktijk van de reïntegratie-industrie. “Er moet perspectief zijn op een baan, anders beginnen we er niet aan”, meldt Lugthart ook nog stoer. Maar als er perspectief is op een baan, waarom wordt die baan dan niet meteen, vanaf dag één, aan de baanloze gegeven? Waarom moet hij of zij eerst tenminste een maand gratis werken? Waarom moet de uitkeringsgerechtigde eerst het levensgrote risico lopen dat de baas na een maand niet meer “de intentie” zegt te hebben om de persoon in dienst te nemen?

Doekje voor het bloeden

Volgens de plannen van de vijf gemeenten en de FNV zou er na de zomer een meldpunt moeten komen waar baanlozen terecht kunnen “als de afspraken niet nagekomen worden”. In dat geval zouden de klachten besproken gaan worden door “een interventieteam waar naast de gemeente ook de UWV, de FNV en mogelijk werkgeversorganisatie in zitten”. Dit soort meldpunten komen vaak pas van de grond, nadat de uitkeringsgerechtigden op beleidsniveau, dus in structureel opzicht, al rechtelozer zijn gemaakt. Het melden van klachten dient dan als doekje voor het bloeden. “Als er aanleiding blijkt te zijn, dan wordt er vervolgens actie ondernomen om de ongewenste situatie te veranderen en in het vervolg te voorkomen”, aldus de ondertekenaars van het protocol. Maar wie “de ongewenste situatie” van dit soort rechteloze onbetaalde arbeid wil “voorkomen”, die zou ernaar moeten streven om die vorm van arbeid over de hele linie af te schaffen. Die zou moeten gaan strijden voor betaalde arbeid vanaf dag één, tegen minstens het minimumloon, een arbeidscontract en onder cao-voorwaarden.

Volgens de FNV zijn veel gemeenten “in woord” tegen verdringing en tegen “werken zonder loon”. “Maar deze vijf gemeenten gaan er ook wat aan doen en zetten woorden om in daden”, aldus FNV-vice-voorzitter Ruud Kuin. Doorbraak strijdt al vijf jaar tegen dwangarbeid voor baanlozen. Al die tijd hebben wij vrijwel nooit een gemeente meegemaakt die zich “in woord” keert tegen verplicht onbetaald werk voor uitkeringsgerechtigden, laat staan “in daad”. Integendeel, gemeenten omarmen juist “de tegenprestatie” van de Participatiewet als een mogelijkheid om bezuinigingen op te vangen door baanlozen onbetaald aan het werk te zetten op plekken waar vroeger nog betaalde krachten werkzaam waren. De FNV zegt te hopen dat meer gemeenten en bedrijven het voorbeeld van de vijf Zuid-Hollandse gemeenten gaan volgen. Doorbraak hoopt dat steeds meer uitkeringsgerechtigden zich gaan verzetten tegen elke vorm van verplichte onbetaalde arbeid en zullen blijven strijden totdat het systeem van dwangarbeid volledig is afgeschaft.

Harry Westerink

(Overgenomen van doorbraak.eu)